Les van 1 april

Les van 1 april

Wat gaan we doen?

- Taaltest;

 - Introductie thema 6 (Ik weet);

- Woordbenoeming: bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden; 

- Nieuwsbegrip;

- Dictee;

- Spelling: afronding Thema 4;

1 / 39
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlands8th Grade

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Les van 1 april

Wat gaan we doen?

- Taaltest;

 - Introductie thema 6 (Ik weet);

- Woordbenoeming: bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden; 

- Nieuwsbegrip;

- Dictee;

- Spelling: afronding Thema 4;

Taaltest


Ik deel even een ander scherm met je

Nieuw Thema: Ik weet


Pak het nieuwe Taalboekje (Thema 6): "Ik weet" er maar bij.

Nieuw Thema: Ik weet

Dit thema gaat over informeren. 


- Denk terug aan de laatste keer dat je informatie kreeg;

- Waar ging het over?;

- Hoe kreeg je die informatie?;

- Begreep je die informatie goed?;

- Ben jij goed in informatie geven?

Woordenschat


We gaan kijken naar de woordenschatwoorden bij de tekst "De banen van de toekomst".

Woordenschat


Ga naar blz. 10 van je nieuwe Taalboek Thema 6 en maak oefening 1.

Woordenschat


Zet het goede woord achter de zin:

Vroeger vonden mensen roken stoer, maar nu niet meer. Kies uit: de beeldvorming, de sensor, van wanten weten

Mensen van mijn leeftijd zijn vaak begaan met het klimaat. Kies uit: de generatie, de sensor, uitsluitend

Woordenschat


Ga naar blz. 11 van je nieuwe Taalboek Thema 6 en maak oefening 2 af en daarna oefening 3.

Woordbenoeming


Pak je woordbenoemingsdocument er maar weer bij.


Woordbenoeming

Ik deel even een ander scherm met je.


We kijken weer even naar het woordbenoemingsdocument via ander scherm (zie les van 7 januari m.b.t. woordbenoeming)

Woordbenoeming


Wat is een bijvoeglijk naamwoord ook alweer?

Woordbenoeming


Een bijvoeglijk naamwoord (bnw)


 Vertelt iets over een zelfstandig naamwoord:

Aardig, rood, klein, mooi, koud etc.

Een aardig meisje.

Een rode trui.

Woordbenoeming


Soms kan een bijvoeglijk naamwoord (bnw) weggelaten worden


Ik heb een zware tas en een lichte. 


Je kunt hier het woord 'tas' weglaten.





Woordbenoeming


Ik heb een rode en een blauwe jas.


Ook hier kun je het woord 'jas' weghalen


Toch blijft 'rode' een bvn, ondanks dat er geen zelfstandig naamwoord achter staat.



Woordbenoeming


Ga naar blz. 6 van je nieuwe Taalboek Thema 6 en maak oefening 1.

Woordbenoeming


Maak vervolgens op dezelfde blz. oefening 2.

Woordbenoeming


Wat is een bijwoord?

Woordbenoeming

Een bijwoord is een woord dat extra informatie geeft over een 

 in de zin, meestal bij een werkwoord (ww) of een bijvoeglijk naamwoord (bvn). 


Het woord ‘niet’ is ook een bijwoord


Woordbenoeming


Hij roept hard naar het publiek.

 

Zij vertelt een erg grappige mop.


Op klompen kun je niet rennen.



Woordbenoeming


Hij roept hard naar het publiek.

 

Zij vertelt een erg grappige mop.


Op klompen kun je niet rennen.



Woordbenoeming


Ga naar blz. 14 van je nieuwe Taalboek Thema 6 en maak 

 “eerst proberen” en daarna oefening 1.

Klein dictee

We gaan weer even een klein dictee doen. We doen dat zoals we dat altijd doen: ik lees alles eerst voor en jij typt alle en daarna druk je op 'send'.


Spelling


We gaan nog even oefenen met het voltooid deelwoord.


Volgende week ronden we Thema 4 af met een dictee.

Hij heeft het antwoord (voorzeggen).

De wielrenners hebben goed ........ .

A

gekoersd

B

gekoersdt

C

gekoerst

D


Tims broer heeft in het weekend in een supermarkt _______ (werken).

De examenkandidaat was goed voorbereid en ........ alle vragen in minder dan een uur. beantwoordde

A

beantwoordt

B

beantwoordde

C

beantwoorde

D

beantwoord

Iedereen heeft tijdens de weekendpraat veel (vertellen) __________________.

Greet heeft graag met haar goede vriendin........

A

gegiegelt

B

gegiechelt

C

gegiecheld

D

gegiecheld

De vorige keer heeft Anna het meteen __________ (raden).

De poes is ...........

A

weglopen

B

weggelope

C

weggelopen

D

weggelooppen

Het vliegtuig is tien minuten geleden ________ (landen)

Hij is de hele weg ........

A

achtervolgt

B

geachtervolgd

C

geachtervolgt

D

achtervolgd

Nieuwsbegrip


We gaan verder met de wolf.

https://iframe.mediadelivery.net/play/327691/96459291-a352-42ec-9898-6f57afec4f13

Nieuwsbegrip

Je krijgt een nieuwe leestekst met nieuwe opdrachten.


Lever deze voor de volgende les bij mij in via eliane@nederlandseschool.com