Breuken

Breuken

1 / 23
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenMiddelbare schoolvmbo lwoo, b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Breuken

Deze les gaat over breuken. 


Dit hoofdstuk (Moderne Wiskunde KGT 1 ) is er maar 1 paragraaf over breuken en gaat het meer over kennismaken, ophalen van de kennis en alleen vereenvoudigen komt echt aan bod.

In hoofdstuk 10 dit schooljaar komen de breuken terug en gaan we optellen en deel van een geheel uitrekenen.


Breuken

Wat weten de leerlingen al/nog over breuken?

Hoeveel krijgt één poppetje?

A

1/3 deel

B

1/4 deel

C

1/2 deel

D

1/8 deel

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel eet het blauwe mannetje?

A

1 deel

B

1/8 deel

C

1/4 deel

D

1/1 deel

Deze slide heeft geen instructies

Wat is in deze breuk de noemer?

A

3

B

2

C

5

D

6

Weten ze wat het begrip noemer is?







Toepassen

Sleep het antwoord naar het juiste plaatje







3

3

9

2

4

1

Een stapje lastiger, door elkaar.

Weten ze het dan nog steeds toe te passen?

Breuken

1/2 deel

3/8 deel

5/6 deel

1/4 deel

Deze slide heeft geen instructies

Breuken bestaan uit...

A

Boven en onder

B

Teller en noemer

C

Naam en achternaam

D

Vier cijfers

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Het getal 4 is de ... van de breuk.

A

Teller

B

Noemer

Deze slide heeft geen instructies

Het getal 4 is de ... van de breuk.

A

Teller

B

Noemer

Deze slide heeft geen instructies

Het getal 2 is de ... van de breuk.

A

Teller

B

Noemer

Deze slide heeft geen instructies

Het getal 15 is de ... van de breuk.

A

Teller

B

Noemer

Deze slide heeft geen instructies

Vereenvoudigen

Daar zit het woord eenvoud in.

Je schrijft een breuk zo eenvoudig mogelijk op.


Bij           kan je je niet zoveel voorstellen, maar als je ziet dat het hetzelfde is als        dan wordt het makkelijker!

Theorie:


Vereenvoudigen, daar zit het woord eenvoud in. Je schrijft een breuk zo eenvoudig mogelijk op.


Bij 24/48 kan je je niet zoveel voorstellen, maar als je ziet dat het hetzelfde is als 1/2 dan wordt het makkelijker!

Vereenvoudigen

Betekent dus eigenlijk dat je de kleinste noemer
zoekt bij een bepaald stuk van een strook of cirkel 
of van wat dan ook.            


Bij de kleinste noemer horen dus de grootste stukken

Theorie: 


Vereenvoudigen betekent dus eigenlijk dat je de kleinste noemer zoekt bij een bepaald stuk van een strook of cirkel of van wat dan ook.            


Bij de kleinste noemer horen dus de grootste stukken

Regel:

Wat je boven doet, doe je ook beneden!


Bij het vereenvoudigen van breuken deel je dus
de teller en de noemer door hetzelfde getal!

: 2

: 2

=

Theorie:


Regel = Wat je boven doet, doe je ook beneden!


Bij het vereenvoudigen van breuken deel je dus de teller en de noemer door hetzelfde getal!


 Je mag de teller en noemer   ook altijd door hetzelfde getal
 DELEN. Ook dan verandert de   waarde van de breuk niet.


Je mag de teller en noemer altijd met hetzelfde getal VERMENIGVULDIGEN.
De waarde van de breuk verandert dan niet.

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel is 7/4?

A

4/7

B

1

C

1 3/4

D

2

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel is 4/3?

A

1 1/3

B

1

C

1 3/4

D

2

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel is 9/8?

A

8/9

B

1 1/8

C

1 2/8

D

2

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel is 10/3?

A

3 1/3

B

1 1/3

C

3 2/3

D

1

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel is 15/6?

A

3 1/3

B

2 3/6

C

3 2/3

D

2 1/2

Deze slide heeft geen instructies