cross

wk 11: Lezen blok 4 en grammatica blok 1

les 1
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

les 1

Slide 1 - Tekstslide

2-toets spelling
timer
50:00

Slide 2 - Tekstslide

Tekstbegrip (lezen)

Slide 3 - Tekstslide

Wat gaan we deze les doen:
  • Je weet wat hoofd- en bijzaken zijn 
  • Je kunt de hoofd- en bijzaken uit een tekst halen



Slide 4 - Tekstslide

Aantekening maken

Luister naar de uitleg in de volgende video. Maak aantekeningen van zaken die volgens jou belangrijk zijn. Zorg dat je goed weet wat hoofd- en bijzaken zijn. 

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Tekstslide

Wat vertel je als je kort wilt vertellen waar een tekst over gaat?
A
Hoofdzaken
B
Bijzaken

Slide 8 - Quizvraag

Hoofdzaken lees je in de
A
inleiding en de kernzin
B
kernzin
C
inleiding, slot en kernzin

Slide 9 - Quizvraag

Waar vind je hoofdzaken in de tekst
A
de titel
B
de inleiding
C
inleiding, het slot en in de kernzinnen
D
de slotconclusie

Slide 10 - Quizvraag

Wat zijn hoofdzaken?
A
de hoofdgedachte en de kernzin samen
B
Wat in een tekst belangrijk is
C
de inleiding
D
de alinea's

Slide 11 - Quizvraag

Het nieuws van de dag
timer
15:00

Slide 12 - Tekstslide

les 2

Slide 13 - Tekstslide

Lezen in je leesboek 
timer
10:00

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

De hoofdgedachte is...
A
de kernzin
B
de hoofdzaken
C
het belangrijkste van een tekst in één zin.
D
de samenvatting

Slide 16 - Quizvraag

Kernzinnen zijn niet belangrijk.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quizvraag

Waarom zijn hoofdzaken belangrijk?
- Je samenvatting bevat de hoofdzaken uit de tekst.

- het is minder nuttig om teksten letterlijk over te nemen, dan heb je immers ook de bijzaken die minder belangrijk zijn.

Slide 18 - Tekstslide

Lees de tekst
Opdracht: Lees de tekst.

Slide 19 - Tekstslide

Wat is de kernzin van alinea 1?
Antwoord
Op 5 juli zal Wild in the Streets gehouden worden.

Slide 20 - Tekstslide

Wat is de kernzin van alinea 2?
Antwoord
Schoenenfabrikant Emerica vraagt dit jaar speciaal aandacht voor Skatepark Amsterdam.

Slide 21 - Tekstslide

Waarom vraagt Emerica speciaal aandacht voor Skatepark Amsterdam?
Antwoord
Gemeente Amsterdam wil het enige indoorskatepark in Amsterdam sluiten.

Slide 22 - Tekstslide

Wat is de hoofdgedachte van de tekst?
Antwoord

Hoofdgedachte: Het evenement Wild in the Streets wordt op 5 juli gehouden.

Slide 23 - Tekstslide

Hoe vind je dus de hoofdzaken:
  • Ga op zoek naar de sleutelwoorden
  • Zoek uit iedere zin de kernzin op + overige belangrijke zinnen die geen voorbeelden of extra uitleg bevatten
  • Noteer alle belangrijke zinnen onder elkaar.
  • Klaar! Dit zijn de hoofdzaken uit de tekst.

Slide 24 - Tekstslide

Individuele opdracht:

1 havo/vwo: maken blz. 192 opdracht 41
1 vwo: maken blz. 203 opdracht 1 

Wat niet af is, is huiswerk voor de volgende les

Slide 25 - Tekstslide

3 werkwoordsvormen

  1. persoonsvorm
  2. voltooid deelwoord
  3. infinitief

Slide 26 - Tekstslide

De persoonsvorm (pv)
Te vinden door:
De tijdproef of de getalproef

Voorbeeldzin: De buurman speelt piano.

Tijdproef: De buurman speelde piano.
Getalproef: De buurmannen spelen piano.

Slide 27 - Tekstslide

Het voltooid deelwoord (vdw)
  • Begint vaak met ge/be/ve
  • Gaat samen met één van de volgende werkwoorden: hebben/zijn/worden
  • Staat vaak achterin de zin

Slide 28 - Tekstslide

De infinitief (inf)
  • Het hele werkwoord (wij-vorm) in de tegenwoordige tijd
  • Verandert niet bij een tijd of getalproef
  • Na 'te' volgt altijd de infinitief

Wij wandelen (pv) vandaag naar school.
Wij gaan (pv) vandaag een eind wandelen (inf).

Slide 29 - Tekstslide

Opdracht in tweetallen:
1 hv/vwo: 
blz. 18 maken opdracht 17
blz. 18 maken opdracht 8 (alleen 1a, 1b, 1c)

1 vwo:
blz. 19 maken opdracht 2
blz. 20 maken opdracht 3 (alleen 1a, 1b, 1c)

Wat niet af is, is huiswerk voor de volgende les

Slide 30 - Tekstslide

Katja (beantwoordt) de mail altijd binnen 2 uur.
A
pv
B
vdw
C
inf

Slide 31 - Quizvraag

Ik heb de toets geprobeerd te (maken)
A
pv
B
vdw
C
inf

Slide 32 - Quizvraag

Als je die vraag (overslaat), krijg je een punt aftrek.
A
pv
B
vdw
C
inf

Slide 33 - Quizvraag

Ik heb ons werkstuk zojuist (ingeleverd).
A
pv
B
vdw
C
inf

Slide 34 - Quizvraag

Na schooltijd heb ik een uurtje (gezwommen).
A
pv
B
vdw
C
inf

Slide 35 - Quizvraag