cross

Taal 1 & 2

Schrijf onderstaande zin over en verdeel in zinsdelen.
Jouw super intelligente vriendin zag ik afgelopen zaterdag in de stad.

pv = maak de zin vragend
ow = wie/wat +pv
wg =  alle werkwoorden in de zin
lv = wie/wat+pv+ow
mv = aan wie/wat+pv+ow+lv
bwb = alle andere zinsdelen
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandshavoLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Schrijf onderstaande zin over en verdeel in zinsdelen.
Jouw super intelligente vriendin zag ik afgelopen zaterdag in de stad.

pv = maak de zin vragend
ow = wie/wat +pv
wg =  alle werkwoorden in de zin
lv = wie/wat+pv+ow
mv = aan wie/wat+pv+ow+lv
bwb = alle andere zinsdelen

Slide 1 - Tekstslide

Schrijf onderstaande zin over en verdeel in zinsdelen.
Heb jij ooit de ruim 112 meter hoge Domtoren beklommen?

pv = 
ow = 
wg = 
lv =
mv =
bwb =

Slide 2 - Tekstslide

Uitleg
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord. 
Dit noem je bij de zinsontleding de 'bijvoeglijke bepaling'.

de vriendelijke docent

Je kunt ook een bijvoeglijke bijzin maken:
de docent die vriendelijk is

Slide 3 - Tekstslide

Aantekening: zinsontleding
Het verliefde meisje gaf haar vriend een mooi cadeau voor zijn verjaardag.

Het verliefde meisje | gaf | haar vriend | een mooi cadeau | voor zijn verjaardag.

verliefde = bijvoeglijke bepaling bij 'meisje'

Het meisje dat enorm verliefd was | gaf | haar vriend | een mooi cadeau | voor zijn verjaardag.

Het meisje dat enorm verliefd was = onderwerp met bijvoeglijke bijzin.

Slide 4 - Tekstslide

Zinsontleding
Opdracht: schrijf onderstaande zin over, verdeel de zin in zinsdelen en benoem de zinsdelen: pv - ow - wg - lv - mv - bwb.

Mensen die ik niet vertrouw vertel ik echt geen geheimen.

Slide 5 - Tekstslide

Terugblik
Mensen die ik niet vertrouw | vertel | ik | echt | geen geheimen.

pv = vertel
ow = ik
wg = vertel
lv = geen geheimen
mv = Mensen die ik niet vertrouw
bwb = echt

die ik niet vertrouw = bijv. bijzin bij 'Mensen'


Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Aantekening: zinsdeel & zinsdeelstuk
zinsdeel = groepje woorden die bij elkaar horen, onverwisselbaar zijn
--> onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, bijwoordelijke bepaling
zinsdeelstuk = een zinsdeel binnen een zinsdeel (bijv.: een bijvoeglijke bijzin)

voorbeeld:
De voetballer die erg fanatiek is, | speelt |  bij de jeugdselectie.

pv = speelt
ow = De voetballer die erg fanatiek is
bwb = bij de jeugdselectie
zinsdeelstuk = die erg fanatiek is (= bijvoeglijke bijzin) want hoort binnen het 'onderwerp'



Slide 8 - Tekstslide

Aan de slag!
Maak opnieuw opdracht 2 & 3, blz. 29.

Je werkt 10 minuten in stilte.



Slide 9 - Tekstslide

Terugblik
1. Schrijf onderstaande zin over.
2. Verdeel de zin in zinsdelen.
3. Benoem de zinsdelen.
4. Noteer de bijvoeglijke bijzin.

De coach legde de spelers die hij voor de basis geselecteerd had, de tactiek uit.

Je werkt in stilte, je hebt 3 minuten.
timer
3:00

Slide 10 - Tekstslide

Terugblik
De coach | legde | de spelers die hij voor de basis geselecteerd had, | de tactiek | uit.

pv = legde
wg = legde uit
ow = De coach
lv = de tactiek
mv = de spelers die hij voor de basis geselecteerd had
    bijvoeglijke bijzin = die hij voor de basis geselecteerd had --> spelers

Slide 11 - Tekstslide

Heeft de volgende zin een bijvoeglijke bepaling of een bijvoeglijke bijzin?

