J'ai mal: chez le médecin

J'ai mal: chez le médecin

Leerdoel

1 / 11
volgende
Slide 1: Slide
newEditorFransSecundair onderwijsBeroepssecundair onderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 20 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

J'ai mal: chez le médecin

Leerdoel

Vertaal: Hoe gaat het?

A

ça ne va pas?

B

Pas trop bien!

C

Comment ça va?

D

Je suis en pleine forme!

Noteer een lichaamsdeel dat je nog kent.

Vertaal: Ik ben ziek.

A

ça va, merci.

B

Je suis en pleine forme.

C

J'ai mal.

D

Je suis malade.

een verkoudheid:

A

un rhume

B

un bleu

C

la diarrhée

D

une entorse

Vertaal: Ik ben moe.

Verwoord: Je hebt pijn aan je voet en je denkt dat je een gebroken voet hebt.

Vertaal: Ik slaap niet goed.

Verwoord: wilt een pijnstiller vragen.

Je zweet de hele tijd, je hebt het warm. Wat zou je aan de dokter vertellen?

vertaal: bloed

A

sing

B

sang

C

sung

D

seng