Hoofdstuk 8.2.a.

r.1 wie zijn respectievelijk tibi, avunculi en mei
A
Plinius Minor, Tacitus, Plinius Maior
B
Tacitus, Plinius Minor, Plinius Maior
C
Tacitus, Plinius Maior, Plinius Minor
D
Plinius Maior, Tacitis, Plinius Minor
1 / 28
volgende
Slide 1: Quizvraag
Klassieke TalenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

r.1 wie zijn respectievelijk tibi, avunculi en mei
A
Plinius Minor, Tacitus, Plinius Maior
B
Tacitus, Plinius Minor, Plinius Maior
C
Tacitus, Plinius Maior, Plinius Minor
D
Plinius Maior, Tacitis, Plinius Minor

Slide 1 - Quizvraag

r.1-2 (t/m possis) Maak af: Jij vraagt dat ik voor jou de dood van mijn oom beschrijf, opdat jij .....

Slide 2 - Open vraag

r.2 morti is
A
genitvus ev.
B
dativus ev.
C
nominativus mv.
D
ablativus ev.

Slide 3 - Quizvraag

r.2 eius verwijst naar
A
Plinius Minor
B
Tacitus
C
de dood
D
Plinius Maior

Slide 4 - Quizvraag

r.2-3 vul in wat op de .... hoort: Ik dank je; want ik zie dat voor zijn dood , ........., onsterfelijke roem in het vooruitzicht is gesteld

Slide 5 - Open vraag

r.3-7 in stukjes
Eerst r. 3-5 quamvis .... occiderit
1) quamvis enim occiderit
2) pulcherrima clade terrarum
3) ut populi, ut urbes
4) memorabili casu
5) quasi semper victurus : als het ware bestemd om daardoor voort te leven

Slide 6 - Tekstslide

Maak nu de vertaling van quamvis ... occiderit af: want hoewel hij is omgekomen bij de verwoesting van....

Slide 7 - Open vraag

r.5-6 quamvis ... condiderit
hoewel hij zelf een heleboel onvergankelijke boeken heeft geschreven
A
vertaling is goed
B
vertaling is niet goed

Slide 8 - Quizvraag

r. 6-7 multum ... addet
Onderwerp van addet is
A
multum
B
perpetuitati
C
aeternitas
D
zit in addet: 'hij'

Slide 9 - Quizvraag

r.6-7 multum .. addet
addet is
A
indicativus futurum
B
coniunctivus praesens

Slide 10 - Quizvraag

r.6-7 multum ... addet
scriptorum tuorum hoort bij
A
perpetuitati
B
aeternitas

Slide 11 - Quizvraag

r.6-7 multum ... addet
Maak de vertaling af: zal toch de onvergankelijkheid van jouw boeken ....

Slide 12 - Open vraag

r. 3-7 helemaal
Want hoewel hij is omgekomen door de verwoesting van zeer mooie streken, net als volken, net als steden, door een gedenkwaardige ramp, als het ware voorbestemd om daardoor voort te leven, hoewel hij zelf zeer veel (en) onvergankelijke boeken heeft geschreven, zal toch de onvergankelijkheid van jouw boeken veel toevoegen aan zijn voorbestaan.

Slide 13 - Tekstslide

Stijlfiguren: morti (eius) - immortalem (gloriam) en victurus occiderit zijn beiden voorbeelden van

Slide 14 - Open vraag

Stijlfiguren
Verder te vinden in r. 3-7
- anafoor (quamvis ... quamvis)
- asyndeton: clade en casu worden niet vebonden door een voegwoord

Slide 15 - Tekstslide

r.8 Equidem beatos puto (eos)
Ik persoonlijk vind die mensen gelukkig .....

Slide 16 - Tekstslide

r.8 quibus is
A
dativus
B
ablativus

Slide 17 - Quizvraag

r. 8 munere is het onderwerp van datum est
A
waar
B
niet waar

Slide 18 - Quizvraag

r.8 munere is niet het ondewerp van datum est
munere is abl. ev.
het onderwerp van datum est is facere aut scribere:
aan wie het door een geschenk van de goden gegeven is om beschrijvenswaardige dingen te doen of lezenswaardige dingen te schrijven

Slide 19 - Tekstslide

r. 9-10 beatissimos vero quibus utrumque
Dit is een ellips: er zijn (nogal wat ) woorden weggelaten.
De volledige zin zou zijn:
beatissimos vero puto eos, quibus utrumque datum est

Slide 20 - Tekstslide

beatissimos vero puto eos, quibus utrumque datum est
Wie vindt Plinius het gelukkigst?
A
mensen die kunnen lezen en schrijven
B
mensen die bekend zijn door grootse daden en boeken
C
mensen die goede boeken schrijven
D
mensen die grootse daden verrichten

Slide 21 - Quizvraag

beatissimos vero puto eos, quibus utrumque datum est
maar het meest gelukkig vind ik hen die het allebei gegeven is

Slide 22 - Tekstslide

r. 10 horum is
A
acc. ev. van horus
B
gen.mv. van hora
C
gen.mv. van hic
D
nom.ev. van horum

Slide 23 - Quizvraag

r.10 horum in numero : tot hun categorie...
wie zijn 'hun' ?
A
mensen die bekend zijn door grootse daden en boeken
B
mensen die goede boeken schrijven
C
mensen die grootse daden verrichten
D
mensen die kunnen lezen en schrijven

Slide 24 - Quizvraag

r. 10-11
Tot hun categorie zal mijn oom behoren door zijn (eigen) boeken en door de jouwe.

Slide 25 - Tekstslide

r. 11 vertaal: quo libentius suscipio:
en daarom ....

Slide 26 - Open vraag

r. 11 vertaa: deposco etiam

Slide 27 - Open vraag

r.11 vertaal: quod iniungis

Slide 28 - Open vraag