Les 9 april

Vandaag
Opwarmer
Werkwoordstijden en woordsoorten - herhalen en oefenen
Maken sociale media je verslaafd?
Spelling: werkwoorden en leestekens










1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsEnseignement Secondaire

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 75 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
Opwarmer
Werkwoordstijden en woordsoorten - herhalen en oefenen
Maken sociale media je verslaafd?
Spelling: werkwoorden en leestekens










Slide 1 - Tekstslide

Werkwoordstijden
blz. 64 (was huiswerk maar stond niet goed in logboek..)

+ totaalopdracht

Slide 2 - Tekstslide

De werkwoordstijden

Slide 3 - Tekstslide

Iedereen heeft zijn gebreken.
A
heden
B
verleden
C
toekomst

Slide 4 - Quizvraag

Toch zal ik voorbereid zijn.
A
heden
B
verleden
C
toekomst

Slide 5 - Quizvraag

Voltooid of onvoltooid?

Slide 6 - Tekstslide

Ik zal hard mijn best doen.
A
voltooid
B
onvoltooid

Slide 7 - Quizvraag

Ik heb heel hard mijn best gedaan.
A
voltooid
B
onvoltooid

Slide 8 - Quizvraag

Werkwoordstijden
  • OTT: onvoltooid tegenwoordige tijd - ik werk, ik lees 

  • OVT: onvoltooid verleden tijd - ik werkte, ik las 

  • VTT:voltooid tegenwoordige tijd - ik heb gewerkt, ik heb gelezen 

  • VVT: voltooid verleden tijd - ik had gewerkt, ik had gelezen

Slide 9 - Tekstslide

OTT 
OVT 
VTT 
VVT 
ik werk, ik lees 
 ik werkte, ik las 
 ik heb gewerkt, ik heb gelezen
 ik had gewerkt, ik had gelezen 

Slide 10 - Sleepvraag

Voltooid of onvoltooid?
o.t.t.: onvoltooid tegenwoordige tijd
Ik eet een appel.
Ik ga naar de stad.

o.v.t.: onvoltooid verleden tijd
Ik at een appel.
Ik ging naar de stad.

v.t.t.: voltooid tegenwoordige tijd
Ik heb een appel gegeten.
Ik ben naar de stad gegaan.

v.v.t.: voltooid verleden tijd
Ik had een appel gegeten.
Ik was naar de stad gegaan.

Slide 11 - Tekstslide

Ik zal gewerkt hebben.
A
voltooid
B
onvoltooid

Slide 12 - Quizvraag

Ik zou voor school willen werken.
A
voltooid
B
onvoltooid

Slide 13 - Quizvraag

Waarom moet je de tegenwoordige tijd en de verleden tijd niet zomaar door elkaar gebruiken?

Slide 14 - Open vraag

Als een tekst helemaal in de tegenwoordige tijd staat, is het actiever en ben je er als lezer helemaal bij.
A
waar
B
niet waar

Slide 15 - Quizvraag

Als een tekst helemaal in de verleden tijd staat, lees je het meer als een verhaal en heb je als lezer meer afstand.
A
waar
B
niet waar

Slide 16 - Quizvraag

Zuid-Soedan

Ik zit op een middelbare school in Italië met mensen uit 90 verschillende landen. Het gebeurt weleens dat we tijdens de lessen in gesprek raken over zaken van over de hele wereld. Zo vroeg mijn scheikundelerares vorige week of er iets was gebeurd in deze vakantie wat we nooit zouden vergeten. Ismail uit Zuid-Soedan vroeg: “Iets positiefs of negatiefs?” Zij: “Allebei.” Ismail begon over de oorlog die in zijn land was uitgebroken en zijn familie daar. De klas viel stil. “Wat erg,” zei de lerares. “Wacht,” vervolgde Ismail, “er is ook goed nieuws! Mijn snor is eindelijk aan het groeien!”

Bron: naar Ik@nrc.nl

Slide 17 - Tekstslide

Schrijf de eerste twee zinnen over en verander ze van tijd.

Ik zit op een middelbare school in Italië met mensen uit 90 verschillende landen. Het gebeurt weleens dat we tijdens de lessen in gesprek raken over zaken van over de hele wereld.

Slide 18 - Open vraag

Wat is het effect van de veranderingen in opdracht 9a?

Slide 19 - Open vraag

Wat moet je in de rest van de tekst nog
meer veranderen om het verhaal te laten
kloppen?

