6.1 Licht en schaduw

6.1 Licht en schaduw
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

6.1 Licht en schaduw

Slide 1 - Tekstslide

Lesopbouw
Voorkennis ophalen
Doelen
Uitleg
Zelfstandig werk
Lesafsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Doelen:

Aan het einde van de les kan ik:
1. voorbeelden noemen van natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen.
2. schematische lichtstralen tekenen.
3. uitleggen hoe je voorwerpen om je heen kunt zien die zelf geen licht geven.
4. de schaduw van een voorwerp tekenen.
5. uitleggen welke schaduwbeelden ontstaan als een voorwerp verlicht wordt door één lamp of door twee lampen.

Slide 4 - Tekstslide

Lichtbron
Een voorwerp dat zelf licht geeft, noem je een lichtbron.
 De zon en de sterren zijn natuurlijke lichtbronnen. 
Kaarsen, lampen en tl-buizen zijn kunstmatige lichtbronnen (door de mens gemaakt).

Slide 5 - Tekstslide

De maan
De maan geeft zelf geen licht maar kaatst het licht van de zon terug. 

Slide 6 - Tekstslide

Directe lichtbronnen =
Lamp, zon, tv scherm =
Alles wat zelf licht geeft
Indirecte lichtbronnen =
De maan, mensen, dieren =
Alle voorwerpen die licht weerkaatsen

Slide 7 - Tekstslide

Lichtstralen
Licht schijnt alle kanten op. Licht beweegt langs rechte lijnen. Deze lichtstralen kan je tekenen zoals hiernaast. 
Je ziet de lamp als een deel van het licht in je ogen valt. 
De lichtstralen bewegen steeds verder uit elkaar. Daarom is het licht zwakker hoe verder je van de lichtbron staat. 

Slide 8 - Tekstslide

Voorwerpen die zelf geen licht geven
De meeste dingen om je heen geven zelf geen licht. Je kunt ze alleen zien wanneer ze verlicht worden. Het licht dat op het voorwerp valt, wordt dan in alle richtingen teruggekaatst. In de natuurkunde zeg je dan dat het licht diffuus teruggekaatst wordt. Je ziet het voorwerp als een deel van dit teruggekaatste licht in je ogen valt.

Slide 9 - Tekstslide

Schaduw
Als een voorwerp het licht tegenhoudt, ontstaat er een schaduw. Dat is waar het licht niet rechtstreeks kan komen. 

Slide 10 - Tekstslide

Schaduw tekenen
Als we een schaduw van een voorwerp willen tekenen dan hebben we 2 stralen nodig: de randstralen
Vervolgens kleur je de schaduwplek in met een potlood.

Slide 11 - Tekstslide

Schaduw tekenen
Om een schaduw te tekenen volg je 2 stappen:

1) Teken de lichtstralen die net niet door het voorwerp tegengehouden worden. Deze heten de randstralen.

2) Kleur het gebied achter het voorwerp dat tussen de twee randstralen in ligt. Dit is het gebied waar het licht niet rechtstreeks kan komen: het schaduwgebied.
Lichtbron
Voorwerp
Schaduwgebied
Randstraal
Randstraal

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Soorten schaduw
Maar soms heb je meerdere, of een grote lichtbron. 

Dan krijg je verschillende soorten schaduw. 

Achter een ondoorzichtig voorwerp ontstaat schaduw omdat het licht wat er opvalt er niet doorheen kan.

Slide 14 - Tekstslide

Soorten schaduw
  • Halfschaduw: Een schaduw 
       waar niet alle lichtbronnen schijnen.
  • Kernschaduw: een schaduw waar geen enkele lichtbron schijnt.

Slide 15 - Tekstslide

Één lichtbron
Twee lichtbronnen

Slide 16 - Tekstslide

Aan de slag
Lees blz 74 - 76
Maak opdr 1 t/m 14

Slide 17 - Tekstslide

Doelen:

Aan het einde van de les kan ik:
1. voorbeelden noemen van natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen.
2. schematische lichtstralen tekenen.
3. uitleggen hoe je voorwerpen om je heen kunt zien die zelf geen licht geven.
4. de schaduw van een voorwerp tekenen.
5. uitleggen welke schaduwbeelden ontstaan als een voorwerp verlicht wordt door één lamp of door twee lampen.

Slide 18 - Tekstslide