2H uitleg 3e naamval 19 april

♥lich Willkommen!
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

♥lich Willkommen!

Slide 1 - Tekstslide

Programma
  • Start
  • Bespreken Grammatik-opdrachten 
  • herhaling E Grammatik 3e naamval 

  • G Schreiben Aufgabe 40 
  • Werken aan studieplanner

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Link

Am Ende der Stunde:
  • Ik weet welke persoonlijke voornaamwoorden bij de derde naamval horen. 
  • Ik ken de voorzetsels met de derde naamval 
  • Ik kan een Duitse tekst begrijpen en inhoudelijke vragen hierover beantwoorden.
  • Ik kan een Kleinanzeige schrijven.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Noem de voorzetsels met de derde naamval.

Slide 6 - Woordweb

Wanneer 3e naamval?

Wanneer?

-als het meewerkend voorwerp is

-als het vooraf gegaan wordt door de voorzetsels:

mit, nach, bei, seit, von, zu, aus

Slide 7 - Tekstslide

De  3e naamval






Ich schicke meinem Vater Blume. Ich schicke .... Blume

Ich habe es deiner  Freundin gesagt. Ich habe es ..... gesagt.

Slide 8 - Tekstslide

Vertalingen persoonlijke vnw
1e nv
3e nv
ik= ich
mij= mir
jij= du
jou= dir
hij= er
hem= ihm
zij= sie
haar= ihr 
het= es 
het= ihm
1e nv
3e nv
wij= wir
ons= uns
jullie= ihr
jullie= euch
zij= sie
hen= ihnen
u= Sie 
u= Ihnen 

Slide 9 - Tekstslide

In het Nederlands
  • Hoe gaat het met jou?
  • Het boek is van haar. 
  • We reizen naar jullie.
  • Ik ben na hem aan de beurt.
  • Jullie wonen bij ons. 

Slide 10 - Tekstslide

       Vertaal de voorzetsels
bij
met
na, naar
van
uit
naar
bei
  mit
nach
von
aus
zu

Slide 11 - Sleepvraag

ich
du
er
wir
Sie
Ihnen
uns
ihm
dir
mir

Slide 12 - Sleepvraag

De  3e naamval






Ich schicke meinem Vater Blume. Ich schicke .... Blume

Ich habe es deiner  Freundin gesagt. Ich habe es ..... gesagt.

Slide 13 - Tekstslide

Ich gehe mit .... (hem) ins Kino
A
ihn
B
er
C
du
D
ihm

Slide 14 - Quizvraag

Ich komme gleich zu ....... (jou)
A
dir
B
dich
C
mir
D
du

Slide 15 - Quizvraag

ich habe das mit ..... (hem) gemacht.

Slide 16 - Open vraag

Willst du dich zu (ons)
setzen?

Slide 17 - Open vraag

Schrijf een zin met daarin de 3e naamval of noteer zoveel mogelijk voorzetsels van de 3e naamval

Slide 18 - Open vraag

Slide 19 - Link

Hausaufgaben
Maken: Grammatik opdrachten nog niet af? Deze eerst afmaken! 
D Lesen Aufgaben 14, 15 & 17 of H Lesen Aufgaben 43 & 44
G Schreiben Aufgaben 39, 40, 41 & 42

Leren: Minimaal 1 Quizlet laten aftekenen! Test boven 66%


Slide 20 - Tekstslide