Kapstok zodat de leerlingen wekelijks overzicht hebben en houden van te behandelen onderwerpen, stof en voortgang.
Startklaar
Op je plek zitten
Telefoon in het Zakkie
Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
Schoolspullen op tafel: Chromebook (geladen), JdW-map/werkboekje, pen
Geen kauwgom of ander eten
timer
3:00
Slide 4 - Tekstslide
1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Artikel lezen
Vragen:
"Tijdens een bedevaart nemen mensen even afstand van hun gewone, dagelijkse leven." Wat wordt er bedoeld met deze zin? Leg uit.
Noem 3 redenen uit het artikel om op bedevaart te gaan? Leg ze kort uit.
Leg uit hoe een bedevaart tot verbondenheid leidt.
Verbondenheid = een gevoel van samen zijn met andere mensen en dat je bij elkaar hoort.
Stelling: 'Ik zou ooit wel een bedevaart willen maken.' Ja of nee, leg uit.
Maak zelf een keuze of je alleen de vragen of stelling doet, of allebei
npokennis.nl
Slide 6 - Link
Deze slide heeft geen instructies
Lesplanning
1. Artikel lezen 2. Terugblik
3. Leerdoelen
4. Voorkennis en uitleg culturele aspecten
5. De ijsberg
6. Slow looking 7. Begrippen en vragen
8. Afsluiting
Slide 7 - Tekstslide
3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.
Terugblik - vraag 1
Wat betekent het begrip 'waarde'?
A
Een gewoonte die iedereen volgt
B
Een overtuiging (idee) die belangrijk is voor mensen
C
Een regel die door de overheid is vastgesteld
D
Een objectieve waarheid
Slide 8 - Quizvraag
Neem wisbordjes, stiften en tissues mee voor terugblik-test-je-kennis-quiz. Laat leerlingen zelfstandig een antwoord opschrijven en zorg dat ze het tegelijkertijd boven hun hoofd houden. Op basis van de antwoorden zou je ervoor kunnen kiezen om extra uitleg te geven aan bepaalde leerlingen.
Terugblik - vraag 2
Noem drie voorbeelden van waarden.
A
Rechtvaardigheid, respect, creativiteit
B
Regels, wetten, beleid
C
Auto, horloge, iPhone
D
Rustig zijn, ouderen met u aanspreken, luisteren
Slide 9 - Quizvraag
Neem wisbordjes, stiften en tissues mee voor terugblik-test-je-kennis-quiz. Laat leerlingen zelfstandig een antwoord opschrijven en zorg dat ze het tegelijkertijd boven hun hoofd houden. Op basis van de antwoorden zou je ervoor kunnen kiezen om extra uitleg te geven aan bepaalde leerlingen.
Terugblik - vraag 3
Wat betekent rechtvaardigheid?
A
Gelijke behandeling ongeacht afkomst of huidskleur
B
Iedereen krijgt een eerlijke behandeling
C
Anderen waarderen en vriendelijk met hen omgaan
D
Zorg dragen voor je taken en de gevolgen van je daden accepteren
Slide 10 - Quizvraag
Neem wisbordjes, stiften en tissues mee voor terugblik-test-je-kennis-quiz. Laat leerlingen zelfstandig een antwoord opschrijven en zorg dat ze het tegelijkertijd boven hun hoofd houden. Op basis van de antwoorden zou je ervoor kunnen kiezen om extra uitleg te geven aan bepaalde leerlingen.
Leerdoelen
Je kunt voorbeelden van onderdelen van de eigen culturele achtergrond geven.
Je kunt uitleggen wat de rol van moedertaal, opvoeding en religie in jouw culturele achtergrond is.
Slide 11 - Tekstslide
3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.
Wat is cultuur?
Slide 12 - Woordweb
De gewoonten, tradities, normen, waarden, kennis, kunst, wetten en
overtuigingen die een groep mensen met elkaar delen.
Wat is moedertaal?
Slide 13 - Woordweb
De eerste taal die iemand van huis uit leert en meestal het beste beheerst. Voor
veel ISK-leerlingen is het Nederlands niet de moedertaal.
Welke religies ken je?
Slide 14 - Woordweb
Geloof een aanbidding rond één of meerdere goden, vaak met eigen rituelen en waarden. Voorbeelden zijn: christendom, islam, jodendom, hindoeïsme en boeddhisme.
Cultuur - aspecten
Nu weten we wat cultuur is, maar uit welke aspecten (onderdelen) bestaat het?
