Genitive - 's

Genitive
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Genitive

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

GENITIVE
(bezitsvorm)

Slide 3 - Tekstslide

Genitive (bezitsvorm)

personen en dieren in enkelvoud & meervoud (niet eindigend op -s)

Tims fiets. - Tim's bike.
De kats snorharen. - The cat's whiskers.
Het schapenwol. - The sheep's wool.

's

Slide 4 - Tekstslide

Genitive (bezitsvorm)


personen en dieren in meervoud
die op -s eindigen

Mijn ouders huis. - My parents' house.
Het feest van zijn broers. - His brothers' party.
'

Slide 5 - Tekstslide

Genitive (bezitsvorm)

dingen of geografische namen
iets is van iets

Het dak van het huis. - The roof of the house.
De haven van Calais. - The harbour of Calais.
De Deurnese molen. - The mill of Deurne.
of

Slide 6 - Tekstslide

Jill is my ......friend.
A
sister's
B
sisters

Slide 7 - Quizvraag

Which is correct?
A
The name of the ship
B
The ship's name

Slide 8 - Quizvraag

These are our ...... cats.
A
friend's
B
friends
C
friends of

Slide 9 - Quizvraag

Which is correct?
A
England's capital
B
The capital of England

Slide 10 - Quizvraag

...... whiskers.
A
Tobias'
B
Tobias's

Slide 11 - Quizvraag

Which is correct?
A
The country's flag.
B
The flag of the country.

Slide 12 - Quizvraag

Where is the ...... shower?
A
ladies
B
ladies'
C
ladies's

Slide 13 - Quizvraag

The ...... toilet.
A
men's
B
mens
C
mens'

Slide 14 - Quizvraag

Which is correct?
A
The window of the room
B
The room's window

Slide 15 - Quizvraag

Which is correct?
A
The car's wheel.
B
The wheel of the car.

Slide 16 - Quizvraag

Which is correct?
A
The capital of United Kingdom.
B
The United Kingdom's capital.

Slide 17 - Quizvraag

The ...... necks are long.
A
giraffes
B
giraffe's
C
giraffes'

Slide 18 - Quizvraag

The ...... bedroom is upstairs.
A
childrens
B
children's
C
childrens'

Slide 19 - Quizvraag

Which is correct?
A
The coat's zipper
B
The zipper of the coat.

Slide 20 - Quizvraag

Prince ...... crown.
A
Charles's
B
Charles'

Slide 21 - Quizvraag

The ...... dogs.
A
queens
B
queens'
C
queen's

Slide 22 - Quizvraag

SAMENVATTING

's = bezit
's = iets is van één persoon / dier (enkelvoud)
Eline's jacket

' = bezit en eindigt op s
' = iets is van personen / dieren (meervoud of eindigt op s)
the boys' car
Rens' bike


of = bezit
of = iets is van dingen / geografische namen
the wheels of the car
the schools of Deurne

Slide 23 - Tekstslide

Ik weet wanneer ik 's / ' / of moet gebruiken
A
ja
B
nee
C
een beetje

Slide 24 - Quizvraag