De wandelaars die de vierdaagse hadden uitgelopen, kregen een medaille.
A
bijvoeglijke bepaling
B
bijvoeglijke bijzin

Slide 12 - Quizvraag

Een bijvoeglijke bepaling is een zinsdeel.
A
juist
B
niet juist

Slide 13 - Quizvraag

Heeft de volgende zin een bijvoeglijke bepaling of een bijvoeglijke bijzin?

De bioscoop in Leidsche Rijn is in 2015 geopend.
A
bijvoeglijke bijzin
B
bijvoeglijke bepaling

Slide 14 - Quizvraag

Heeft de volgende zin een bijvoeglijke bepaling of een bijvoeglijke bijzin?

De leerlingen die een onvoldoende voor de toets hebben gehaald, moeten deze herkansen.
A
bijvoeglijke bijzin
B
bijvoeglijke bepaling

Slide 15 - Quizvraag


Naar welk woord verwijst de bijvoeglijke bijzin in:

Mijn broer die in 4 havo zit, heeft vorig jaar een maand in Zweden gestudeerd.
A
Mijn broer
B
broer
C
4 havo
D
Zweden

Slide 16 - Quizvraag

Aantekening: betrekkelijk voornaamwoord (blz. 30)
Mijn broer die in 4 havo zit, heeft vorig jaar een maand in Zweden gestudeerd.

ow = Mijn broer die in 4 havo zit
bijv. bijzin = die in 4 havo zit --> broer

'die' = betrekkelijk voornaamwoord & verwijst terug naar antecedent 'broer'

Slide 17 - Tekstslide

Aantekening: betrekkelijk voornaamwoord
de-woorden = 'die' 
vb: De jongen die graag voetbalt...

het-woorden = 'dat'
vb: Het meisje dat graag jurkjes draagt...

voorzetsel + wie = met wie, over wie, enz.
vb: De klasgenoot met wie ik graag samenwerk...

Slide 18 - Tekstslide

Aantekening: betrekkelijk voornaamwoord
'Wat' gebruik je bij terugverwijzen in de volgende situaties:
1. overtreffende trap
vb: Het allermooiste wat ik ooit gezien heb...
2. woorden als alles, enige, iets, niets, veel
vb: Het enige wat ik wil, is een weekje vakantie.
3. een hele zin
vb: Barry wilde graag aanvoerder worden, wat de coach een goed idee vond.

Slide 19 - Tekstslide

Betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent
Wie en wat kunnen aan het begin van een zin staan, zonder dat er een antecedent aan voorafgaat. Wie betekent dan ‘degene die’, en wat ‘dat wat’.

Dit noem je een betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent (betr. vnw. m.i.a.).

Wie niet mee wil doen, kan hier op ons wachten.
Wat hij zegt, is volslagen onzin.

Slide 20 - Tekstslide

Opdracht
Noteer de betrekkelijke voornaamwoorden en de antecedenten in onderstaande zinnen.

1. Janine vertelde haar verhaal aan de agent die haar bekeurde.

2. Het allerleukste spel wat ik ooit gespeeld heb met mijn familie, is 30 seconds.

3. De kat krijste de hele nacht, wat me vreselijk irriteerde.
timer
3:00

Slide 21 - Tekstslide

Aantekening: werkwoordsvormen
1. pv tt (ik-vorm + t)
2. pv vt (zwak / sterk, 't kofschip)
3. voltooid deelwoord = als de pv een vorm is van hebben, zijn of worden is het andere werkwoord een voltooid deelwoord (spellingsregels volgen de verleden tijd)
Ik ben naar school gefietst. / De vraag werd beantwoord.

4. gebiedende wijs = ik-vorm 
Ruim je kamer op! / Maak je huiswerk!


Slide 22 - Tekstslide

Aantekening: werkwoordsvormen
5. infinitief (hele werkwoord)

6. onvoltooid deelwoord (hele werkwoord + d)
 vb.: je doet iets, terwijl je ook iets anders doet (Lachend rende ze de klas uit.)

