De leerling (werken) elke dag aan zijn huiswerk.
werkt
Jij (antwoorden) snel op moeilijke vragen.
antwoordt
Jack (verhuizen) volgende maand naar een nieuwe woning.
verhuist
Vorig jaar fietste ik elke ochtend naar school.
De docent legde de regels duidelijk uit.
Zij zochten samen naar de juiste oplossing.
✅ Voltooide tijd (3)
Ik heb mijn taak zorgvuldig gemaakt.
Wij zijn gisteren laat aangekomen.
Hij heeft de brief netjes geschreven.