In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
Meten en Meetkunde - Tijd
Workshop rekenen
Slide 1 - Tekstslide
Wat gaan we doen vandaag?
We leren digitaal en analoog
klokkijken!
Slide 2 - Tekstslide
Tijd...
Als je wilt zeggen hoe laat het is of hoe lang iets duurt, heb je het over tijd. Je kunt dan de woorden seconde, minuut, uur, dag, week, maand, jaar en etmaal gebruiken.
Slide 3 - Tekstslide
timer
1:00
jaar
decennium
eeuw
millennium
kwartaal
etmaal
maand
100 jaar
1000 jaar
30 dagen
10 jaar
3 maanden
24 uur
52 weken
Slide 4 - Sleepvraag
De tijd is nu 15.20. Om 16.30 begint de voetbalwedstrijd. Hoeveel minuten duurt dat nog?
A
50
B
60
C
70
D
80
Slide 5 - Quizvraag
Om 20:00 uur begint op RTV Rijnmond het journaal. Het is nu tien voor half acht. Over hoeveel minuten begint het Journaal?
A
40 minuten
B
60 minuten
C
30 minuten
D
45 minuten
Slide 6 - Quizvraag
Klok met wijzers
Een klok heeft een kleine en een grote wijzer. Je gaat nu eerst klokkijken met de kleine wijzer.
De kleine wijzer geeft de uren aan. Op een klok staan 12 uren. Een dag duurt 24 uur, daarom gaat de kleine wijzer in een dag 2 keer rond.
Slide 7 - Tekstslide
Hoelaat is het op deze klok?
A
9 uur
B
6 uur
C
7 uur
D
8 uur
Slide 8 - Quizvraag
De grote wijzer op de klok
Er zit ook een grote wijzer op de klok. Met de grote wijzer kun je preciezer aflezen hoe laat het is.
De grote wijzer gaat in een uur helemaal rond.
Tussen 4 uur en 5 uur gaat de kleine wijzer van de 4 naar de 5. Ondertussen gaat de grote wijzer helemaal rond.
Slide 9 - Tekstslide
Aan de grote wijzer kun je precies zien of het een heel uur of een half uur is.
Slide 10 - Tekstslide
Kwart voor en kwart over
Als de grote wijzer op 15 minuten over het hele uur staat, noem je dat kwart over.
Als de grote wijzer op 15 minuten voor het hele uur staat, noem je dat kwart voor.
Slide 11 - Tekstslide
Hoe laat is het op deze klok?
Slide 12 - Open vraag
Hoe laat is het op deze klok?
Slide 13 - Open vraag
:
:
Maak twee kloppende tijden bij de tijd op de klok.
10
10
10
22
2
20
5
2
Slide 14 - Sleepvraag
:
:
Maak twee kloppende tijden bij de tijd op de klok.
10
10
10
22
2
20
5
2
Slide 15 - Sleepvraag
De digitale klok
Er zijn ook digitale klokken. Op een digitale klok geeft het getal voor de : de uren aan. Als er 00 achter de : staat, is het een heel uur.
Het is 9 uur.
Slide 16 - Tekstslide
Hoe laat is het op deze klok?
A
12 uur 's middags
B
12 uur 's nachts
C
2 uur 's middags
D
1 uur 's middags
Slide 17 - Quizvraag
Hoe laat is het op de klok?
A
kwart voor 11
B
11 minuten over 15
C
5 voor half 12
D
kwart over 11
Slide 18 - Quizvraag
Welke klokken horen bij elkaar? Sleep de digitale klok.
11 : 00
18:00
21:00
Slide 19 - Sleepvraag
09:00
12:30
22:30
17:30
17:00
Sleep de klokken naar de juiste tijd.
Slide 20 - Sleepvraag
Dagdeel
Een dag heeft 24 uur. Op een digitale klok kunnen al deze uren staan. Aan de tijd op een digitale klok kun je zien wel dagdeel het is.
Je ziet bijvoorbeeld dat 14:00 tussen 12:00 en 18:00 uur is. 14:00 is 's middags.
Slide 21 - Tekstslide
ochtend
middag
avond
nacht
04.30
09.45
21.10
16.50
Slide 22 - Sleepvraag
Minuten aflezen op de klok
Op een digitale klok kun je na de : de minuten aflezen. Dit kan je ook op een analoog klok.