LEREN LEREN
LEREN PLANNEN - LEREN LEREN – LEREN LEVEN
LEREN LEREN
LEREN PLANNEN - LEREN LEREN – LEREN LEVEN
“Intelligentie is niet iets vaststaand, maar iets dat groeit met elke uitdaging.”
– Carol Dweck -
Betekenis?
Vijf stappen, één logische route
Eerst kijken we naar onszelf. Daarna kiezen we wat we willen veranderen.
JEZELF KENNEN
1
Wie ben ik? Wat gaat goed? Wat kan beter?
REFLECTIECIRKEL
2
Hoe gaat het met mijn motivatie en leergewoonten?
BESLISSINGSBALANS
3
Waarom wil ik iets veranderen?
ACTIEPLAN
4
Waar wil ik naartoe en welke doelen kies ik?
LEERPLAN
5
Wat ga ik doen en welke hulp heb ik nodig?
Werkblad 1: JEZELF KENNEN
Wie ben jij als persoon en als leerling?
Denk na over jezelf.
• Waar ben jij goed in?
• Wat doe je graag?
• Waar ben je trots op?
• Wat kan beter?
• Wat stel je soms uit?
DIT BEN IK
Mijn talenten, interesses en trots
DIT GAAT GOED
Wat lukt al vlot?
DIT KAN BETER
Waar wil ik in groeien?
Werkblad 2: REFLECTIECIRKEL MOTIVATIE
Geef jezelf per stelling een eerlijke score van 1 tot 10.
Hoe vul je de cirkel in?
• Lees de tien stellingen rond de cirkel.
• Geef jezelf per stelling een score.
• Kleur elk onderdeel in tot aan jouw score.
1
Dit lukt mij nog niet
4
Dit lukt mij soms
7
Dit lukt mij heel goed
Er zijn geen goede of foute antwoorden. Wees eerlijk voor jezelf.
Wat valt jou op?
Je cirkel hoeft niet overal even groot te zijn.
Kijk naar jouw ingevulde cirkel.
• Waar scoor je al sterk?
• Waar zit een lage score?
• Welk onderdeel wil jij verbeteren?
• Welke kleine verandering zou helpen?
Kies één aandachtspunt
Dat aandachtspunt gebruik je op het volgende werkblad.
Werkblad 3: BESLISSINGSBALANS
Waarom zou je jouw huidige gedrag veranderen?
HUIDIGE SITUATIE
Wat doe ik nu?
+ Wat levert dit mij nu op?
– Welke prijs betaal ik later?
GEWENSTE SITUATIE
Wat wil ik anders doen?
– Waar zie ik tegenop?
+ Wat levert de verandering mij op?
Een voorbeeld: minder uitstellen
De voor- en nadelen worden pas duidelijk wanneer je ze opschrijft.
NU
Ik begin de avond voor een toets.
Voordeel op korte termijn
Ik heb eerst meer vrije tijd.
Nadeel op lange termijn
Ik heb stress en ken niet alles.
STRAKS
Ik begin vijf dagen voor een toets.
Nadeel op korte termijn
Ik moet vroeger beginnen.
Voordeel op lange termijn
Ik heb minder stress en onthoud meer.
Waar wil jij over één jaar staan?
Stel: het is exact één jaar later en je bent echt gegroeid als leerling.
Wat is er veranderd?
beter plannen
minder uitstellen
weten hoe je studeert
hulp durven vragen
meer zelfvertrouwen
zelfstandiger werken
Schrijf iets op waar jij zélf echt aan wilt veranderen.
Wat is een doel?
Een doel is iets wat je wilt bereiken.
VAAG
“Ik wil minder uitstellen.”
→
CONCREET
“De komende maand begin ik vijf dagen
voor iedere toets met studeren.”
Van vaag naar bruikbaar
Een goed doel helpt je ook nadenken over de weg ernaartoe.
1
WAT?
Wat wil ik bereiken?
2
WANNEER?
Tegen wanneer?
3
HOE?
Wat ga ik doen?
4
HOE VAAK?
Hoe vaak doe ik dat?
Voorbeeld: Tegen december maak ik zelfstandig een examenplanning én voer ik die planning uit.
Maak het kleiner
Kies één of maximaal twee doelen die je dichter bij je grote doel brengen.
Groot doel
Zelfstandig leren studeren
→
Kleinere doelen
Leren plannen
Mezelf overhoren
Waarom maximaal twee?
Te veel doelen worden al snel een verlanglijstje.
Van dromen naar doen
Een doel verandert pas iets wanneer je weet welk gedrag erbij hoort.
DOEL
Waar wil ik naartoe?
Ik wil minder uitstellen.
→
ACTIE
Wat ga ik werkelijk doen?
Elke avond om 18.00 uur bekijk ik mijn planning en werk ik één taak af.
Zelfstandig betekent niet alles alleen
Weten wanneer je hulp nodig hebt, is óók zelfstandig leren.
ouders
broer/zus
vriend(in)
klasgenoot
vakleerkracht
leercoach
zorgleerkracht
CLB
iemand anders
Niet: ‘Mijn mama helpt mij.’
Wel: ‘Mijn mama bekijkt op zondag samen met mij mijn planning.’
Werkblad 4: MIJN ACTIEPLAN
Vul de vijf onderdelen in deze volgorde in.
Waar wil ik over één jaar staan?
1
Wat moet ik over drie maanden doen of kunnen?
2
Aan welke doelen werk ik de komende maanden?
3
Wie kan mij helpen en hoe?
4
Hoe vier ik het als ik mijn doelen haal?
5
Gebruik je reflectiecirkel en beslissingsbalans als inspiratie.
Werkblad 5: PERSOONLIJK LEERPLAN
Pagina 1 – Van doelen naar een haalbaar plan
MIJN DOELEN
Wat wil ik deze periode bereiken?
MIJN PLAN
Welke concrete acties ga ik uitvoeren?
HULP VAN LEERKRACHTEN
Wat heb ik van mijn leerkrachten nodig?
PERSOONLIJK LEERPLAN
Pagina 2 – Hulp, motivatie en vooruitkijken
HULP VAN MIJN OUDERS
Wat heb ik nodig?
ANDERE HULP
Wie of wat kan ik nog inzetten?
WAAROM?
Waarom zijn mijn doelen belangrijk?
HOE VOELT HET?
Hoe voelt het als ik mijn doelen behaal?
Welke kleine actie ga jij deze week uitvoeren?
Mijn eerste stap
Een klein begin is ook vooruitgang.