Slide 20 - Open vraag

Werkwoordstijden

Ik heb voor geschiedenisles gekozen.
A
ott = onvoltooid tegenwoordige tijd
B
vtt = voltooid tegenwoordige tijd
C
ovt = onvoltooid verleden tijd
D
vvt = voltooid verleden tijd

Slide 21 - Quizvraag

Werkwoordstijden

Ik koos voor een date met Piet.
A
ott = onvoltooid tegenwoordige tijd
B
vtt = voltooid tegenwoordige tijd
C
ovt = onvoltooid verleden tijd
D
vvt = voltooid verleden tijd

Slide 22 - Quizvraag

werkwoordstijden
Wat is de werkwoordstijd van de onderstaande zin?
We gingen even een lekker ijsje eten in de binnenstad.

A
ott
B
ovt
C
vtt
D
vvt

Slide 23 - Quizvraag

Benoem de werkwoordstijd.

Ik had spinazie gegeten.
A
ott
B
vtt
C
ovt
D
vvt

Slide 24 - Quizvraag

Werkwoordstijden

Slide 25 - Tekstslide

https://jeugdjournaal.nl/artikel/2609151-uitgezocht-zo-maakt-social-media-jou-verslaafd

Slide 26 - Tekstslide

Waarom blijven mensen vaak langer op social media?
A
Omdat ze verplicht berichten moeten lezen
B
Omdat er te weinig content is
C
Omdat apps zo zijn ontworpen dat je blijft kijken
D
Omdat vrienden dat verwachten

Slide 27 - Quizvraag

Wat is een belangrijke rol van meldingen?
A
Ze maken apps minder populair
B
Ze trekken steeds opnieuw je aandacht
C
Ze zorgen ervoor dat je sneller klaar bent
D
Ze helpen je concentreren op school

Slide 28 - Quizvraag

Waarom vergelijken experts social media met gokken?
A
Omdat je moet betalen per bericht
B
Omdat je steeds hoopt op iets leuks of nieuws
C
Omdat je geld kunt winnen
D
Omdat het illegaal is

Slide 29 - Quizvraag

Wat gebeurt er in je hersenen bij likes?
A
Je krijgt een beloning-gevoel
B
Je vergeet dingen sneller
C
Je wordt automatisch moe
D
Je hersenen worden minder actief

Slide 30 - Quizvraag

Welke uitspraak past het BEST bij de boodschap?
A
Bedrijven verdienen geld door jouw aandacht vast te houden
B
Alleen kinderen raken verslaafd
C
Je kunt niets doen tegen verslaving
D
Social media zijn altijd slecht

Slide 31 - Quizvraag

Leg in je eigen woorden uit waarom social media “verslavend” kunnen zijn.

Slide 32 - Open vraag

Noem één truc die apps gebruiken om je langer te laten blijven kijken en leg uit hoe dat werkt.

Slide 33 - Open vraag

Schrijfopdracht
https://docs.google.com/document/d/1yYK9iiITe7TqJ6WL0ZaUlg8Kj4x7cX2qgDj4Kaodm-c/edit?usp=sharing

Slide 34 - Tekstslide

De tijden van het werkwoord


...de 4 bekende tijden van het werkwoord herhalen

+ de 4 toekomende tijden leren

Slide 35 - Tekstslide

1. onvoltooid tegenwoordige tijd (ott):
ik werk, ik lees = Hij werkt al jaren in een snackbar

2. onvoltooid verleden tijd (ovt):
ik werkte, ik las = Hij werkte al jaren in een snackbar

Slide 36 - Tekstslide

3. voltooid tegenwoordige tijd (vtt):
ik heb gewerkt, ik heb gelezen = Hij heeft al jaren in een snackbar gewerkt

4. voltooid verleden tijd (vvt):
ik had gewerkt, ik had gelezen = Hij had al jaren in een snackbar gewerkt

Slide 37 - Tekstslide

Toekomende tijd
5. onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt):
ik zal werken, ik zal lezen =zal/zullen + hele ww
De trein zal vanmiddag om drie uur aankomen

6. onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt):
ik zou werken, ik zou lezen = zou/zouden + hele ww
De trein zou vanmiddag om drie uur aankomen



Slide 38 - Tekstslide

Toekomende tijd
6. voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt):
ik zal gewerkt hebben, ik zal gelezen hebben = zal/zullen + zijn/hebben+ voltooid deelwoord
De trein zal vanmiddag rond drie uur aangekomen zijn

Slide 39 - Tekstslide

8. (vvtt):
voltooid verleden toekomende tijd
ik zou gewerkt hebben, ik zou gelezen hebben = zou/zouden +zijn/hebben + voltooid deelwoord
De trein zou vanmiddag rond drie uur aangekomen zijn

Slide 40 - Tekstslide

Les 9 april

Slide 41 - Tekstslide