Le vendredi 17 février (A2f-s07)

La Saint-Valentin
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

La Saint-Valentin

Slide 1 - Tekstslide

Doelen van de les: 
- Ik maak kort kennis met Unité 4.
- Ik maak kennis met nieuwe grammatica en ga aan de slag met oefenen.


Slide 2 - Tekstslide

Wat betekent la santé?

Slide 3 - Open vraag

Noem Franse woorden die te maken hebben met de gezondheid?

Slide 4 - Woordweb


A
la bouche
B
le bouchon
C
la boutre
D
le bouton

Slide 5 - Quizvraag


A
l'oeil
B
l'oreillette
C
l'oreille
D
l'ongle

Slide 6 - Quizvraag


A
la même
B
la main
C
la mande
D
la haine

Slide 7 - Quizvraag

l'oeil
le bras
le pied
le dos
le genou
le ventre
la tête
het oog
de rug
de voet
de buik
de knie
de arm
het hoofd

Slide 8 - Sleepvraag

De werkwoorden op -re
je
stam +
s
tu
stam + 
s
il / elle / on
stam +
niks
nous
stam +
ons
vous 
stam +
ez
ils / elles
stam + 
ent

Slide 9 - Tekstslide

voltooid deelwoord -re werkwoorden:
  • Je werkwoord eindigt op -re: haal -re weg
  • Zet er u voor in de plaats

  • Bijvoorbeeld: vendre  --> vendu
  • j'ai vendu = ik heb verkocht                                          

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Hoe vorm je een regelmatig ww op -re in de présent
A
- re + uitgangen
B
heel ww + uitgangen

Slide 12 - Quizvraag

Wat zijn de uitgangen in de P van de werkwoorden op -re?
A
s, s, -, ons, ez, ent
B
s, s, t, ons, ez, ent
C
x, x, t, ons, ez, ent
D
-, -, t, ons, ez, ent

Slide 13 - Quizvraag

Regelmatig ww op -re.

Il ___un bruit
A
entendt
B
entends
C
entend
D
entent

Slide 14 - Quizvraag

In de passé composé: wat is de uitgang van de ww op -re?
A
é
B
i
C
u
D
eigen vorm

Slide 15 - Quizvraag

Welke is het voltooid deelwoord van attendre (ww op -re)
A
attendé
B
attendu
C
attendru
D
attendre

Slide 16 - Quizvraag

Vertaal: Zij is uitgestapt.

Slide 17 - Open vraag

Leerdoel: ik kan de werkwoorden op -RE vervoegen.
A
Ik snap het.
B
Ik heb nog herhaling nodig.

Slide 18 - Quizvraag

Les devoirs
Faire (maken)
- afmaken 8A tot met 8D Unité 4
Apprendre (leren):
- apprendre 3
Ammener (meenemen)
- BOEK DEEL B MEENEMEN

Slide 19 - Tekstslide