Großbuchstaben + Schreiben: Formular ausfüllen + Einladung schreiben

Herzlich Willkommen!
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Herzlich Willkommen!

Slide 1 - Tekstslide

Programm für heute
  • Wiederholung: hoofdletters
  • Schreiben A - Formular ausfüllen
  • Schreiben B - Jemanden einladen für Fest

Slide 2 - Tekstslide

Am Ende der Stunde:
- Je kunt hoofdletters en interpunctie goed gebruiken.
- Kun je een Duits formulier begrijpen en er zelf eentje invullen.
- Je kunt een korte tekst waarin je een vriend voor een themafeest uitnodigt.





Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Wanneer gebruik je een hoofdletter?

Slide 5 - Woordweb

Hoofdlettergebruik in het Duits
Bekijk volgende zinnen:

  1. Wir lernen Deutsch in der Schule. 
  2. Heute macht Anna einen Schulausflug nach Berlin. 

Wat valt op?

Slide 6 - Tekstslide

Wanneer een hoofdletter:
1. Aan het begin van de zin. 
2. Namen, plaatsnamen, merken etc. 
3. Zelfstandige naamwoorden. 

Slide 7 - Tekstslide

Het zelfstandig naamwoord
Zelfstandige naamwoorden zijn woorden die 'een zelfstandigheid' aanduiden; dat kunnen concrete zaken zijn als mensen (Mann, Ineke), dieren (Hund, Katze) en dingen (Restaurant, Fleisch), maar ook plaatsen (Doetinchem, Frankreich). Zelfstandige naamwoorden wordenmeestal gecombineerd worden met een van de lidwoorden de, het of een: de kast, het geluk, een week (DU = der, die & das)

Slide 8 - Tekstslide

Wel of geen hoofdletter?
A
der erwachsene
B
der Erwachsene

Slide 9 - Quizvraag

Wel of geen hoofdletter?
A
die pommes
B
die Pommes

Slide 10 - Quizvraag

Wel of geen hoofdletter?
A
zehn
B
Zehn

Slide 11 - Quizvraag

Wel of geen hoofdletter?
A
heiß
B
Heiß

Slide 12 - Quizvraag

Wel of geen hoofdletter?
A
emmerich
B
Emmerich

Slide 13 - Quizvraag

Wel of geen hoofdletter?
A
das kind
B
das Kind

Slide 14 - Quizvraag

Formulare ausfüllen
Oft eine Examenaufgabe, aber wie macht man das

Slide 15 - Tekstslide

In welke situaties vul je eigenlijk een (online) formulier in?

Slide 16 - Open vraag

Waar moet je aan denken en wat vul je in bij het invullen van een formulier?

Slide 17 - Open vraag

Slide 18 - Tekstslide

Name

Slide 19 - Open vraag

Anrede

Slide 20 - Open vraag

Anreise

Slide 21 - Open vraag

Erwachsene

Slide 22 - Open vraag

PLZ

Slide 23 - Open vraag

Ort

Slide 24 - Open vraag

Bij de kruisjes: Wohnmobil(e)

Slide 25 - Open vraag

Formular verstehen und ausfüllen
1. Lese die Aufgaben - Dort findest du die Daten (gegevens) 
2. Fülle das Formular von Aufgabe 2.1.3 aus.

Denke an die Begriffe, die wir besprochen haben.
timer
5:00

Slide 26 - Tekstslide

Ein kurzer Bericht schreiben
Jemanden einladen (uitnodigen)

Slide 27 - Tekstslide

Hoe open je een kort bericht aan iemand in het Duits?

Slide 28 - Woordweb

Hoe sluit je een bericht aan een vriend af in het Duits?

Slide 29 - Woordweb

Wie sagt man auf Deutsch: Ik nodig je van harte uit.
A
Ich empfehle dich.
B
Du kommst.
C
Ich lade dich herzlich ein.
D
Nimm deine Badehose mit.

Slide 30 - Quizvraag

Wie sagt man auf Deutsch: Het feest begint om ....
A
Das Fest beginnt um .... Uhr.
B
Du kommst um .... Uhr.
C
Kommst du auch?
D
Die Party fängt um .... an.

Slide 31 - Quizvraag

Wie sagt man auf Deutsch: Het thema is ...
A
Das Thema ist ....
B
Die Themen sind .....

Slide 32 - Quizvraag

Wie fragt man auf Deutsch: Kom jij ook?
A
Kommen Sie auch?
B
Komme ich auch?
C
Kommst du auch?
D
Kommt dein Freund auch?

Slide 33 - Quizvraag

Situation: Je nodigt een klasgenoot via Whatsapp uit voor een feestje waarbij je typisch Duits eten gaat maken. Je stuurt de uitnodiging in het Duits.

Aufgabe: Schrijf een bericht waarin je een klasgenoot uitnodigt voor het feestje. Verwerk de volgende punten:
- Begin je bericht met een passende opening.
- Zeg dat je hem/haar wilt uitnodigen (einladen) voor een feestje.
- Zeg dat het thema Duitsland is.
- Noem een tijd waarop het feest begint.
- Schrijf welk Duits gerecht je gaat maken. En vertel wat het dessert is.
- Vraag of de persoon komt.
- Sluit af met een groet.
 
Feedback op: Woordgebruik, aanpassen aan de persoon (formeel/informeel), zinsbouw 
Lever de opdracht uiterlijk woe 08-04, 23:59 in via It's Learning.

Slide 34 - Tekstslide