H14 rechtshandelingen deel 2

vorige les
  • feitelijke handelingen en rechtshandelingen 
  • rechtshandelingen indelen in eenzijdig en meerzijdig
  • vereisten voor een rechtshandeling benoemen en uitleggen 
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
HandelMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

vorige les
  • feitelijke handelingen en rechtshandelingen 
  • rechtshandelingen indelen in eenzijdig en meerzijdig
  • vereisten voor een rechtshandeling benoemen en uitleggen 

Slide 1 - Tekstslide

wat is een rechtshandeling?

Slide 2 - Open vraag

rechtshandeling =>
een handeling met bedoeld rechtsgevolg 

Slide 3 - Tekstslide

handeling
handeling met niet bedoeld rechtsgevolg is geen rechtshandeling 

Slide 4 - Tekstslide

wat zijn de vereisten voor een rechtshandeling
(wat is nodig voor een geldige rechtshandeling)?

Slide 5 - Open vraag

vereisten voor een rechtshandeling
  1. handelingsbekwaam
  2. handelingsbevoegd
  3. een op het rechtsgevolg gerichte wil
  4. wilsverklaring

Slide 6 - Tekstslide

Hoofdstuk 14
Vandaag => verder met "wil" en "verklaring"

=> wat als iemand iets anders verklaart dan hij werkelijk wil?
=> iemand zegt iets anders dan hij bedoelt

Slide 7 - Tekstslide

Hoofdstuk 14
Leerdoelen: je kan
  • het vertrouwensbeginsel en de vergissing uitleggen
  • verklaren hoe rechtshandelingen nietig of vernietigbaar kunnen zijn
  • uitleggen wat het verschil is tussen nietig en vernietigbaarheid

Slide 8 - Tekstslide

verkeerde prijs op het prijskaartje 
=> werkelijke prijs is € 89,95 => wat nu??

Slide 9 - Tekstslide

moet winkel verkopen voor € 79,95? 
of moet klant € 89,95 betalen?

Slide 10 - Tekstslide

wil van verkoper (verkoopprijs € 89,95) 

stemt niet overeen met zijn 

wilsverklaring (prijskaartje € 79,95)

=> wilsgebrek

Slide 11 - Tekstslide

wil en wilsverklaring stemmen niet overeen

mag koper vertrouwen op de wilsverklaring? 
(= prijskaartje € 79,95)

Slide 12 - Tekstslide

zoek op en lees!

het antwoord staat in art. 3: 35 BW

wat staat er?

Slide 13 - Tekstslide

art. 3: 35 BW: vertrouwensbeginsel
  • als je de wilsverklaring 
  • redelijkerwijs 
  • zo mocht begrijpen als je hebt gedaan,
  • dan kan de wederpartij geen beroep doen 
  • op het ontbreken van zijn wil

Slide 14 - Tekstslide

wilsgebrek <=> vertrouwensbeginsel
als je redelijkerwijs mocht 
vertrouwen dat de verkoopprijs
€ 79,95 was, dan moet verkoper
het item voor die prijs aan jou 
verkopen

Slide 15 - Tekstslide

bij enorm prijsverschil => € 579,95 i.p.v. € 79,95 
=> mag je niet meer vertrouwen

Slide 16 - Tekstslide

Boom, hoofdstuk 14
maken opdrachten 9 en 10 
10 minuten

daarna verder met theorie =>
nietige rechtshandeling
vernietigbare rechtshandeling

Slide 17 - Tekstslide

nietige rechtshandeling (rh)
=> 
rh is nooit geldig geweest
=>
door handelingsonbevoegde
of
in strijd met openbare orde, goede zeden of de wet
vernietigbare rechtshandeling
=>
rh is geldig maar vernietigbaar
=>
handelingsonbekwame
of
art. 1: 88 BW
of
wilsgebrek

Slide 18 - Tekstslide

nietige rechtshandeling 
=> 
voorbeeld:
samenlevingscontract => bij einde samenwoning moet ex vergoeding betalen over jaren van samenwoning
rb Rotterdam 6-9-2017, ECLI:NL:RBROT:2017, 6670


vernietigbare rechtshandeling
=>
voorbeeld: 
16-jarige koopt auto
ouders kunnen koop vernietigen
=>
gevolg:
geld terug + auto terug

 


Slide 19 - Tekstslide

nietig <=> vernietigbaar

wat is het verschil tussen nietige rechtshandeling en vernietigbare rechtshandeling?

