H5.2 Reactiewarmte berekenen

Leerdoelen

- je kunt de reactiewarmte van een reactie berekenen mbv
  vormingswarmtes (Binas T57A/B) en omgekeerd

je kunt het rendement van een theoretische opbrengst  gebruiken in berekeningen aan energieomzettingen
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Leerdoelen

- je kunt de reactiewarmte van een reactie berekenen mbv
  vormingswarmtes (Binas T57A/B) en omgekeerd

je kunt het rendement van een theoretische opbrengst  gebruiken in berekeningen aan energieomzettingen

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Bij een endotherme reactie wordt de temperatuur voor en na de reactie gemeten. Voor de reactie is de temperatuur 20°C, wat is de temperatuur na de reactie?
A
Dat is afhankelijk van de soort stof
B
20°C
C
Hoger dan 20°C
D
Lager dan 20°C

Slide 4 - Quizvraag

Slide 5 - Tekstslide

Hoe heet de energie die opgeslagen zit in stoffen?
A
Reactie energie
B
Onzichtbare energie
C
Nucleaire energie
D
Chemische energie

Slide 6 - Quizvraag

Maak de volgende zin af: Bij de verbanding van hout…
A
komt warmte vrij, dus het is een exotherme reactie.
B
wordt warmte ontrokken, dus het is een endotherme reactie.
C
wordt warmte ontrokken, dus het is een exotherme reactie.
D
komt warmte vrij, dus het is een endotherme reactie.

Slide 7 - Quizvraag

Bij een bepaalde reactie geldt
ΔE= +15,3 Joule per mol. Wat voor een reactie is dit?
A
Een koelingsreactie
B
Een verbrandingsreactie
C
Een exotherme reactie
D
Een endotherme reactie

Slide 8 - Quizvraag

Vaak worden exotherme reacties in het lab gekoeld met ijswater, waarom?
A
Omdat deze reacties alleen verlopen als het ijskoud is.
B
Om de reactie sneller te laten verlopen.
C
Omdat de opbrengst van de reactie dan hoger wordt.
D
Omdat de temperatuur zo ver kan oplopen dat een vloeistof gaat koken en er dus een gas onstaat.

Slide 9 - Quizvraag

sleep de woorden naar de juiste plek
niet alle woorden worden gebruikt
beginstoffen
reactieproducten
Eact
geactiveerde toestand
dE < 0
dE > 0
niet-ontleedbare stoffen

Slide 10 - Sleepvraag

Slide 11 - Tekstslide

natriumhydroxide en zoutzuur van
18 °C worden samengevoegd. Na de reactie is de temperatuur 23 °C
A
deze reactie is exotherm, want de stoffen worden warmer
B
deze reactie is endotherm, want de stoffen worden warmer
C
deze reactie is exotherm, want de omgeving wordt warmer
D
deze reactie is endotherm, want de omgeving wordt warmer

Slide 12 - Quizvraag

H5.1 specifieke CO2-emissie
= hoeveelheid CO2 die vrijkomt per MJ geleverde energie:


hoe meer energie de brandstof geeft en hoe minder CO2 daarbij vrijkomt, hoe duurzamer de brandstof

Slide 13 - Tekstslide

Vergelijk op basis van de specifieke CO2-emissie
(gCO2 MJ-1) welke brandstof het meest duurzaam is:
methaan
propaan
.

.

.

conclusie
reactievergelijking:
hoeveel mol CO2 komt vrij bij verbranding van 1 mol?
verbrandingswarmte (T56):
hoeveel energie komt vrij bij verbranding van 1 mol?
specifieke CO2-emissie:
massa CO2: reken aantal mol om in gram

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Ereactie = - Ebeginstoffen+ Eeindproducten
In Binas tabel 57A+B kun je de vormingswarmtes van elke stof uit de reactievergelijking opzoeken
Voor iedere stof vermenigvuldig je de vormingswarmtes  met de bijbehorende coëfficiënt uit de reactievergelijking....
.... en vervolgens bereken je de reactiewarmte door de som te berekenen.