Taal
Religie
Waarden en normen
Tradities en rituelen
Symbolen
Kunst
Kleding
Eetgewoonten
Slide 15 - Tekstslide
1. Laat leerlingen nadenken over welke aspecten er zijn.
2. Leg ieder aspect klassikaal uit en laat leerlingen voorbeelden bedenken.
Jouw eigen ijsberg
Taal - Religie - Waarden en normen - Tradities en rituelen - Symbolen
- Kunst - Kleding - Eetgewoonten
Neem deze 9 aspecten over en vul voor jezelf in.
Teken de ijsberg groot over in je schrift
Plaats nu jouw 9 aspecten in de ijsberg (zijn ze zichtbaar of niet-zichtbaar?
Slide 16 - Tekstslide
stap 1 (individueel): Leerlingen schrijven de 9 aspecten over in hun schrift en gaan per aspect voorbeelden opschrijven die in hun eigen leven van toepassing zijn.
stap 2: Leg uit hoe de ijsberg werkt. Sommige zaken zijn zichtbaar, andere onzichtbaar.
Stap 3 (in tweetallen): Leerlingen dienen hier hun antwoorden van stap 1 in te vullen in hun eigen ijsberg.
Bespreking: maakt het verschil of een aspect zichtbaar of niet zichtbaar is. Leg uit.
Slow Looking
Slide 17 - Tekstslide
Laat de leerlingen 30 seconden naar de foto kijken.
Slow Looking
Geef individueel antwoord op de volgende vragen:
Wat zie je op de foto?
Wat kan deze persoon zien en voelen?
Wat zou deze persoon denken?
Wat zou belangrijk zijn voor deze persoon?
Schrijf een tekst vanuit deze persoon waarin je antwoord geeft op bovenstaande vragen.
Slide 18 - Tekstslide
Nadat leerlingen individueel antwoord geven in hun schrift ga je de klassikale discussie aan: 'waarom vertoont deze persoon dit gedrag'? Stuur er hierbij op aan dat jullie het over een zwerver hebben die op zoek is naar voedsel.
In het klassengesprek kun je verschillende leerlingen aan het woord laten om te kijken of verschillende perspectieven zijn. Leerlingen uit individuele culturen zullen bijvoorbeeld wijzen op feit dat deze persoon waarschijnlijk persoonlijke fouten heeft gemaakt in het leven. Leerlingen uit collectivistische culturen zullen juist wijzen op het falen van de samenleving als geheel. Het doel is dat leerlingen gaan inzien dat er ook andere perspectieven mogelijk zijn.
Mocht je een van deze perspectieven niet te horen krijgen, kun je altijd aan de klas vragen hoe er een oplossing kan komen voor deze situatie.
Begrippen uit deze les
Culturele achtergrond
Moedertaal
Religie
Opvoeding
Wereldbeeld
Slide 19 - Tekstslide
Leerlingen schrijven mee
Begripvraag 1: Noem drie aspecten van jouw eigen culturele achtergrond.
Slide 20 - Open vraag
Stel de vraag klassikaal en laat leerlingen zelfstandig een antwoord schrijven in hun schrift. Na het schrijven kun je willekeurig leerlingen aanwijzen die het mogen delen met de klas.
Begripvraag 2: Welke rol speelt opvoeding in jouw eigen achtergrond?
Slide 21 - Open vraag
Stel de vraag klassikaal en laat leerlingen zelfstandig een antwoord schrijven in hun schrift. Na het schrijven kun je willekeurig leerlingen aanwijzen die het mogen delen met de klas.
Begripvraag 3: Wat is een moedertaal?
Slide 22 - Open vraag
Stel de vraag klassikaal en laat leerlingen zelfstandig een antwoord schrijven in hun schrift. Na het schrijven kun je willekeurig leerlingen aanwijzen die het mogen delen met de klas.
Begripvraag 4: wat hebben culturele achtergrond en je wereldbeeld met elkaar te maken? Geef een voorbeeld om dit te verduidelijken.
Slide 23 - Open vraag
Stel de vraag klassikaal en laat leerlingen zelfstandig een antwoord schrijven in hun schrift. Na het schrijven kun je willekeurig leerlingen aanwijzen die het mogen delen met de klas.
Wat heb je vandaag nieuw over jezelf geleerd?
Slide 24 - Open vraag
Deze slide heeft geen instructies
Afsluiting
Je kunt voorbeelden van onderdelen van de eigen culturele achtergrond geven.
Je kunt uitleggen wat de rol van moedertaal, opvoeding en religie in jouw culturele achtergrond is.
Volgende week: culturele uitingen.
Slide 25 - Tekstslide
3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.
Exit ticket
Slide 26 - Open vraag
8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.