les 20 feb

Vandaag
Opwarmer
oefenen werkwoordspelling
Terugkijken zinsdelen en oefenen
Bijvoeglijk naamwoord










1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NEnseignement Secondaire

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 75 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
Opwarmer
oefenen werkwoordspelling
Terugkijken zinsdelen en oefenen
Bijvoeglijk naamwoord










Slide 1 - Tekstslide

opwarmer
https://jeugdjournaal.nl/artikel/2602606-kinderen-lopen-voor-het-eerst-mee-in-carnavalsoptocht-voor-volwassenen






Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Waarom is het carnavalfeest lange tijd geleden ontstaan?
A
einde van winter vieren
B
de eerste sneeuw vieren
C
de eerste zwaluwen vieren
D
begin van de zomer vieren

Slide 4 - Quizvraag

Welke uitspraak hoort bij de traditie van carnaval?
A
Niet iedereen kan koning zijn
B
Enkel het gewone volk mag meedoen
C
Iedereen is 1 dag gelijk
D
Enkel de rijken mogen meedoen

Slide 5 - Quizvraag

Welke mogelijke betekenis heeft de naam carnaval?
A
carrus navalis (scheepswagen)
B
carma valora (carma is a bitch)
C
carena volare (vliegende slingers)
D
carnem levare (vaarwel vlees)

Slide 6 - Quizvraag

Carnaval werd bij de Christenen een feest.

Dit wordt gevierd op dag voor ...

A
de start van de vasten
B
Pasen
C
Kerstmis
D
Nieuwjaar

Slide 7 - Quizvraag

Tegenwoordige tijd (+T)
Hele werkwoord
1. haal -en van het hele werkwoord weg.
2. Check of dat de ik-vorm is.
3. Check wat het onderwerp van de zin is (Wie/wat + persoonsvorm?)
4. Is je onderwerp hij/zij/het of jij dan plak je een "T" achter de ik-vorm.
Let op!
Als 'jij/je' achter de persoonsvorm staat, geen "T"!
5. Als je onderwerp meervoud is (wij, jullie zij) dan hele werkwoord

Slide 8 - Tekstslide

Verleden tijd (+te(n) / +de(n)
Hele werkwoord (zwakke werkwoorden)
1. haal -en van het hele werkwoord weg.
2. Check of de laatste letter nu in het 't ex-kofschip zit
3. verander de stam naar de ik-vorm
Ja--> + te(n)
Nee --> + de(n)
4. Check of het onderwerp van de zin enkelvoud of meervoud is
4. Bij meervoud plak je er een n achter.


Slide 9 - Tekstslide

Voltooid deelwoord

 Check of de laatste letter in het 't ex-kofschip zit
Ja--> + t
Nee --> + d


Slide 10 - Tekstslide

Tegenwoordige tijd

De leerling (werken) elke dag aan zijn huiswerk.
werkt

Jij (antwoorden) snel op moeilijke vragen.
antwoordt
Jack (verhuizen) volgende maand naar een nieuwe woning.
verhuist



Vorig jaar fietste ik elke ochtend naar school.

De docent legde de regels duidelijk uit.

Zij zochten samen naar de juiste oplossing.

✅ Voltooide tijd (3)

Ik heb mijn taak zorgvuldig gemaakt.

Wij zijn gisteren laat aangekomen.

Hij heeft de brief netjes geschreven.


Slide 11 - Tekstslide

 Verleden tijd 

Vorig jaar (fietsen) ik elke ochtend naar school.
fietste
De docent (leggen) de regels duidelijk uit.
legde
Zij (zoeken) samen naar de juiste oplossing.
zochten



Vorig jaar fietste ik elke ochtend naar school.

De docent legde de regels duidelijk uit.

Zij zochten samen naar de juiste oplossing.

✅ Voltooide tijd (3)

Ik heb mijn taak zorgvuldig gemaakt.

Wij zijn gisteren laat aangekomen.

Hij heeft de brief netjes geschreven.


Slide 12 - Tekstslide

 Voltooide tijd
 Ik heb mijn taak zorgvuldig (maken).
gemaakt

Wij zijn gisteren laat (aankomen)
aangekomen

Hij heeft de brief netjes (beoordelen).
beoordeeld




De docent legde de regels duidelijk uit.

Zij zochten samen naar de juiste oplossing.

✅ Voltooide tijd (3)

Ik heb mijn taak zorgvuldig gemaakt.

Wij zijn gisteren laat aangekomen.

Hij heeft de brief netjes geschreven.


Slide 13 - Tekstslide











Wij zijn gisteren laat aangekomen.

Hij heeft de brief netjes geschreven.


Slide 14 - Tekstslide

Afsluiter
https://jeugdjournaal.nl/artikel/2597643-tosti-de-kat-heeft-al-meer-dan-100-spullen-gejat







Ik heb mijn taak zorgvuldig gemaakt.

Wij zijn gisteren laat aangekomen.

Hij heeft de brief netjes geschreven.


Slide 15 - Tekstslide

les 20 feb

Slide 16 - Tekstslide