2.1 Menselijke en dierlijke cellen

2.1 Menselijke en dierlijke cellen
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

2.1 Menselijke en dierlijke cellen

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
-Paragraaf 2.1 

Strakke planning.... 
2.4 slaan we voor nu over en komt niet in de toets.

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
1. Je herkent emergente eigenschappen.
2. Je herkent de biologische organisatieniveaus.
3. Je benoemt de functies van het celmembraan, het cytoplasma, het celskelet en de organellen van een dierlijke cel. 


Huiswerk gelukt?! 

Slide 3 - Tekstslide

Organisatieniveaus
Het deel van de aarde dat wordt bewoond door organismen
Een groep konijnen
Een gebied met alles wat wel en niet leeft
Één konijn
Hoe kijken biologen naar hoe organismen werken?
Een organisatieniveau is een biologische structuur met een duidelijke samenhang tussen de onderdelen. Organisatieniveaus staat met elkaar in verband.

Slide 4 - Tekstslide

Organisatieniveaus
Één konijn
Bijvoorbeeld bloedvatenstelsel
Bijvoorbeeld het hart
Bijvoorbeeld een spiercel in het hart
Bijvoorbeeld een celkern in de spiercel
Bijvoorbeeld zuurstof
Hoe kijken biologen naar hoe organismen werken?

Slide 5 - Tekstslide

Emergente eigenschap
Pas zichtbaar op een hoger organisatie-niveau.
Ontstaat door samenwerking van 'losse' onderdelen.
Een eigenschap die niet af te leiden is uit de losse onderdelen.

Slide 6 - Tekstslide

Emergente eigenschap
Wat is in deze afbeelding
de emergente eigenschap?

(let op....er moet een nieuwe
eigenschap ontstaan)

Slide 7 - Tekstslide

Binas

Slide 8 - Tekstslide

Dierlijke cel

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Dierencellen 
Celmembraan:
begrenzing van de cel, regelt wat er in- en uit gaat. 

Slide 11 - Tekstslide

Dierencellen (heterotroof/ eukaryoot)
Ribosoom:
zijn betrokken bij het maken van nieuwe eiwitten .

Slide 12 - Tekstslide

Dierencellen (heterotroof/ eukaryoot)
Mitochondrium:
energiecentrale van de cel: verbranding van glucose / vetzuren  mbv O2, dit levert energie op en CO2.

Slide 13 - Tekstslide

Dierencellen (heterotroof/ eukaryoot)
Endoplasmatisch reticulum (ER):
transportstelsel van membranen. 

Slide 14 - Tekstslide

Dierencellen (heterotroof/ eukaryoot)
Golgisysteem:
transportstelsel dat eiwitten bewerkt en blaasjes afsnoert zoals lysosomen/ transportblaasjes 

Slide 15 - Tekstslide

Binas

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Link

Slide 19 - Link

Nu en huiswerk
In elk geval:
-Lees paragraaf 2.1
-Maak de opdrachten 4, 5, 8, 9, 15, 16, 17, 22

Optioneel:
-Maak opdracht 14. Dit levert je een samenvatting van de organellen op. 
-Bekijk het filmpje in de LessonUp en maak opdrachten waarvan de link in de LessonUp staat. 

Slide 20 - Tekstslide