Werken en dagbesteding : "Wat schuift dat?" Deel 2 : budget

Slim omgaan met je budget

1 / 39
volgende
Slide 1: Slide
newEditorPAVBuitengewoon secundair onderwijs

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slim omgaan met je budget

Vandaag gaan we leren :

  • Wat inkomsten en uitgaven zijn

  • Wat vaste en variabele kosten zijn

  • Hoe je een eenvoudig budget maakt

  • Hoe je verstandig met geld omgaat

Maar eerst gaan we eens zien wat jullie van vorige les onthouden hebben!

Antwoord op de stellingen: waar of niet waar?

Doe je duim naar boven als het waar is, doe je duim naar beneden als het niet waar is.


Inkomen is enkel geld dat je krijgt door te werken!

Loon is een vorm van inkomen uit arbeid.

Brutoloon is het bedrag dat je op je rekening krijgt.


Nettoloon is altijd hoger dan het brutoloon.

RSZ-bijdragen worden gebruikt om onder andere pensioenen en ziekte-uitkeringen te betalen.

Wat weet je al over budgetbeheer?

Wat is budgetbeheer?

Budgetbeheer is overzicht houden over wat er binnenkomt en wat eruit gaat. Je zorgt ervoor dat je niet meer uitgeeft dan je verdient.

Waarom is een budget belangrijk?

Met een budget weet je precies wat je kunt besteden en voorkom je schulden. Je maakt bewust keuzes zodat je genoeg overhoudt voor onverwachte kosten.

Wat zijn inkomsten?

Inkomsten zijn alle bedragen die je ontvangt, zoals loon, uitkeringen of vrijwilligersvergoeding.

Wat zijn uitgaven?

Uitgaven zijn alle kosten die je maakt, zoals huur, boodschappen, energie en abonnementen.

Welke soorten uitgaven zijn er?

Kosten die wisselen, zoals boodschappen of uitstapjes.

Variabele kosten:

Vaste kosten:

Kosten die regelmatig terugkomen, zoals huur en verzekeringen.

Stap 1: verzamel je papieren

Zorg dat je alle rekeningen en andere belangrijke papieren bij elkaar hebt.

Stap 2: orden inkomsten en uitgaven

Maak twee stapels: inkomsten en uitgaven. Zo krijg je overzicht.

Welke kosten komen niet elke maand?

Houd rekening met trimester- of jaarlijkse kosten, zoals gemeentebelastingen of verzekeringen.

Stap 3: kies een vast budgetmoment

Plan een vaste dag in de week om je rekeningen te bekijken en betalingen te doen.

Stap 4: betaal alles op tijd

Door op tijd te betalen vermijd je extra kosten zoals aanmaningen. (waarschuwing tot betaling)

Stap 5: zet alles in een schema

Noteer alle inkomsten en uitgaven in een overzicht. Dit helpt je inzicht te krijgen.

Bespreek: wat doe je met geld dat over is?

Spaargeld apart zetten is slim. Dat heet ook wel het opbouwen van een buffer.

Waarom is een buffer belangrijk?

Een buffer helpt bij onverwachte kosten, zoals als de wasmachine stuk gaat of als je tijdelijk zonder werk zit.

Hoe kun je besparen?

Kies bijvoorbeeld een goedkopere energieleverancier of een goedkoper telefoonabonnement.

Welke keuzes kun je maken?

Noodzakelijk

Wat kun je overslaan of goedkoper doen? (bijv. uit eten, nieuwe kleding)

Niet-noodzakelijk

Wat moet je betalen? (bijv. huur, energie)

Wat als er onverwachte kosten zijn?

Gebruik je buffer. Heb je geen buffer? Zoek naar een oplossing zoals iets minder uitgeven aan andere dingen.

Inkomen: 900 euro

Uitgaven:

  • Huur 400 euro

  • Eten 200 euro

  • Telefoon 30 euro

  • Kleding 70 euro

10

minute

00

second

Reflectie

Welke besparing kun jij maken in jouw eigen leven? Deel je idee met de klas.

Jij bent nu een budgetheld!

Woordenlijst over budgetbeheer

  • aanmaning: een herinnering om een rekening te betalen.

  • buffer: geld dat je apart houdt voor onverwachte kosten.

  • inkomsten: geld dat je ontvangt, bijvoorbeeld salaris.

  • trimester: een periode van drie maanden.

  • uitgaven: geld dat je uitgeeft aan dingen die je koopt of betaalt.

  • variabele kosten: kosten die elke maand kunnen veranderen, zoals boodschappen.

Praktijk: maak je eigen budgetoverzicht

Schrijf je inkomsten en uitgaven op. Maak een overzicht en kijk wat je per maand overhoudt.

Wat vond je van de les rond budgetbeheer?

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.