Schreibfertigkeit (3e jrs)

Schreibfertigkeit
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Schreibfertigkeit

Slide 1 - Tekstslide

 Eine Notiz schreiben
Programm heute:
  • Korte terugkoppeling spreekvaardigheid
  • Schreibfertigkeit: was, wo, wann, warum, wichtige Sachen?
  • Wörter sammeln
  • ein Beispielschreiben mit einige Aufgaben

Slide 2 - Tekstslide

Schreibfertigkeit
Was, wo, wann, warum, wichtige Sachen? 


Slide 3 - Tekstslide

Wörter sammeln
Wass wisst ihr schon?

Schrijf Duitse woorden op rondom het thema 'een Duitse memo schrijven'.
Doe dit zonder te overleggen en zonder te zoeken op een vertaalapp. 
De spelling is niet belangrijk. 

Slide 4 - Tekstslide

Ein Beispielschreiben
1 ster: husseltekst lezen, de vertalen en daarna in de juiste volgorde opschrijven.
2 sterren: husseltekst lezen, deze vertalen en daarna in de juiste volgorde opschrijven. Voor een aantal zinnen een alternatieve zin bedenken.
3 sterren: situatie lezen en op basis daarvan (en m.b.v. wat steekwoorden) zelf een memo schrijven.

Slide 5 - Tekstslide

Wat heeft deze sessie opgeleverd?
Welke vragen komen er uit deze sessie voort?
Waar willen/moeten we nog mee bezig?

Slide 6 - Tekstslide

Voor de vakantie:
  • Voorbeeldmails goed/fout
  • Husseltekst op volgorde
  • Standaard zinnen filteren
  • Spellingskahoot

Vandaag (8 mei 2026):
  • Spellingskahoot herhalen
  • Lückentext 
  • Opdrachten rondom zinnen maken met woordblokjes

Slide 7 - Tekstslide

Ziel
  • Ik kan een standaard Duitse woorden/woordcombinaties goed spellen.
  • Ik kan bepaalde standaard Duitse woorden/woordcombinaties in een tekst plaatsen.
  • Ik kan aan de hand van woordbouwstenen een korte inleidende zin formuleren.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

Vorige les (22 mei 2026):
Formulier invullen
Gast beschrijven
Spelling oefenen a.d.h.v.een woordzoeker
Deze les (5 juni 2026):
  • Oefenen met werkwoorden
  • Oefenen met zelfstandig zinnen maken
  • Stilstaan bij lidwoorden
  • Spelling raden

Slide 10 - Tekstslide

Zinnen juist opzetten...
...doe je o.a. door werkwoorden goed om te zetten.
Dat goed omzetten betekent: het werkwoord passend maken aan de persoon die de handeling uitvoert in de zin.

Je krijgt nu een overzicht met veel voorkomende werkwoorden.
Bekijk dit overzicht: herken je patronen?

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht
Je krijgt een aantal zinnen; pas het werkwoord aan aan de persoon in de zin.

Draai daarna je blad om en verbeter de verkeerde werkwoordsvorm in de zin.

Maak daarna m.b.v. taalbouwstenen zelf hotelzinnen.
timer
20:00

Slide 12 - Tekstslide

Vorige les (5 juni 2026)

  • Oefenen met werkwoorden
  • Oefenen met zelfstandig zinnen maken
  • Stilstaan bij lidwoorden
  • Spelling raden
Deze les (12 juni 2026)

  • Stilstaan bij lidwoorden en hoofdletters
  • Casussen uitwerken
  • Spelling raden

Slide 13 - Tekstslide

Lidwoorden- die Artikel
Belangrijk?
Wat moet je ermee?
Hoe te leren?

