IMPROVISATIE | Les 2&3 Associëren en samenspel (speltoets voorbereiden) 1MHa en 1HVb

IMPROVISATIE | Les 3
Samenspel (associëren en samenwerken)
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
DramaMBOMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-3Studiejaar 1

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

IMPROVISATIE | Les 3
Samenspel (associëren en samenwerken)

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OPWARMER | NAMENBAL
Onze afspraken tijdens drama
1. Luister naar elkaar en praat er niet doorheen.
2. Ga voorzichtig om met elkaar en ons materiaal.
3. Blijf bij je groepje en werk samen aan de opdracht.
4. Heb respect voor elkaar.
5. Telefoon in je kluisje.

Heeft docent hand omhoog? = wees stil en luister naar de uitleg.

Slide 2 - Tekstslide

Bespreek kort de regels van drama.
Tijdens de vorige les heeft elke klas afspraken met elkaar gemaakt. Dit is een samenvatting van alle afspraken.
Terugblik improvisatie
Les 1: Accepteren en Blokkeren ("Ja, en..!")
            Spelaanbod geven en accepteren
Les 2: Associëren (ideeën verbinden)

Les 3: Samenspel (vertrouwen & samenwerken) + speltoets voorbereiden

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Warming-Up: Associatiekring
  • De docent noemt een woord. 
  • De volgende persoon in de kring associeert een nieuw woord: Waar denk je aan? 
    TIP: Gebruik je fantasie. Wat zie je voor je bij dit woord?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is belangrijk bij improviseren?
  • Goed kijken en luisteren naar elkaar.
    Jullie verzinnen de scène ter plekke!
  • Ideeën geven (spelaanbod geven) voor de scène en spelaanbod van elkaar accepteren
  • Er zijn geen goede of fouten ideeën.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening: Sprookjes in 1 minuut
  • Elke groep heeft een aantal scène ideeën.

  • Kies 1 scène die jullie gaan improviseren.

  • Verdeel de rollen. Bedenk voor jezelf een geheim doel.







Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening: Sprookjes in 1 minuut
  • Luister goed naar het sprookje en de samenvatting.

  • Ronde 1: Speel het sprookje in 1 minuut.





timer
1:00

Slide 7 - Tekstslide

  • Roodkapje
    Een meisje brengt eten naar haar zieke oma, maar onderweg praat ze met een gemene wolf. De wolf eet de oma op, vermomt zich en wacht Roodkapje nietsvermoedend op in bed. Een oplettende jager hoort het gesnurk, snijdt de buik van de wolf open en redt beiden.
  • Assepoester
    Assepoester wordt door haar gemene stiefmoeder behandeld als stuk stront en mag niet naar het koninklijk bal. Dankzij magie van haar goede fee krijgt ze een prachtige jurk en kan ze toch gaan, mét glazen muiltjes. Ze verliest haar schoentje bij vertrek, waarna de prins haar opspoort en ze nog lang en gelukkig leven.
  • Sneeuwwitje
    Een knappe prinses moet vluchten voor haar jaloerse stiefmoeder en vindt een veilig thuis bij zeven dwergen in het bos. De stiefmoeder ontdekt dit en vergiftigt Sneeuwwitje met een appel, waarna ze in een diepe slaap valt. Een langskomende prins wordt verliefd, maakt haar wakker met een kus en verslaat de boze koningin.
Speloefening: Sprookjes in 1 minuut
  • Luister goed naar het sprookje en de samenvatting.

  • Ronde 2: Speel het sprookje in 20 seconden.





timer
0:20

Slide 8 - Tekstslide

Roodkapje
Een meisje brengt eten naar haar zieke oma, maar onderweg praat ze met een gemene wolf. De wolf eet de oma op, vermomt zich en wacht Roodkapje nietsvermoedend op in bed. Een oplettende jager hoort het gesnurk, snijdt de buik van de wolf open en redt beiden.
Assepoester
Assepoester wordt door haar gemene stiefmoeder behandeld als stuk stront en mag niet naar het koninklijk bal. Dankzij magie van haar goede fee krijgt ze een prachtige jurk en kan ze toch gaan, mét glazen muiltjes. Ze verliest haar schoentje bij vertrek, waarna de prins haar opspoort en ze nog lang en gelukkig leven.

Sneeuwwitje
 De koningin is jaloers op haar knappe stiefdochter en verband haar uit het paleis (zij vlucht). Zij komt veilig thuis bij zeven dwergen in het bos en zij leven in vrede samen. De stiefmoeder ontdekt dit en vergiftigt Sneeuwwitje met een appel, waarna ze in een diepe slaap valt. Een langskomende prins wordt verliefd, maakt haar wakker met een kus en verslaat de boze koningin.
Speloefening: Schilderij
  • Elke groep heeft een aantal scène ideeën.

  • Kies 1 scène die jullie gaan improviseren.

  • Verdeel de rollen. Bedenk voor jezelf een geheim doel.







Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening: Schilderij
  • 1 speler bekijkt het schilderij van de docent. Let goed op details
                                    van de waar en wat.
  • Deze speler zal dit schilderij uitgebreid beschrijven aan de andere spelers (gebruik je fysiek).
  • De andere spelers spelen een korte scène met deze informatie  (begin-midden-eind).





Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld docent

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speler 1

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speler 2

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speler 3

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening:
Wordt vervolgd
  • 2 duo's spelen dezelfde scène. Duo A speelt het begin en einde
    Duo B speelt het midden.

  • Begin: 3 W's duidelijk maken.
    Midden: Opbouw conflict.
    Einde: Oplossing. Hoe loopt het af?

  • Docent geeft wissel aan.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speltoets (oefenen): Draaideur
  • 4 spelers staan in een vierkant. De voorste 2 spelen hun scène. Je speelt dus 2 verschillende scènes met 2 andere spelers. 

  • Maak de wie, wat, waar snel duidelijk en zorg voor conflict in je scène.

  • Bij +1 of -1 draait de deur en zien wij een andere scène. Je speelt verder waar je scène is gebleven.

Slide 16 - Tekstslide

Voor het oefenen (zeker met beginners):
Spreek af dat elk duo 3x speelt. De docent wisselt op afgesproken momenten:
- Wanneer het begin van de scène duidelijk is (wie, wat en waar).
- Wanneer het midden van de scène op een hoogte punt is (opbouw conflict).
- Wanneer de scène tot een einde komt  (oplossing). Laat de spelers weten dat zij de scène mogen afronden.
Improvisatiekwaliteiten: Waar let ik op?
  • Je kan beter improviseren door te ASSOCIËREN. Geen foute ideeën, maar juist snel duidelijk maken van de wie, wat en waar (3 W's).
  • Je kan improviseren door 'JA' te zeggen. Je geeft SPELAANBOD aan je medespeler. Altijd elkaars SPELAANBOD ACCEPTEREN en niet blokkeren. 
  • Je kan improviseren door SAMEN te blijven bouwen: Spelsituaties uitbeelden m.b.v. fysiekhouding, gebaren, mimiek en stem. Gebruik je verbeelding en speel spannende, verrassende, grappige momenten.
  • Je bent goed verstaanbaar, zichtbaar en geconcentreerd aan het spelen.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afronding les 3
Heeft de docent groepjes voor de improvisatie speltoets opgeschreven?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies