QUIZ 5 GHZ

QUIZ  5 GHZ
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingSecundair onderwijs

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

QUIZ  5 GHZ

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huidletsels
decubitus -  vochtletsels (smetten - IAD)

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen decubitus, IAD en smetten?
A
decubitus wordt veroorzaakt door wrijvingskrachten, IAD door zweten en smetten door vocht van urine of ontlasting
B
decubitus wordt veroorzaakt door zweten , IAD door vocht van urine of ontlasting en smetten door drukkrachten
C
decubitus wordt veroorzaakt door druk en/of schuifkrachten, IAD door vocht van urine of ontlasting en smetten door zweten.

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen druk- schuif- en wrijvingskrachten?
A
Druk is de kracht, loodrecht op de huid en onderliggende weefsels, bij schuifkrachten zit het lichaam en de onderlaag aan elkaar vast, bij wrijfkrachten glijdt de huid langs het materiaal
B
Schuifkracht is de kracht, loodrecht op de huid en onderliggende weefsels, bij wrijfkrachten zit het lichaam en de onderlaag aan elkaar vast, bij drukkrachten glijdt de huid langs het materiaal
C
Wrijvingis de kracht, loodrecht op de huid en onderliggende weefsels, bij drukkrachten zit het lichaam en de onderlaag aan elkaar vast, bij schuifkrachten glijdt de huid langs het materiaal

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De huid bestaat uit drie verschillende lagen. In welke volgorde bouwt de huid zich op?
A
Onderhuids bindweefsel, opperhuid en lederhuid
B
Opperhuid, onderhuids bindweefsel, lederhuid
C
Lederhuid, onderhuids bindweefsel en opperhuid
D
Opperhuid, lederhuid, onderhuids bindweefsel

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar kan een mantelzorger bij helpen in de zorg bij huidletsel?
A
Het overnemen van taken zodat de cliënt minder moet bewegen
B
Het benoemen van de risicofactoren en het ontstaan van het huidletsel
C
De mantelzorger kan niet helpen. Dit moet een zorgverlener doen.
D
Aangeven of de cliënt de adviezen over huidletsel kan uitvoeren.

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je beoordeelt de voedingstoestand en het gewicht bij iedere cliënt wanneer:
A
de cliënt in de zorg komt
B
bij verandering in de medische toestand
C
wanneer er geen vooruitgang in de wondgenezing is

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vanaf dertig jaar begint de huid te verouderen. Wat gebeurt er dan met de huid?
A
de huid wordt dunner
B
de huid is minder doorbloed
C
de huid wordt droger
D
de huid is minder elastisch

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Huidletsel is een verzamelnaam voor verschillende vormen van huidbeschadiging. Huidletsel is een verbreking van de opbouw van het weefsel. DIt kan te zien zijn als een wond, maar dit hoeft niet. Het kan ook zijn dat je alleen een rode plek ziet.
A
Deze definitie is juist.
B
Deze definitie is niet juist.

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij het behandelen van wonden, werk je methodisch volgens deze stappen:
A
voorbereiding, behandeling, verbandwissel, rapportage, evaluatie
B
voorbereiding, behandeling, verbandwissel, rapportage, evaluatie, overdracht/continuïteit van zorg
C
handhygiëne, verbandwissel, behandeling, rapportage, evaluatie

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1. A. 87 jaar, is bedlegerig. Hij heeft decubitus aan de stuit en moet gedraaid worden. Welk hulpmiddel gebruik je?
A
glijzeil
B
actieve tillift
C
passieve tillift
D
draaischijf

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is decubitus?
A
beschadiging van de huid, ontstaan door langdurige druk
B
beschadiging van de huid, ontstaan door schuifkracht
C
beschadiging van de huid, ontstaan door combinatie van druk en schuifkracht

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Decubitus ontstaat meestal op plaatsen waar het botweefsel zich diep onder de huid bevindt.
A
waar
B
niet waar

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het verschil tussen decubitus categorie 1 en 2 is:
A
de uitgebreidheid van de roodheid
B
categorie 2 is donkerder rood
C
categorie 1 is geen wond
D
categorie 2 is niet wegdrukbare roodheid

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ziet categorie 2 eruit?
A
uitgebreide rode plek
B
diepe wond
C
blaar en ontvelling
D
gele wond

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn bij bedlegerige cliënten die op de rug liggen plaatsen waar decubitus het meest voorkomt?
A
heiligbeen en hielen
B
stuit en oor
C
schouderbladen en ruggengraat
D
oorlel en hielen