Slide 20 - Tekstslide

H5.2 Berekenen van Ereactie 
stap 1: kloppende reactievergelijking: 
                 CH4 + 2 O2 --> CO2 + 2 H2O
stap 2: zet onder reactie wat er gebeurt (krijg je minder of meer stof) en vervang de molecuulformules in de reactievergelijking door (.............) 
                -1 (..........) - 2 (..........) + 1 (...........) + 2 (............)
stap 3: vul de waardes uit T57A/B in en tel de waardes op. Vul voor
      elementen  0 in  (NB: denk aan de factor *105)
Ereactie= -Ebegin + Eproduct =  -1 (-0,75*105) - 2 (0) + 1 (-3,395*105) + 2 (-2,86*105) =
                                                                 -8,905*105 J = -8,91*105 J



Slide 21 - Tekstslide

H5.2 Berekenen van Ereactie 
                       CH4 + 2 O2 --> CO2 + 2 H2O
Ereactie= -Ebegin + Eproduct 
           -1 (-0,75*105) - 2 (0) + 1 (-3,395*105) + 2 (-2,86*105) =
                                                                 -8,905*105 J = -8,91*105 J



Slide 22 - Tekstslide

Ereactie = -Ebegin + Eproduct -8,91*105 J

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Bereken (volgens het stappenplan) de reactiewarmte
(= Ereactie = reactie-energie) van de substitutiereactie
van methaan en chloor waarbij trichloormethaan en waterstofchloride ontstaan.
timer
4:00

Slide 26 - Open vraag

Bereken (volgens het stappenplan) de reactiewarmte
(= Ereactie = reactie-energie) van de substitutiereactie
van methaan en chloor waarbij trichloormethaan en waterstofchloride ontstaan.
stap 1: CH4 + 3 Cl--> CHCl3 + 3 HCl
stap 2: -1(...) - 3(0)   +   1(...)        + 3(....)
stap 3: -1(-0,75*105) -0+1(-1,34*105)+3(-0,923*105)
                = -3,359*105J =-3,4*105J

Slide 27 - Tekstslide

Bereken (volgens het stappenplan) de reactiewarmte
(= Ereactie = reactie-energie = reactiewarmte) van de condensatiereactie van 100 g ethanol waarbij 50 g ethoxyethaan en ..... g water (l) ontstaan.
timer
5:00

Slide 28 - Open vraag

Bereken (volgens het stappenplan) de reactiewarmte
(= Ereactie = reactie-energie) van de condensatiereactie van 100 g ethanol waarbij 50 g ethoxyethaan en ..... g water (l) ontstaan. 
stap 1: 2 C2H5OH  --> C2H5OC2H5 +  H2O
stap 2:        -2(...)         +        1(...)             + 1 (....)
stap 3: -2(-1,92*105) + 1(-2,80*105)+1(-2,42*105)
                = -1,38*105J ==> -1,38*105J /mol ethoxyethaan
er ontstaat 50 g ethoxyethaan ==> 0,675 mol ethoxyethaan
==> 'rendement' = 67,5% ==> 0,675*-1,38*105 J/mol =  -9,31*104J

Slide 29 - Tekstslide

controleer of je de leerdoelen beheerst

- je kunt de reactiewarmte van een reactie berekenen mbv
  vormingswarmtes (Binas T57A/B) en omgekeerd

- je kunt het rendement van een theoretische opbrengst 
  gebruiken in berekeningen aan energieomzettingen

Slide 30 - Tekstslide

je kan de vormingswarmte uit tabel 57A/B gebruiken om reactie-energie te berekenen
0100

Slide 31 - Poll

je kan rendement gebruiken om reactie-energie te berekenen
0100

Slide 32 - Poll

je kan temperatuursverandering toepassen om energie of reactie-energie te berekenen
0100

Slide 33 - Poll

Zelf (extra) oefenen met reactiewarmtes berekenen
Controleer of je de leerdoelen beheerst
Neem H5.2 in boek (of deze lesson-up) door en stel indien nodig vragen aan je docent
Maken + nakijken opgaven 9 t/m 11 en 13 t/m 15
Maken stencil met extra opgaven (kemia)

Slide 34 - Tekstslide