Leren leren: Les 1

LEREN LEREN

LEREN PLANNEN - LEREN LEREN – LEREN LEVEN

1 / 20
volgende
Slide 1: Slide
newEditorLeren lerenSecundair onderwijsTechnisch secundair onderwijsLeerjaar 6

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

LEREN LEREN

LEREN PLANNEN - LEREN LEREN – LEREN LEVEN

“Intelligentie is niet iets vaststaand, maar iets dat groeit met elke uitdaging.”

Carol Dweck -

Betekenis?


Vijf stappen, één logische route

Eerst kijken we naar onszelf. Daarna kiezen we wat we willen veranderen.



JEZELF KENNEN

1

Wie ben ik? Wat gaat goed? Wat kan beter?


REFLECTIECIRKEL

2

Hoe gaat het met mijn motivatie en leergewoonten?


BESLISSINGSBALANS

3

Waarom wil ik iets veranderen?


ACTIEPLAN

4

Waar wil ik naartoe en welke doelen kies ik?


LEERPLAN

5

Wat ga ik doen en welke hulp heb ik nodig?

Werkblad 1: JEZELF KENNEN

Wie ben jij als persoon en als leerling?


Denk na over jezelf.

• Waar ben jij goed in?

• Wat doe je graag?

• Waar ben je trots op?

• Wat kan beter?

• Wat stel je soms uit?

DIT BEN IK

Mijn talenten, interesses en trots

DIT GAAT GOED

Wat lukt al vlot?

DIT KAN BETER

Waar wil ik in groeien?

Werkblad 2: REFLECTIECIRKEL MOTIVATIE

Geef jezelf per stelling een eerlijke score van 1 tot 10.


Hoe vul je de cirkel in?

• Lees de tien stellingen rond de cirkel.

• Geef jezelf per stelling een score.

• Kleur elk onderdeel in tot aan jouw score.

1

Dit lukt mij nog niet

4

Dit lukt mij soms

7

Dit lukt mij heel goed

Er zijn geen goede of foute antwoorden. Wees eerlijk voor jezelf.

Wat valt jou op?

Je cirkel hoeft niet overal even groot te zijn.


Kijk naar jouw ingevulde cirkel.

• Waar scoor je al sterk?

• Waar zit een lage score?

• Welk onderdeel wil jij verbeteren?

• Welke kleine verandering zou helpen?


Kies één aandachtspunt

Dat aandachtspunt gebruik je op het volgende werkblad.

Werkblad 3: BESLISSINGSBALANS

Waarom zou je jouw huidige gedrag veranderen?


HUIDIGE SITUATIE

Wat doe ik nu?

+ Wat levert dit mij nu op?

– Welke prijs betaal ik later?

GEWENSTE SITUATIE

Wat wil ik anders doen?

– Waar zie ik tegenop?

+ Wat levert de verandering mij op?

Een voorbeeld: minder uitstellen

De voor- en nadelen worden pas duidelijk wanneer je ze opschrijft.


NU

Ik begin de avond voor een toets.

Voordeel op korte termijn

Ik heb eerst meer vrije tijd.

Nadeel op lange termijn

Ik heb stress en ken niet alles.

STRAKS

Ik begin vijf dagen voor een toets.

Nadeel op korte termijn

Ik moet vroeger beginnen.

Voordeel op lange termijn

Ik heb minder stress en onthoud meer.

Waar wil jij over één jaar staan?

Stel: het is exact één jaar later en je bent echt gegroeid als leerling.


Wat is er veranderd?

beter plannen

minder uitstellen

weten hoe je studeert

hulp durven vragen

meer zelfvertrouwen

zelfstandiger werken

Schrijf iets op waar jij zélf echt aan wilt veranderen.

Wat is een doel?


Een doel is iets wat je wilt bereiken.

VAAG

“Ik wil minder uitstellen.”

CONCREET

“De komende maand begin ik vijf dagen

voor iedere toets met studeren.”

Van vaag naar bruikbaar

Een goed doel helpt je ook nadenken over de weg ernaartoe.


1

WAT?

Wat wil ik bereiken?

2

WANNEER?

Tegen wanneer?

3

HOE?

Wat ga ik doen?

4

HOE VAAK?

Hoe vaak doe ik dat?

Voorbeeld: Tegen december maak ik zelfstandig een examenplanning én voer ik die planning uit.

Maak het kleiner

Kies één of maximaal twee doelen die je dichter bij je grote doel brengen.


Groot doel

Zelfstandig leren studeren

Kleinere doelen

Leren plannen

Mezelf overhoren

Waarom maximaal twee?

Te veel doelen worden al snel een verlanglijstje.

Van dromen naar doen

Een doel verandert pas iets wanneer je weet welk gedrag erbij hoort.


DOEL

Waar wil ik naartoe?

Ik wil minder uitstellen.

ACTIE

Wat ga ik werkelijk doen?

Elke avond om 18.00 uur bekijk ik mijn planning en werk ik één taak af.

Zelfstandig betekent niet alles alleen

Weten wanneer je hulp nodig hebt, is óók zelfstandig leren.


ouders

broer/zus

vriend(in)

klasgenoot

vakleerkracht

leercoach

zorgleerkracht

CLB

iemand anders

Niet: ‘Mijn mama helpt mij.’

Wel: ‘Mijn mama bekijkt op zondag samen met mij mijn planning.’

Werkblad 4: MIJN ACTIEPLAN

Vul de vijf onderdelen in deze volgorde in.


Waar wil ik over één jaar staan?

1

Wat moet ik over drie maanden doen of kunnen?

2

Aan welke doelen werk ik de komende maanden?

3

Wie kan mij helpen en hoe?

4

Hoe vier ik het als ik mijn doelen haal?

5

Gebruik je reflectiecirkel en beslissingsbalans als inspiratie.

Werkblad 5: PERSOONLIJK LEERPLAN

Pagina 1 – Van doelen naar een haalbaar plan


MIJN DOELEN

Wat wil ik deze periode bereiken?

MIJN PLAN

Welke concrete acties ga ik uitvoeren?

HULP VAN LEERKRACHTEN

Wat heb ik van mijn leerkrachten nodig?

PERSOONLIJK LEERPLAN

Pagina 2 – Hulp, motivatie en vooruitkijken


HULP VAN MIJN OUDERS

Wat heb ik nodig?

ANDERE HULP

Wie of wat kan ik nog inzetten?

WAAROM?

Waarom zijn mijn doelen belangrijk?

HOE VOELT HET?

Hoe voelt het als ik mijn doelen behaal?

Welke kleine actie ga jij deze week uitvoeren?

Mijn eerste stap

Een klein begin is ook vooruitgang.