Les 4 urinewegstelsen en mictie

Les 4 Mictie
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingBasisschoolGroep 4

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 1 min

Onderdelen in deze les

Les 4 Mictie

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen


-Begrijp je hoe het urinewegstelsel werkt.
-Kun je een externe katheter verzorgen en een opvangzak doorkoppelen.

Oefenen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk orgaan is verantwoordelijk voor het reguleren van de lichaamstemperatuur?
A
Nieren
B
Hersenen
C
Hart
D
Longen

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat meet je met de bovendruk van de bloeddruk?
A
De lichaamstemperatuur
B
De kracht waarmee het bloed in de aorta komt
C
De hartslag
D
De zuurstofgehalte in het bloed

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het bewustzijn kan je scoren met de APVU
Je cliënt regeert niet maar als je hem aanspreekt kreunt hij wel
Welke letter scoort hij?
A
A
B
V
C
P
D
U

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een belangrijk kenmerk van gelijkmatigheid bij het polstellen?
A
Onregelmatig kloppen
B
Variërende ritmes hebben
C
Het kloppen is steeds even sterk
D
Snelheid veranderen

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn slagaders?
A
Bloedvaten die zuurstofrijk bloed van het hart naar de organen transporteren
B
Bloedvaten die voedingsstoffen naar de organen transporteren
C
Bloedvaten die afvalstoffen van de organen naar de nieren transporteren
D
Bloedvaten die koolstofdioxide van de organen naar de longen transporteren

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de functie van de grote bloedsomloop?
A
Transport van koolstofdioxide naar de longen
B
Transport van voedingsstoffen naar de darmen
C
Transport van afvalstoffen naar de nieren
D
Transport van zuurstofrijk bloed naar het lichaam

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

bloedsomloop

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Urinewegstelsel

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

De juiste volgorde van het urinewegstelsel is...
A
Nieren - Urinebuis- Blaas - Urineleiders
B
Nieren - Urineleiders - Blaas-Urinebuis
C
Urineleiders - Nieren - Blaas- Urinebuis
D
Urineleiders - Blaas - Nieren- Urinebuis

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een taak van de nieren?
A
Besturen van het urinewegstelsel
B
Verwarmen van het bloed
C
Uitscheiden van afvalstoffen
D
Doorgeven van elektrische prikkels

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijke functies van de nieren:
1. zuiveren van bloed
2. de vocht en zoutbalans regelen
3. bloeddruk regelen, samen met zs, de bijnieren het hart en de bloedvaten
4. aanmaak van hormon

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • De blaas rekt uit wanneer er urine in komt.
  • Er past ongeveer 1,5 liter urine in de blaas, bij 0,2 liter krijg je de aandrang
      om te plassen. Hoe voller de blaas is, hoe sterker dit signaal is.
  • Zindelijkheid trainen, signaal herkennen.
  • Urinebuis bij de man is 20 -25 cm lang en maakt S-vormige bocht.
  • Urinebuis bij de vrouw is 3 tot 5 cm, en loopt recht naar benenden.

Slide 16 - Tekstslide

Afbeelding van blaas, volle blaas en normale blaas
  • Bij de man worden de sluitspieren van de blaas omringd door de prostaat.
  • Bij de vrouw is het risico op bacteriën groter, die van nature leven in de endeldarm (E-coli bacterie) en in de urethra terecht kunnen komen. Vrouwen zijn dan ook gevoeliger voor urineweginfecties omdat de anus en urineleider dicht bij elkaar liggen en de plasbuis kort is en daarmee ook de weg naar de blaas.
Incontinentie
= ongewild urineverlies
  1. Urge-incontinentie --> sluitspier kan de toenemende druk niet aan
  2. stressincontinentie--> door druk (lachen, niezen) kan je urine verliezen
  3. overloopincontinentie --> urineverlies door volle blaas
  4. reflexincontinentie --> gevolg van afwijkingen in het zenuwstelsel
  5. volledige incontinentie --> geen controle over de blaas- en darmfunctie

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Andere aandoeningen aan het urinewegstelsel:
  • Blaasontsteking
  • Onvoldoende bloedaanvoer naar de nier
  • Onvoldoende afvoer van urine
  • Ziekten aan het nierweefsel
  • Kanker aan de nier of de blaas
  • Anatomische afwijkingen

Slide 18 - Tekstslide

boek blz. 172 en 173
Stap voor stap de aandoeningen bespreken.

Slide 19 - Tekstslide

Verblijfskatheter of een eenmalige katheter.
Opdracht 5 en 6 maken en bespreken.

Slide 20 - Tekstslide

  • adviezen voeding minimaal 2 liter vocht inname/24 uur
  • let op vrijhangen van de slangen
  • voorkom knikken in de slangen
  • katheter bij fixeren op het bovenbeen niet te krap
  • “rijdende katheter” pas op
  • urine opvangzak altijd lager dan de blaas

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Een blaaskatheter is een voorbeeld van een interne katheter?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Infectiegevaar is bij een externe katheter groter dan bij een interne>
A
Juist
B
Onjuist

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een blaaskatheter is een holle, vaak flexibele slang die ingebracht wordt in de blaas.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Observatie;
  • Frequentie, gemiddeld 1,5 - 2 lt per 24 uur. Hoger? nervositeit, medicatie, blaasontsteking, veel gedronken, diabetes. Lager? koorts, nierafwijking, wonden of operatie, braken, diarree, hart en vaatafwijking.
  • Hoeveelheid
  • Kleur, Normaal is urine lichtgeel. Kleur wordt gevormd door de opgeloste (afval) stoffen.
    Donker is geconcentreerde urine.
    Donkergeel /-bruin -> lever, - nieraandoeningen
    Roze/rode -> bloed in de urine, medicatie, bietjes
  • Helderheid, urine is helder, troebele urine wijst op bacteriën, eiwitten of pus.
  • Geur, Ammoniakgeur, geconcentreerd. Urineweginfectie ruikt onaangenaam. Zoetig bij diabetes mellitus. Medicatie kan je ruiken. Afvalstoffen kan je ruiken
  • Manier van urineren

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Urine

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Observeren urine:
  • Geur
  • Kleur
  • Hoeveelheid
  • Frequentie
  • Helderheid
  • Manier van urineren

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geur

  • Normaal ruikt de urine naar ammoniak.
  • Diabetes: zoete geur of naar aceton.
  • Bij een infectie kan de urine scherp en onaangenaam ruiken.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kleur:
  • Lich geel (helder) - Veel gedronken
  • Donkere urine - Weinig gedronken
  • Rode urine - Bloed in de urine
  • Bruine urine - Oud bloed/ leveraandoening

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Helderheid
Urine is normaalgesproken helder, zoals appelsap.

Bij een infectie is de urine troebel en zitten er kleine stukjes of vlokjes in de urine.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Een dun slangetje
  • Je kan kunstmatig urine uit de urineblaas laten aflopen.


  • Hoe:  Een steriele katheter, door de urinebuis (urethra) in de urineblaas gebracht, zodat  de blaas leeg loopt.



Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies