Buitengewoon budgetteren

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
GASVBuitengewoon secundair onderwijs

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Domiciliëring en doorlopende opdracht
                                                             


  • voor- en nadelen van deze betaalwijzen 
  • wanneer kies je welke betaalwijze?

Slide 2 - Tekstslide

Domiciliëring en doorlopende opdracht
                                                             


  • voor- en nadelen van deze betaalwijzen 
  • wanneer kies je welke betaalwijze?

Slide 3 - Tekstslide

Wat is een nadeel van domiciliëring?
A
Moeilijk om betalingen te stoppen
B
Directe controle over uitgaven

Slide 4 - Quizvraag

Wanneer gebruik je een doorlopende opdracht?
A
Voor vaste maandelijkse betalingen
B
Voor eenmalige betalingen

Slide 5 - Quizvraag

Wat is een voordeel van domiciliëring?
A
Automatische betaling van rekeningen
B
Geen kosten voor klantenservice

Slide 6 - Quizvraag

Betalen via domiciliëring en doorlopende opdracht

Opdracht: oefenblad 1      
       
Duid aan welke uitgaven je kan betalen met een domiciliëringsopdracht of met een doorlopende opdracht.


Slide 7 - Tekstslide

Opdracht: verdeling van de uitgaven in België
Oefenblad 2: Uitgaven van een gemiddeld gezin

Op het oefenblad staat een taartdiagram met verschillende onderdelen. Je kleurt de verschillende taartstukken in, telkens met een andere kleur. 0p die manier krijg je een overzicht en zie je waar veel of minder van je maandbudget naar toe zal gaan.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Slide 10 - Video

Opdracht: woordzoeker vaste- en periodieke kosten
Oefenblad 3: Zoek mij! Vaste of periodieke kosten

Duid in de woordzoeker de begrippen aan die te maken hebben met vaste en periodieke kosten.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Link

Opdracht: soorten inkomsten
Oefenblad 4: Op onderzoek: soorten inkomsten
De draaischijf bepaalt de groepjes. Elk groepje krijgt een oefenblad met richtvragen. Je mag bij het invullen, gebruik maken van de chromebook.
Je stelt de inkomsten aan elkaar voor.

Slide 13 - Tekstslide

Het financieel paspoort

Opdracht: 
  • invullen van het financieel paspoort
  • zelftest: Welk geldtype ben jij?

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Post en administratie
  • Klasgesprek: factuur ontvangen
  • Opdracht: lezen van een factuur
  • Online bankieren oefenen
  • Klasgesprek: verschil tussen een domiciliëringsopdracht en een doorlopende opdracht
  • Opdracht: betalen via een  domiciliëringsopdracht en een doorlopende opdracht 
  • Opdracht: klasseren van facturen

Slide 16 - Tekstslide

Factuur ontvangen
                                                               Klasgesprek


  • Wat zijn de voor- en nadelen van het ontvangen van facturen in je brievenbus?
  • Wat zijn de voor- en nadelen van het digitaal ontvangen van facturen?
  • Op welke manier zou jij later je post willen ontvangen en waarom?

Slide 17 - Tekstslide

Lezen van factuur
                                         Opdracht: bijlage 2: facturen uit de post  

                              Duid met een fluostift de gevraagde zaken aan op de factuur:
  • datum van de factuur
  • klantnummer
  • bedrag dat betaald moet worden
  • gestructureerde mededeling
  • rekeningnummer begunstigde? rekeningnummer opdrachtgever?
  • wat gebeurt er als je de factuur niet tijdig betaalt?
App: Leessimpel

Slide 18 - Tekstslide

Online bankieren oefenen




  • Log in met het kaartnummer (17 cijfers)
  • elektronische handtekening is 1234

Slide 19 - Tekstslide

Een zichtrekening
Wat is een zichtrekening?
Een zichtrekening, wettelijk betaalrekening genoemd, dient om je dagelijkse financiële verrichtingen uit te voeren:
Je laat er je inkomsten zoals je loon, de gezinsbijslag, ... of terugbetalingen op storten of overschrijven.
Je gebruikt ze voor betalingen, overschrijvingen en afhalingen.
De rekeninguittreksels geven een overzicht van alle verrichtingen (inkomsten en uitgaven) en tonen je meest recente rekeningstand.



Slide 20 - Tekstslide

Elke zichtrekening heeft een uniek nummer. Dat wordt toegekend volgens een internationaal afgesproken IBAN-systeem. IBAN staat daarbij voor International Bank Account Number.
Dit internationale rekeningnummer start met twee letters die het land aanduiden (BE voor België) gevolgd door een reeks cijfers. In België zijn dat er veertien, waardoor de Belgische rekeningnummers dus zestien karakters tellen. Bij buitenlandse rekeningen kunnen het er meer of minder zijn.

Aan een rekening en het gebruik ervan zijn meestal kosten verbonden. Je bank stelt je een overzicht van de tarieven ter beschikking in haar kantoren en op haar website. 

Slide 21 - Tekstslide

Facturen betalen
Opdracht: betaal de facturen via de demobank
                 

Log in met het kaartnummer (17 cijfers)
Elektronische handtekening is 1234

Slide 22 - Tekstslide

Klasseren van facturen

Opdracht:       
       



Slide 23 - Tekstslide

Huur   
Energie
Hobby's
Telecom
Gezondheid
Vervoer
Verzekeringen
Belastingen
Winkelen
Lening



Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Job:...................................
Bruto loon: €............................................
Netto loon: €................................................
huurprijs: €......................................

Slide 28 - Tekstslide

Opdracht: inkomsten en uitgaven
  • inkomsten
  • vaste kosten
  • periodieke kosten
  • leefgeld 

Slide 29 - Tekstslide

Opdracht: invullen van de noemers op het budgetplan
bijlage 4: budgetplan

Nadat de polaroids onder de juiste noemer werden gelegd, nemen jullie de indeling over op het budgetplan.

Slide 30 - Tekstslide