Ontdek de kalender: maanden en dagen

Ontdek de kalender: maanden en dagen

1 / 13
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGASVLager onderwijs

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Ontdek de kalender: maanden en dagen

Wat weet je al over de kalender?

Lesdoel

Aan het einde van deze les kun je werken met de kalender, de dagen en maanden benoemen en een datum juist opschrijven.

Wat is een kalender?

Een kalender toont alle dagen, weken en maanden van het jaar. Zo kun je zien welke dag het is en wat er nog komt.

De maanden van het jaar

Er zijn 12 maanden: januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november, december.

welke maand is het nu?

A

OKTOBER

B

SEPTEMBER

C

DECEMBER

D

JANUARI

Volgorde van de maanden

De volgorde blijft altijd hetzelfde. We beginnen met januari en eindigen met december.

De dagen van de week

Er zijn 7 dagen: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag.

Welke dag is vandaag?

Kijk op de kalender om te zien welke dag, maand en datum het vandaag is.

Opzoeken in een weekkalender

In een weekkalender zie je de dagen naast of onder elkaar. Je kunt hier gemakkelijk de juiste dag terugvinden.

Datum voluit en kort noteren

Bijvoorbeeld: 03/04/2026

Bijvoorbeeld: 3 april 2026

Voluit schrijven

In het kort schrijven

Oefenen met datums

Zoek in je agenda een datum op en schrijf deze eerst voluit en dan in het kort op.

Waarom is de kalender handig?

Met een kalender kun je afspraken plannen, verjaardagen onthouden en nooit meer belangrijke dagen vergeten!