Slide 20 - Tekstslide

nietige rechtshandeling 
=> 
rechtshandeling is vanaf begin ongeldig



vernietigbare rechtshandeling
=>
rechtshandeling is geldig maar kan ongedaan worden gemaakt
=> 
actie nodig
 

 


Slide 21 - Tekstslide

nietige rechtshandeling 
=> 
rechtshandeling is vanaf begin ongeldig
=>
bepaling in contract dat ex vergoeding moet betalen over jaren van samenwoning is ongeldig



vernietigbare rechtshandeling
=>
rechtshandeling is geldig 
=> 
beroep op vernietigbaarheid
=>
 16-jarige koopt auto

ouders vernietigen koop 
=> geld terug + auto terug



Slide 22 - Tekstslide

een wilsverklaring is
A
dat wat iemand wil
B
de uiting van iemands wil

Slide 23 - Quizvraag

een nietige rechtshandeling is
A
vanaf aanvang geldig
B
vanaf aanvang ongeldig

Slide 24 - Quizvraag

een vernietigbare rechtshandeling
A
is geldig
B
is vanaf aanvang ongeldig
C
kan vernietigd worden door beroep te doen op de vernietigbaarheid
D
is nietig

Slide 25 - Quizvraag


je kan geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel als
A
je wist dat de verklaring niet overeenstemde met de wil
B
je wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de verklaring niet overeenstemde met de wil
C
de rechtshandeling vernietigbaar is
D
het een meerzijdige rechtshandeling betreft

Slide 26 - Quizvraag

Een voorbeeld van een eenzijdige rechtshandeling is:
A
Marloes die haar fiets verkoopt aan Tina
B
Jasper die zijn testament laat opmaken door de notaris
C
Ibrahim die door een scooter wordt aangereden
D
Jan die de bal door de ruit van de buren schiet

Slide 27 - Quizvraag

waar of niet waar?

als je handelingsbekwaam bent, dan ben je altijd handelingsbevoegd
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 28 - Quizvraag

Stefanie heeft een snackbar. Als Stefanie een ijsje verkoopt aan Bart, verricht zij dan een meerzijdige rechtshandeling?
A
nee, dit is een feitelijke handeling
B
ja, een koopovereenkomst sluiten is een rechtshandeling en er is meer dan èèn partij betrokken
C
nee, een koopovereenkomst is een eenzijdige rechtshandeling

Slide 29 - Quizvraag

Hoofdstuk 14
Leerdoelen: je kan

  • het vertrouwensbeginsel en de vergissing uitleggen
  • verklaren hoe rechtshandelingen nietig of vernietigbaar kunnen zijn
  • uitleggen wat het verschil is tussen nietig en vernietigbaarheid

Slide 30 - Tekstslide

Hoofdstuk 14
Leerdoelen: je kan

  • het vertrouwensbeginsel en de vergissing uitleggen
  • verklaren hoe rechtshandelingen nietig of vernietigbaar kunnen zijn
  • uitleggen wat het verschil is tussen nietig en vernietigbaarheid

Slide 31 - Tekstslide

huiswerk deze week
lezen Hoofdstuk 14 => vier wilsgebreken: bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden en dwaling


maken Hoofdstuk 14 => Opdracht 9 t/m 15 +
Hoofdstuk 15 => Opdracht 1 t/m 10 



Slide 32 - Tekstslide