Haben en sein verleden tijd

Guten Morgen Havo 3
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Guten Morgen Havo 3

Slide 1 - Tekstslide

Planning
vrijdag 23 januari - toets 
Schrijven- Je kan in korte zinnen, vertrouwde dingen beschrijven. (Schritt 20)

Luisteren- Je kan verstaan, wat er in alledaagse korte gespreken gezegd wordt. (Schritt 18)

grammatica- Haben, sein, werden verleden tijd

Slide 2 - Tekstslide

Lernziele für heute
Am Ende der Stunde:
-weet je de vormen van haben en sein in de verleden tijd.
-heb je oefeningen in gemaakt met haben en sein in de verleden tijd.

Slide 3 - Tekstslide

haben en sein verleden tijd
Als je iets meegemaakt hebt en je wilt erover vertellen,
 gebruik de verleden tijd.
voorbeeld:
Ich war letzte Woche in Berlin.
Ich hatte gestern keine Lust Hausaufgaben zu machen.
Wat drukken de rode woorden uit in de zin?

Slide 4 - Tekstslide

De werkwoorden haben en sein worden in de verleden tijd ook onregelmatig vervoegd, net als in de tegenwoordige tijd.
Om haben en sein te kunnen vervoegen moet je de rijtjes uit je hoofd leren!

Slide 5 - Tekstslide

Haben tegenwoordige tijd
(präsens):

ich              habe
du               hast
er/sie/es  hat
wir              haben
ihr               habt
sie/Sie      haben

Haben verleden tijd
(präterium):

ich             hatte
du              hattest
er/sie/es hatte
wir             hatten
ihr              hattet
sie/Sie     hatten

Slide 6 - Tekstslide

sein (=zijn) tegenwoordige tijd
(präsens)

ich              bin
du               bist
er/sie/es  ist
wir              sind
ihr               seid
sie/Sie      sind

sein (=zijn) verleden tijd
(präterium)

ich              war
du               warst
er/sie/es  war
wir              waren
ihr               wart
sie/Sie      waren

Slide 7 - Tekstslide

haben en sein
Hoe leer je dit?
  • Herhaal de persoonlijke voornaamwoorden.
  • Herhaal haben en sein in de tegenwoordige tijd.
  • Leer de rijtjes in de verleden tijd uit je hoofd:
overschrijven, hardop uitspreken, overhoren en voorbeeld zinnen maken.

Slide 8 - Tekstslide

Aufgabenblatt
  • Aufgabe 1 und 2 machen wir zusammen
  • Aufgabe  3 Lees de tijdsaanduiding en vul de juiste vorm in (haben/sein, tegenwoordig of verleden tijd).Aufgabe 18, vul de juiste vorm van haben en sein in de verleden tijd in.
  • Aufgabe 4+ 5 vul de juiste vorm van van haben en sein in de Verleden tijd in. (huiswerk)
  • klaar? studyGO

Slide 9 - Tekstslide

Evaluatie
Am Ende der Stunde:
-weet je de vormen van haben en sein in de verleden tijd.
-heb je oefeningen in gemaakt met haben en sein in de verleden tijd.

Slide 10 - Tekstslide

Huiswerk voor dinsdag
Seite 26 Aufgabe 3, 5 und Stempeln, bitte!


Tot donderdag!

Slide 11 - Tekstslide