Ergonomie

Ergonomie 




Kubra Tasdelen
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Ergonomie 




Kubra Tasdelen

Slide 1 - Tekstslide

Aan het einde van de les... 
  • Weet je waar je terecht kan met ergonomie
  • Weet je wat het begrip ergonomie betekend 
  • Weet je wat je met het wet Arbowet kunt doen
  • Weet je wat preventie bij ergonomie is
  • Weet je minimaal 3 gevaarsymbolen met plaatje 

Slide 2 - Tekstslide

Ergonomie

Slide 3 - Woordweb

Wat is ergonomie?
Tijdens je werk gebruik je je lichaam. Hier moet je verstandig mee omgaan. Je moet je lichaam zo gebruiken dat je gezond blijft.

Het werken zo aanpassen, dat het door mensen goed kan worden uitgevoerd.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Ben je dagelijks bezig met ergonomie denk je?
A
JA
B
NEE

Slide 6 - Quizvraag

Heeft iemand in je omgeving een eigen bedrijf? Zo ja wie en wat voor bedrijf?

Slide 7 - Open vraag

Wet- en regelgeving
Arbeidsomstandighedenwet --> Arbowet
Deze wet heeft een preventief doel
Preventie --> voorkomen van
Doel --> voorkomen van ongevallen en ziekten die het werk veroorzaakt

Punten waarop gelet wordt:
- Zitten
- Tillen, trekken, duwen, heffen
- Gebruik van materiaal

Slide 8 - Tekstslide

Noem twee manieren waarop jij zelf voor een goede werkomgeving kunt zorgen
(Denk aan je baan of baan in de zorg)

Slide 9 - Open vraag

Wat is preventie?
A
Wetgeving om je werk zo veilig mogelijk te doen
B
Voorkomen van, zorgen dat iets niet gaat gebeuren
C
Je hebt een ziekte en je zorgt ervoor dat het niet erger wordt

Slide 10 - Quizvraag

Ook jou verantwoordelijkheid!
Werkschoenen aantrekken
Handschoenen gebruiken bij schoonmaakwerk
Werkzaamheden afwisselen
Goede werkmaterialen gebruiken
Voldoende pauzes
Éénzijdige belasting voorkomen

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Waarom zou je, je aanhouden aan een werkkaart?

Slide 13 - Woordweb

Zware boodschappen verdeel je over twee tassen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quizvraag

Als je tilt, moet je goed voorover buigen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 15 - Quizvraag


A
1
B
2
C
3

Slide 16 - Quizvraag

Hoe zou je een zware wasmand moeten tillen?
Til met 2 handen
De wasmand zo ver mogelijk van je lichaam houden
Niet hoger dan je schouders dragen
Tijdens het tillen je rug buigen
Door je knieen buigen als je de wasmand tilt 
Snel omhoog komen met de wasmand in je handen

Slide 17 - Sleepvraag

De steellengte van een stofwisser
A
Heup
B
Schouder
C
Navel
D
Tot de kin

Slide 18 - Quizvraag

Het schoonmaken/reinigen
Wordt verdeeld in 3 groepen:
1. Wassen = met veel water
2. Klam vochtig = met weinig water
3. Droog = zonder water

Daarnaast kan je schoonmaakmiddelen gebruiken

Slide 19 - Tekstslide

Schoonmaakmiddelen 
  • Zijn middelen die gebruikt worden bij het schoonmaken of Reinigen.
  • Afwasmiddel, allesreiniger, desinfectiemiddel, glasreiniger, graffityverwijderaar, handzeep, luchtverfrisser, ontvetter en smeermiddel.
  • Schoonmaakmiddelen worden gebruikt om het interieur en het exterieur schoon te houden, de hygiene te verbeteren en een frisse geur achter laten. 
  • Schoonmaakmiddelen bevatten ook gevaarsymbolen.

Slide 20 - Tekstslide

Ontplofbaar
Ontvlambaar
Oxiderend 
Gassen onder druk
Acute gezondheidseffect 
Milieugevaarlijk
Lange termijn gezondheidsgevaar
Bijtend
Giftig

Slide 21 - Sleepvraag

Vond je de les leuk met LessonUp?
A
JA
B
NEE

Slide 22 - Quizvraag

EINDE

Zijn er nog vragen?

Slide 23 - Tekstslide