Slide 14 - Tekstslide

Lidwoorden- die Artikel
De & het (bepaald)
Een (onbepaald)

Mannelijk bepaald= der
Vrouwelijk bepaald= die
Onzijdig bepaald= das

Mannelijk onbepaald= ein
Vrouwelijk onbepaald= eine
Onzijdig onbepaald= ein


Slide 15 - Tekstslide

Opdracht
Jullie krijgen nu een overzicht met daarin beschreven welke soort woorden er der-die-das krijgen.
Daaronder staan allerlei woorden door elkaar.
  • Bekijk de woorden.
  • Vertaal ze in je hoofd.
  • Plaats de woorden bij het juiste lidwoord.
timer
10:00

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Link

Een aantal woorden...
das System                               früh
die Informationen                 die Reservierung
der Name                                   regeln
die Buchungsnummer        schönen Tag
die Decke                                   Gruß


timer
2:00

Slide 18 - Tekstslide

En nu...memoriseren...
Schrijf zoveel mogelijk woorden op die je net in je hebt opgenomen.
Probeer dat zo foutloos mogelijk te doen.
timer
5:00

Slide 19 - Tekstslide

Een casus uitwerken: hoe?
Standaard zaken in een memo zijn:
  • Betreff
  • Aanhef
  • Afsluiter

Verder moet je de beschrijving zo eenvoudig mogelijk herformuleren. 

Slide 20 - Tekstslide

Voorbeeld
Je werkt net een dag bij de receptie van hotel Adlon in Berlijn. 
Mevr.Merkel komt inchecken, maar jij kunt niet inloggen in de computer. 
Daarom schrijf je een korte memo naar je collega Ursula.

Open gepast
Leg uit waarom je een memo schrijft
Beschrijf wie er incheckt
Beschrijf wat haar paspoortnummer is
Beschrijf haar aankomstdatum en vertrekdatum
Beschrijf 1 bijzonderheid (hond mee, eenpersoonsbed, kamer met balkon...)
Vraag of je collega de gegevens in het systeem wil zetten.
Bedank bij voorbaat
Sluit af


Slide 21 - Tekstslide

Casus
Jullie krijgen zo een casus.
Lees deze door en verwerk de punten in een Duitse memo.
Maak van de om te zetten punten zeer simpele 'Jip en Janneke' zinnen in het Duits.



timer
10:00

Slide 22 - Tekstslide

Spellingscheck
Ik noem een aantal woorden.
Schrijf deze woorden zo foutloos mogelijk op, op je whiteboard.
Als je klaar bent, houd je je whiteboard omhoog.

Slide 23 - Tekstslide

Aufgabe 1
Je krijgt een tekst waarin woorden/ woorddelen ontbreken.

Slide 24 - Tekstslide

Teil 2
  • Beschwerde weiterleiten.
  • Verdieping van standaardzinnen door toevoeging van bij-en voegwoorden.


Slide 25 - Tekstslide

Woordspin
Maak een woordspin waarin je allerlei zaken m.b.t. klachten/ wensen rondom de hotelkamer noteert. 
Dit mag in het Nederlands, maar ook vast in het Duits. 

Slide 26 - Tekstslide

Woord-beeldoefening
Bekijk de plaatjes.
Lees de zinnen en vertaal deze in je hoofd.
Schrijf de juiste zinnen bij de plaatjes.

Slide 27 - Tekstslide

Dictoglos
Luisteren- verklanking- onthouden en actief herinneren- opschrijven en samenwerken.

Ronde 1: ik lees een tekst voor. Jullie luisteren geconcentreerd.
Ronde 2: ik lees de tekst nogmaals voor. Jullie maken aantekeningen van woorden die je hoort.
Ronde 3: reconstrueer nu de tekst in tweetallen op basis van jullie aantekeningen. 

Slide 28 - Tekstslide

Verdieping van standaardzinnen
Bijwoorden:
Een bijwoord is een woord dat meer informatie geeft over een ander woord in de zin, of over de hele zin.

Voegwoorden:
Voegwoorden zijn woorden die zinnen of (groepen) woorden ‘aan elkaar voegen’. 

Slide 29 - Tekstslide

Teil 3
Programm:
Wörterwiederholung
Sätze übersetzen
Ein Anmeldeschein ausschreiben
Großbuchstaben besprechen und üben

Slide 30 - Tekstslide

Wörterwiederholung
Jullie zien een aantal bij- en voegwoorden op het bord staan.
Vertaal deze in je hoofd.
Schrijf er daarna 9 op in je schema. Je mag zelf kiezen welke.
Hierna lees ik een aantal zinnen op, waarin het bij- of voegwoord ontbreekt.
Jij moet raden welk bij- of voegwoord ontbreekt.
Wanneer een van de woorden in je schema staan, dan streep je dit woord weg.
Wanneer je alle woorden hebt weggestreept, roep je 'Bingo'. 

