J'ai mal: chez le médecin
Leerdoel
J'ai mal: chez le médecin
Leerdoel
Vertaal: Hoe gaat het?
ça ne va pas?
Pas trop bien!
Comment ça va?
Je suis en pleine forme!
Noteer een lichaamsdeel dat je nog kent.
Vertaal: Ik ben ziek.
ça va, merci.
Je suis en pleine forme.
J'ai mal.
Je suis malade.
een verkoudheid:
un rhume
un bleu
la diarrhée
une entorse
Vertaal: Ik ben moe.
Verwoord: Je hebt pijn aan je voet en je denkt dat je een gebroken voet hebt.
Vertaal: Ik slaap niet goed.
Verwoord: wilt een pijnstiller vragen.
Je zweet de hele tijd, je hebt het warm. Wat zou je aan de dokter vertellen?
vertaal: bloed
sing
sang
sung
seng