4.4 Methodiek en gedragsbevordering module 2 paragraaf 1.3.2

Methodiek MZ
Observeren
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Methodiek MZ
Observeren

Slide 1 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen waarnemen en observeren?

Slide 2 - Tekstslide

Waarnemen

Je bent met je vriendinnen op een mooie zomerdag aan het chillen op het terras. Je kijkt naar de mensen die voorbij komen, ondertussen klets je met je vriendinnen over koetjes en kalfjes. Het valt je op dat veel vrouwelijke voorbijgangers bloemetjesjurken dragen.
Observeren

Je zou vooraf bedacht hebben wáár je gaat zitten, wat je zou willen weten, wat je observatievraag zou zijn, hoe lang de observatie zou duren, je zou een notitieblok meehebben om te kunnen turven.
Bijvoorbeeld: Hoeveel vrouwen met een bloemetjesjurk komen er tussen 13.00 en 14.00 uur voorbij lopen?

Slide 3 - Tekstslide

Observeren
Observeren is het verzamelen van feitelijke informatie door gebruik te maken van je zintuigen. Het is een doelgerichte en systematische waarneming van feitelijke informatie.

Als begeleider ben je steeds in contact met de cliënten en de cliëntgroep. Mensen laten bepaald gedrag zien. Maar binnen de interactie gebeurt er ook heel veel.

Slide 4 - Tekstslide

Je observeert...
  • als je signalen krijgt dat iets mis is
  • als je vragen hebt hoe te handelen
  • als er problemen zijn
  • als je iemand beter wilt leren kennen
  • als je over iemand rapporteert
  • als je van een andere discipline een
    observatievraag krijgt 

Slide 5 - Tekstslide

Oefening
Observeer Kees uit Het beste voor Kees en beschrijf op een post-it of papiertje feitelijke waarnemingen van Kees.

Na het fimpje bespreken we
de uitkomsten.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Valkuilen observeren
  • eigen mening van de observator
  • emotionele betrokkenheid
  • het halo-effect
  • het horn-effect
  • vooroordeel
  • projectie 

Slide 8 - Tekstslide

Een observatieplan
  • de aanleiding voor de observatie
  • wie je observeert en met welk doel
  • de vragen die je beantwoord wilt zien
  • de persoonlijke gegevens van de geobserveerde
  • hoe en welke hulpmiddelen je evt. gebruikt
  • de plaats, situatie, data, tijdstippen en uitvoerders
  • hoe de resultaten worden verwerkt
  • met wie je de resultaten gaat delen 

Slide 9 - Tekstslide

4 Observatiemethoden

Slide 10 - Tekstslide

Aan de slag
Theorie doorlezen van module 2 paragraaf 1.3.2 Observeren en werk verder aan je opdracht. 

Slide 11 - Tekstslide

Hulpmiddelen bij observatie
  • Videocamera
  • Geluidsopname


    Deze kun je nog altijd later terug kijken en luisteren.
     Denk er aan dat je op de juiste momenten observeert. 
     Soms is het nodig om vaker te gaan observeren voordat je een conclusie         kan trekken.

Slide 12 - Tekstslide