FTO Oncologische ulcus 13-1-2026

FTO 

Oncologische ulcus

1 / 32
volgende
Slide 1: Slide
newEditorZorg en WelzijnPraktijkonderwijsLeerjaar 5

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

FTO 

Oncologische ulcus

Leerdoelen

1. Bewustwording onderscheid diagnose ulcus -wond

2. Beschrijving/classificatie ulcus

3. Doelen behandeling ulcus en inzicht in mogelijke middelen


Volgens de Nederlandse richtlijn (IKNL/PZNL) is een oncologisch ulcus gedefinieerd als

A

Wond door oncologische behandeling

B

Huid- of slijmvliesdefect door tumor- of metastasegroei

C

Infectieus huiddefect zonder genezingstendens

D

Ulcus dat geneest bij goede wondbehandeling

Bij welke tumoren worden oncologische ulcera het vaakst gezien?

A

Primaire huidtumoren, mammacarcinoom, hoofdhals-, bronchus-, gynaecologische-, rectum- en anustumoren

B

Vooral huidtumoren en mammacarcinoom, incidenteel bij sarcomen en melanoom

C

Meestal bij hematologische maligniteiten zoals leukemie en lymfoom, soms bij myeloom

D

Bij alle solide tumoren inclusief lever-, nier- en pancreascarcinoom, ongeacht stadium

Beschrijf minimaal 3 klachten/kenmerken van een oncologisch ulcus

Het WCS classificatie model wordt bij voorkeur gebruikt bij de oncologische ulcus?

A

Juist

B

Onjuist

C


D


Is hier sprake van een oncologische wond of ulcus?

Oncologische ulcus: classificatie

Graad I: Intacte epidermis, dreigende aantasting door onderliggend tumorweefsel (dreigend ulcus).

Graad II: Aantasting van epidermis en dermis, beginnende aantasting van subcutis.

Graad III: Diepe doorgroei met aantasting van subcutis.

Graad IV: Droge en/of vervloeide necrose tot 30% van het wondoppervlak.

Graad V: Droge en/of vervloeide necrose op meer dan 30% van het wondoppervlak.


Graad I: Intacte epidermis, dreigende aantasting door onderliggend tumorweefsel (dreigend ulcus)

Graad II: Aantasting van epidermis en dermis, beginnende aantasting van subcutis.

Graag III: Diepe doorgroei met aantasting van subcutis.

Graad IV: Droge en/of vervloeide necrose tot 30% van het wondoppervlak.

Graad V: Droge en/of vervloeide necrose op meer dan 30% van het wondoppervlak.

Kwaliteitstandaard wondzorg

  • Categorie III: niet-spoedeisende wond die na 3 weken onvoldoende genezing vertoont

  • Categorie IV: functie- of orgaanbedreigend, soms levensbedreigend


Advies: verwijzen naar multidisciplinair gespecialiseerde wondzorg - Meander, wondexpertise team, Alita

Zenya: indeling wondtype naar regievoering

Behandeling 


Symptoomverlichting

Bevorderen van comfort en kwaliteit van leven

Psychosociale ondersteuning


Proactieve zorgplanning



Bij het reinigen van een oncologische ulcera is chloorhexidine, waterstofperoxide natriumhypochloriet in hoge concentraties geïndiceerd om te gebruiken?

A

Waar

B

Niet waar

C


D


Reinigen

Verwijderen van loszittende necrose,  partikels, wondexsudaat en/of verbandresten 


Kraanwater

Douche zachte straal of spuit of natte gazen

Deppend (nooit wrijven)

Frequentie afhankelijk van geur, exsudaat voorkeur patiënt


Infectie: Prontosan®, Advacyn®, ActiMaris® Forte of azijnzuur 1%



Bij oncologische ulcus voer je nooit een necrotectomie uit?

A

Waar

B

Niet waar

C


D


Wondbedekkers

Keuze van het product is afhankelijk van:

  • Doel wondbehandeling

  • Kenmerken, lokale klachten en locatie van het ulcus

  • Streven naar zo minimaal mogelijk verbandwisselingen (comfort)

  • Gebruikersgemak

  • Wensen en (eerdere) ervaringen van de patiënt

  • Frequentie afhankelijk van product keuze

  • Kosten



Primaire verbandmateriaal

  • Alginaat (Algisite®, Kaltostat®, Sorbalgon®)

  • Hydrofibers (Aquacel®)

  • Honingverband

  • Natriumchlorideverband (Mesalt®)

  • Silicone of synthetische wondcontactmaterialen (atrauman® silicone,  cuticerin®)

  • Zilververband (Ag) 


Urgotul®AG

Secundaire verbanden

  • Absorberende verbanden (zetuvit®, Resposorb®)

  • Super absorberende verbanden (Curea®, ® Cutimed® sorbion multistar)

  • Foam- of schuimverbanden (Permafoam®, Allevyn® Gentle Border en Mepilex®)

  • Geurneutraliserende verbanden (Vliwaktiv®, Curea® duo, Cinesteam®)

  • Nonwoven absorberend kompres van 30%viscose en 70%katoen (Klinion Novopad®)

Andere wondproducten

Alginogel (Flaminal® forte/hydro, Hydrosorb®gel)

Hydrogel (Intrasite®gel)

Barrièrecrème en barrièrefilm (Proshield Plus®, Cavilon®)

Povidon jodium (Inadine®)

Maltodextrine/ vitamine C (Multidex® Gel en Poeder)


Fixatiemateriaal: Voorkeur: hypoallergenesiliconen kleeflaag (Leukomed Skin Sensitive®, Leukoplast Skin Sensitive®)


Behandeling van wondexsudaat

Oorzaken: Infectie, (lymf)oedeem, fistels

Doelen: voorkomen van lekkage/maceratie en preventie/behandelen infectie 


• Frequentie van verbandwissel ophogen of ander wondmateriaal

• Verbandmateriaal: antibacterieel en een hoog absorptiecapaciteit

• Let op wondranden en omgeving

• Lymfedrainage (taping, ACT, of TEK)

• Fistel: blaaskatheter, stoma, woundmanager of fistelzaken

• Wondinfectie - antibiotica na wondkweek



Behandeling geuroverlast

Oorzaken: Meestal weefselversterf en/of secundaire infecties

Doelen: Reductie en beheersing van geur en infectie


Nietmedicamenteus

  • Reinigen: Prontosan of Actimaris

  • Wondmateriaal: alginaat, honing, zilver, povidon jodium en geurneutraliserende verbanden

  • Omgevingsmaatregelen: ventilatie, geurneutraliserende spray of etherische oliën

  • Uiterste gevallen bij geen risico op bloeding! Necrotectomie - WRT of medisch specialist


Geuroverlast - medicamenteus

Lokaal: 

  • Metronidazol gel 0,75% 

  • Diepe ulcera: spoelen metronidazoloplossing 0,5% (500 mg in 100 ml NaCl 0,9%)


Systemisch: 

  • Metronidazol 3× daags 500 mg p.o. of i.v. gedurende 1–2 weken. Daarna onderhoud: 1× daags 250 mg

Behandeling van bloeding

Oorzaken: fragiele tumorweefsel, tumorinvasie en wondmateriaal. 

Doelen: Risico inventarisatie, risicoreductie, educatie/ begeleiding, hemostase en proactieve zorgplanning


Nietmedicamenteus

  • Reductie van verkleven en/of schuifkrachten door wondmateriaal

  • Wondfrequentie minimaliseren

  • Silicone contact laag

  • Hemostatisch verband: Alginaat en/of Spongostan

  • Koude kompressen of zakje ijsklontjes druk 10-15 min

Bloeding - medicamenteus

Gazen gedrenkt in: 

  • xylometazoline neusdruppels (1 mg/ml)

  • Adrenaline-oplossing (1 mg/ml) 


Tranexaminezuur:

Lokaal: gazen gedrenkt in infuusvloeistof (100 mg/ml) 

Systemisch: 3dd 1000mg p.o. of 3dd 500mg s.c.


Overige behandelingen

  • Staken of couperen van anticoagulantia

  • Trombocytentransfusie

  • Elektrocoagulatie

  • Radiotherapie

  • Embolisatie


Blow-out: 

  • Donkere handoeken

  • Sederende medicatie bij de hand (zie protocol palliatieve sedatie)

Behandeling van pijn

Oorzaken: tumorprogressie, infectie, uitdroging wond en/of verbandmateriaal

Doelen: pijnreductie en comfortverbetering


Niet medicamenteus

Wondfrequentie, vochtige wondbed 


Medicamenteus

Lokaal: lidocaïne spray

Systemisch: bij chronische pijn, zie protocol pijnbehandeling of richtlijn


Behandeling van jeuk

Oorzaken: tumorprogressie (tumorgroei en zenuwbeschadiging), wondinfectie, schimmelinfecties, contacteczeem, silicone allergie, droge huid

Doel: Onderliggende oorzaak achterhalen/behandelen


Systemische behandeling zie protocol


Referenties

  • IKNL & PZNL. (2024). Richtlijn oncologische ulcera in de palliatieve fase. Pallialine. https://palliaweb.nl/getmedia/8c397352-9aad-4cae-a142-e02ce5bfd47e/15988-Richtlijn-Oncologische-Ulcera-20251218100714.pdf


  • Richtlijnendatabase. (2018). Kwaliteitsstandaard organisatie van wondzorg in Nederland https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/kwaliteitsstandaard_organisatie_van_wondzorg_in_nederland/inventarisatie_bestaande_standaarden_wondzorg.html