7. voltooid deel als bijvoeglijk naamwoord 
(De gebakken eieren smaakten erg goed. / De vergrote foto hangt aan de muur.

Slide 23 - Tekstslide

Voorbereiding toets: bijvoeglijke bijzin
Personen die betrokken zijn in de zaak tegen de gezochte crimineel Ridouan Taghi, zoals advocaten, officieren van justitie en rechters, zullen extra beveiligd worden. Dat zei Fred Westerbeke, de hoofdofficier van het Openbaar Ministerie (OM), woensdagavond in Nieuwsuur.

De extra beveiliging komt na de liquidatie van advocaat Derk Wiersum, die de kroongetuige in de zaak, Nabil B., bijstond. Westerbeke zei dat er woensdag over extra beveiliging is gesproken en "daarop is gehandeld".

Slide 24 - Tekstslide

Bijvoeglijke bijzin?
Personen die betrokken zijn in de zaak tegen de gezochte crimineel Ridouan Taghi, zoals advocaten, officieren van justitie en rechters, zullen extra beveiligd worden. Dat zei Fred Westerbeke, de hoofdofficier van het Openbaar Ministerie (OM), woensdagavond in Nieuwsuur.

De extra beveiliging komt na de liquidatie van advocaat Derk Wiersum, die de kroongetuige in de zaak, Nabil B., bijstond. Westerbeke zei dat er woensdag over extra beveiliging is gesproken en "daarop is gehandeld".

Slide 25 - Tekstslide

Aantekening: onbepaald voornaamwoord (blz. 62)
Een onbepaald voornaamwoord verwijst naar iets onduidelijks (personen of dingen), of verwijst naar tijd, weersomstandigheden of sfeer.

Onbep. vnw. zijn onder andere: iets, niets, iemand, niemand, alles, men, wat elk, ieder(een).

Voorbeelden:
Niemand praat met Piet.
Men zegt dat altijd.
Ik heb wel iets gehoord.

Let op: Wat is alleen een onbepaald voornaamwoord als je het kunt vervangen door 'iets'.

Slide 26 - Tekstslide

Kun jij de bijvoeglijke bijzin vinden in deze tekst?

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Benoem alle werkwoorden (10).
De Amerikaanse marine heeft woensdag officieel toegegeven dat op drie video's tussen 2004 en 2015 zogeheten ufo's (onbekende vliegende objecten) te zien zijn. Een woordvoerder wil tegenover CNN niet ingaan op mogelijke buitenaardse wezens, omdat "nog niet precies duidelijk is wat er op de beelden te zien is".
timer
3:00

Slide 29 - Tekstslide

Benoem alle werkwoorden.
De Amerikaanse marine heeft (= pvtt) woensdag officieel toegegeven (= vd) dat op drie video's tussen 2004 en 2015 zogeheten ufo's (onbekende vliegende (= bn) objecten) te zien (= inf) zijn (= pvtt). Een woordvoerder wil (= pvtt) tegenover CNN niet ingaan (= inf) op mogelijke buitenaardse wezens, omdat "nog niet precies duidelijk is (= pvtt) wat er op de beelden te zien (=inf) is (= pvtt)".

Slide 30 - Tekstslide

Vul het juiste verwijswoord in.

Het eerste ... je ziet als je het stadion uitkomt, is het Groninger Museum.

A
dat
B
wat

Slide 31 - Quizvraag

Vul het juiste verwijswoord in.

Het huis ... je op deze foto ziet, is van mijn opa en oma.
A
dat
B
wat

Slide 32 - Quizvraag

Vul het juiste verwijswoord in.

De leerlingen ... ik graag samenwerk, wonen in hetzelfde dorp.
A
met wie
B
waarmee

Slide 33 - Quizvraag

Vul het juiste verwijswoord in.

De spelers ... geselecteerd zijn voor de jeugdselectie, trainen vier keer in de week.
A
wie
B
die

Slide 34 - Quizvraag

Vul het juiste verwijswoord in.

Mijn opa ging met pensioen en kreeg een groot feest aangeboden, ... wij een erg mooi gebaar vonden van het bedrijf waar hij ruim veertig jaar werkte.
A
dat
B
wat

Slide 35 - Quizvraag