Slide 31 - Tekstslide

Sätze übersetzen
Ter verdere internalisering van standaard zinnen en bij-en voegwoorden een aantal zinnen waarmee je kunt oefenen.
Je kunt zelf vrij schrijven, of een invuloefening doen via Learnclick.

Slide 32 - Tekstslide

Ein Anmeldeschein ausschreiben
Het is waarschijnlijk een examenonderdeel om op basis van een formulier informatie in hele zinnen uit te schrijven.
Bij deze een oefening om hier nader naar te kijken. 

Slide 33 - Tekstslide

Großbuchstaben

Slide 34 - Tekstslide

Welke woorden krijgen in het Duits een hoofdletter?
  • Personen, beroepen, namen
  • Dieren
  • Landen, provincies, steden en plaatsen
  • Rivieren, bergen, zeeën
  • Maanden, dagen en jaargetijden
  • Dingen waarvoor je der/ die/ das kunt plaatsen (lidwoorden)
  • Het persoonlijke voornaamwoord u (Sie)
  • Het eerste woord van een zin

Slide 35 - Tekstslide

Waarom eigenlijk?
In Bijbelse teksten wilde men er bepaalde woorden mee benadrukken, vooral woorden die naar God en heiligen verwezen.
Door hoofdletters werden deze extra belangrijk. 
Verder heeft men het ergens in de 17e eeuw afgesproken: het is dus gewoon een conventie (een regel).
Toch kan het tijdens het lezen van teksten wel behulpzaam zijn: woorden met een hoofdletter zijn doorgaans kernwoorden. 

 

Slide 36 - Tekstslide

ich bestelle einen frischen tasse kaffee und eine tee mit früchtegeschmack.

Slide 37 - Open vraag

ich komme aus den niederlanden, aber mein lieblingsurlaubsland ist deutschland

Slide 38 - Open vraag

Oefening
Jullie krijgen zo een tekst waarin geen enkel woord met hoofdletter geschreven is. Aan jullie de taak om de tekst van hoofdletters te voorzien. 
Het is hierbij belangrijk dat je weet welk woord welke functie heeft in de zin. 

Slide 39 - Tekstslide

Teil 5
18 november: inleiding en husseltekst
25 november: klachten beschrijven, dictoglos en vul-en bijwoorden
2 december: vulwoordenbingo en oefenen met memo's schrijven 
9 december: Kahoot vulwoorden en standaard woorden, learnclicks w.w. en 'Circle story'

Slide 40 - Tekstslide

Programm heute
Woorden flitsen
Uitleg modale werkwoorden, oefening en spel
Hörübung Weihnachtssüßigkeiten und Quizlet

Slide 41 - Tekstslide

Woorden flitsen
Werkvorm voor het 'consolideren' van woorden/ chunks.

Hoe: 
Jullie zien zo een schema met woorden op het bord.
Bekijk deze woorden een tijdje.
Op een gegeven moment worden de woorden weggehaald.
Schrijf daarna zoveel mogelijk woorden op. In stilte, zonder hulp.
Bekijk daarna elkaars woorden.
Maak daarna een mini-memo met een aantal van deze chunks.

Slide 42 - Tekstslide

Modalverben
Instruktion
Übung
Würfelspiel

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Link

Slide 45 - Link

Teil 6

Slide 46 - Tekstslide

Was haben wir bisher gemacht?
18 november: inleiding en husseltekst
25 november: klachten beschrijven, dictoglos en vul-en bijwoorden
2 december: vulwoordenbingo en oefenen met memo's schrijven
9 december: Kahoot vulwoorden en standaard woorden, learnclicks w.w. en 'Circle story'
16 december: woorden flitsen ter herhaling, modale werkwoorden instructie met online oefeningen en dobbelsteenspel

Slide 47 - Tekstslide