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke groep cliënten loopt het meeste risico op het ontwikkelen van decubitus?
A
mensen die bed- of rolstoelgebonden zijn en weinig bewegen
B
mensen met een slechte algemene conditie
C
te dikke mensen
D
ouderen

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vaak pas je de wisselhouding toe bij bedlegerige risicopatiënten?
A
1 x per 2 uur, als de cliënt op een goed AD-matras ligt.
B
1 x per 4 uur, als de cliënt op een goed AD-matras ligt.
C
1 x per 6 uur
D
ieder uur

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De ideale ligging om decubitus te voorkomen bij bedlegerige cliënten op de rug is:
A
bed plat, stabiele zijligging
B
fowlerse houding
C
hoofdsteun 30° omhoog, voeteneind 30° omhoog
D
semi-fowlerse houding: hoofdsteun 30° omhoog en bovenbenen 30° omhoog

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Smetten komt voor in de:
A
liezen
B
oksels
C
bilnaad
D
onder de borsten en in de buikplooi

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is smetten?
A
smetten is een oppervlakkige huidaandoening die ontstaat door urine-incontinentie
B
smetten is een huidaandoening met diepe wonden die ontstaat door druk op de huid
C
smetten is een oppervlakkige huidaandoening die ontstaat in de grote huidplooien

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

de medische naam van smetten is intertrigo
A
waar
B
niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

smetten met een nattende huid herken je aan:
A
jeuk
B
felrode, nattende en kapotte huid
C
een scherpe rode wondlijn
D
branderig gevoel

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij smetten met een felrode, glanzende huid gebruik je 1x daags een dunne laag zinkoxidezalf of een barrièreproduct
A
juist
B
fout

Slide 24 - Quizvraag

2x daags
Wat is skin tear?
A
een stuk losgetrokken opperhuid en soms de lederhuid van de onderliggende structuur
B
een traumatische wond
C
een stuk losgetrokken opperhuid van de onderliggende structuur

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

waar komen skin tears meestal voor?
A
armen en benen
B
liezen en onder de borsten
C
in de bilnaad

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een skin tear ontstaat door een mechanische kracht die de opperhuid en soms de lederhuid losscheurt van de onderliggende structuren
A
juist
B
fout

Slide 27 - Quizvraag

mechanische krachten zijn bijv. wrijving, schuifkrachten, vallen en stoten, verwijderen van wondverbanden, ...
Een skin tear is een diepe wond
A
juist
B
fout

Slide 28 - Quizvraag

is een oppervlaakige maar vaak ^pijnlijke wonde
Bloeden van een skin tear stop je door:
A
3 minuten druk op uit te oefenen
B
5 minuten druk op uit te oefenen
C
10 minuten druk op uit te oefenen

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Skin tears worden verdeeld in verschillende categorieën met het ISTAP-classificatiesysteem. Hoeveel zijn dit er?
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 30 - Quizvraag

p. 23: 
type 1: zonder weefselverlies
type 2: met gedeeltelijk weefselverlies
type 3: volledig weefselverlies
Hoe vaak komt incontinentie van urine voor?
A
tot 37 procent
B
tot 46 procent
C
tot 53 procent

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat doe je bij het reinigen van IAD?
A
reinig dagelijks en na elke vervuiling met ontlasting
B
reinig en droog de huid deppend
C
gebruik geen zeep bij het wassen
D
gebruik producten met een neutrale pH-waarde

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is IAD?
A
een oppervlakkige aandoening in de grote huidplooien
B
een lokale oppervlakkige irritatie van de huid doordat de huid (langdurig) in contact is met urine en/of ontlasting
C
een beschadiging van de huid en/of onderliggend weefsel. Het komt meestal voor bij een botuitsteeksel

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer decubitus en IAD samenkomen, behandel je eerst de
A
decubitus
B
IAD

Slide 34 - Quizvraag

wanneer er verbetering te zien is bij het behandelen van IAD, is het gemakkelijker om de decubitus te behandelen. het toepassen van preventieve maatregelen voor decubitus en IAD is noodzakelijk
Schuifkrachten en wrijfkrachten vergroten de kans op IAD
A
juist
B
fout

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar komt IAD voor?
A
de bilnaad, billen en liezen
B
de stuit
C
het scrotum
D
buik en dijen

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik wens jullie veel succes tijdens de examens!

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies