3.4 Voedselrelaties

Herhalen vorige les 
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Herhalen vorige les 

Slide 1 - Tekstslide

Fotosynthese
  • Fotosynthese is het proces waarbij de plant glucose maakt.

  • Nodig: Zonlicht, water en koolstofdioxide.
  • Maakt: Glucose en zuurstof.

  • Glucose bevat energie en is dus een energierijke stof.

Slide 2 - Tekstslide

Verbranding
  • Verbranding is het proces waarbij energie wordt vrijgemaakt uit glucose.
  • Cellen breken glucose af met behulp van zuurstof (energie komt vrij).
  • Er onstaan 2 afvalstoffen: Koolstofdioxide en water.

Slide 3 - Tekstslide

Voedingsstoffen
Alle glucose die een plant maakt bij fotosynthese wordt ergens voor gebruikt:
Glucose wordt omgezet in de volgende dingen:
  • Eiwitten en cellulose zijn bouwstoffen.
  • Vitaminen zijn beschermende stoffen.
  • Zetmeel, suiker en vetten worden gebruikt als reservevoedsel

Slide 4 - Tekstslide

Planten: Vindt verbranding overdag plaats? Vindt fotosynthese overdag plaats?
A
Verbranding niet, fotosynthese wel.
B
Verbranding wel, fotosynthese niet.
C
Verbranding wel, fotosynthese wel.
D
Verbranding niet, fotosynthese niet.

Slide 5 - Quizvraag

Welke stof ontstaat of welke stoffen ontstaan bij de fotosynthese?
A
Bij de fotosynthese ontstaat alleen glucose.
B
Bij de fotosynthese ontstaan glucose en koolstofdioxide.
C
Bij de fotosynthese ontstaan glucose en zuurstof.
D
Bij de fotosynthese ontstaan water, koolstofdioxide en glucose.

Slide 6 - Quizvraag

glucose + zuurstof -> water + koolstofdioxide.
deze reactie is een :
A
geen verbranding
B
onvolledige verbranding
C
volledige verbranding
D
fotosynthese

Slide 7 - Quizvraag

huidmondjes zorgen voor
A
gaswisseling
B
verdamping
C
mooie bladeren
D
gaswisseling en verdamping

Slide 8 - Quizvraag

Als een tomaat rijp wordt, welke verandering vindt dan plaats?
A
Zetmeelkorrels worden kleurstofkorrels
B
Bladgroenkorrels worden zetmeelkorrels
C
Kleurstofkorrels worden bladgroenkorrels
D
Bladgroenkorrels worden kleurstofkorrels

Slide 9 - Quizvraag

3.4 Voedselrelaties 

Slide 10 - Tekstslide

Leerdoelen 3.4
- Je kunt uitleggen waaruit een ecosysteem bestaat.
- Je kunt voedselrelaties noteren in een voedselketen en een voedselweb.
- Je kunt een voedselpiramide tekenen en de vorm verklaren.
- Je kunt uitleggen waardoor er energie uit een voedselketen verdwijnt. 

Slide 11 - Tekstslide

Hoe zit een ecosysteem in elkaar?

Slide 12 - Tekstslide

Waaruit bestaat een ecosysteem?
- Individu
- Populatie
- Levensgemeenschap
- Ecosysteem

Slide 13 - Tekstslide

Leerdoel: Je kunt uitleggen waaruit een ecosysteem bestaat.
Gebruik bron 1 op blz. 170
Deze begrippen moet je kennen:
Ecosysteem= alle biotische en abiotische factoren in en om de sloot.
Levensgemeenschap= alle levende organismen in de sloot. 
Populatie= alle kikkers die samenleven in de sloot.
Individu= één kikker uit de populatie kikkers in de sloot.

Slide 14 - Tekstslide

leerdoel: Je kunt voedselrelaties noteren in een voedselketen en een voedselweb.
3 manieren om voedselrelaties weer te geven:
voedselrelatie= geeft aan welke organismen in een ecosysteem elkaar eten. 
  1. voedselketen: een rijtje (producenten, consumenten)
  2. voedselweb: een aantal voedselketens die met elkaar verbonden zijn.
  3. voedselpiramide: piramide van aantallen

Slide 15 - Tekstslide

Voedselketen

Slide 16 - Tekstslide

Voedselweb

Slide 17 - Tekstslide

Piramide van aantallen
1 havik 

100 koolmezen

100.000 rupsen

1 eikenboom

Slide 18 - Tekstslide

Maak een voedsel web van de volgende organismen:

Konijn, Muis, Uil, gras, vos, roofvogel, lammetje, bessenstruik, mus, rat

Slide 19 - Open vraag

3.4 Les 1 
Maak opdracht 1 t/m 13 + Nakijken


Slide 20 - Tekstslide

3.4 Les 2
- Je kunt uitleggen waaruit een ecosysteem bestaat.
- Je kunt voedselrelaties noteren in een voedselketen en een voedselweb.
- Je kunt een voedselpiramide tekenen en de vorm verklaren.
- Je kunt uitleggen waardoor er energie uit een voedselketen verdwijnt. 

Slide 21 - Tekstslide

Herhalen vorige les 

Slide 22 - Tekstslide

Op welk plaatje zie je een voedselweb?
A
B
C

Slide 23 - Quizvraag

Waarmee begint iedere voedselketen?
A
Producent
B
Consument
C
Reducenten
D
Afvaleters

Slide 24 - Quizvraag

Wie is de producent
A
Pissebed
B
Kat
C
Kastanjeboom
D
Egel

Slide 25 - Quizvraag

Deze voedselketen bestaat uit..........
schakels
A
3
B
4

Slide 26 - Quizvraag

Piramide van aantallen
1 havik 

100 koolmezen

100.000 rupsen

1 eikenboom

Slide 27 - Tekstslide


Piramide van biomassa= gewicht van alle stoffen in een organisme, behalve water

Elke stap naar boven gaat er energie verloren aan verbranding

Slide 28 - Tekstslide

Verschil tussen de piramides
Deze is altijd piramidevorm!

Slide 29 - Tekstslide

leerdoel: Je kunt uitleggen waardoor er energie uit een voedselketen verdwijnt. 

Slide 30 - Tekstslide

piramide van biomassa
Energieverlies

Slide 31 - Tekstslide

Maak een piramide van biomassa van de volgende organismen:
boom, bladluis, musje, roofvogel

Slide 32 - Open vraag

In een voedselpiramide van biomassa is er energieverlies door ....
A
verbranding en voeding
B
fotosynthese en voeding
C
verbranding en onverteerbare stoffen
D
Fotosynthese en onverteerbare stoffen

Slide 33 - Quizvraag

Dit is een piramide van ...
A
aantallen
B
biomassa

Slide 34 - Quizvraag

Welke piramide heeft niet altijd een piramidevorm?
A
Piramide van aantallen
B
Piramide van biomassa
C
Beide piramides
D
Geen van beide piramides

Slide 35 - Quizvraag

3.4 les 2 
Maak opdracht 3.4 t/m 19 + Nakijken

Je kunt de onderstaande filmpjes gebruiken voor extra uitleg!

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Video

Slide 38 - Video