Tafels en vermenigvuldigen: meester worden van keer!
Tafels en vermenigvuldigen: meester worden van keer!
Wat weet jij al over tafels en vermenigvuldigen?
Aan het einde van de les kun je:
De tafels van 1 tot en met 10 uit je hoofd opnoemen en twee getallen met elkaar vermenigvuldigen in echte situaties.
Wat zijn tafels?
Een tafel is een reeks sommen die allemaal met hetzelfde getal worden vermenigvuldigd, bijvoorbeeld de tafel van 3.
Waarom zijn tafels belangrijk?
Met tafels kun je snel sommen uitrekenen, handig bij geld tellen, boodschappen doen of koken.
Hoofddoel 1: Tafels t/m 10
Je leert de tafels van 1 t/m 10 uit je hoofd. Hierdoor kun je sneller rekenen.
Subdoel: Tafel van 2
Je weet de tafel van 2: 2, 4, 6, 8, 10, 12, 14, 16, 18, 20.
Subdoel: Tafel van 5
Je weet de tafel van 5: 5, 10, 15, 20, 25, 30, 35, 40, 45, 50.
Subdoel: Tafel van 10
Je weet de tafel van 10: 10, 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100.
Praktijkvoorbeeld: de winkel
In de winkel koop je 6 pakjes drinken van elk €2. Hoeveel betaal je? (6 × 2 = 12) Tafels helpen bij geld rekenen.
Oefening: de tafel van 4
Wat is 4 × 6? Schrijf het antwoord op.
Controleer je kennis: tafels
Vraag
Wat is 7 × 3?
21
Antwoord
Hoofddoel 2: Vermenigvuldigen
Je leert hoe je twee getallen met elkaar vermenigvuldigt, bijvoorbeeld 4 × 6.
Subdoel: betekenis vermenigvuldigen
Vermenigvuldigen betekent: een getal een aantal keer optellen. Bijvoorbeeld: 3 × 4 = 4 + 4 + 4.
Uitgelegd: keer is herhaald optellen
6 × 3 betekent 3 keer het getal 6 bij elkaar optellen. Dus 6 + 6 + 6 = 18.
Toepassing: boodschappen doen
Voorbeeld: fruit kopen
Je koopt 3 zakken appels, elk met 5 appels. Hoeveel heb je? Je doet: 3 × 5 = 15 appels.
Oefening: vermenigvuldigen
Wat is 8 × 4? Schrijf het antwoord op.
Controleer je kennis: vermenigvuldigen
Wat is 9 × 2?
18
Vraag
Antwoord
Quiz: wie weet het antwoord?
Reflectie: waar kun je vermenigvuldigen gebruiken?
Noem één situatie uit jouw leven waar je een tafel of vermenigvuldigen gebruikt.
Goed gedaan! Blijf oefenen met tafels en keer.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.