meertaligheid en TOS

Meertaligheid in de kinderopvang en het onderwijs en wat als de taalontwikkeling anders gaat?
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 9 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Meertaligheid in de kinderopvang en het onderwijs en wat als de taalontwikkeling anders gaat?

Slide 1 - Tekstslide

Weet je nog?
Fonologisch aspect van taal heeft te maken met........
A
klankontwikkeling
B
communicatieve ontwikkeling
C
betekenis van woorden
D
zinsopbouw

Slide 2 - Quizvraag

Weet je nog?
Pragmatisch aspect van taal heeft te maken met........
A
klankontwikkeling
B
communicatieve ontwikkeling
C
betekenis van woorden
D
grammatica en zinsopbouw

Slide 3 - Quizvraag

Weet je nog?
Syntactisch aspect van taal heeft te maken met........
A
klankontwikkeling
B
communicatieve ontwikkeling
C
betekenis van woorden
D
grammatica en zinsopbouw

Slide 4 - Quizvraag

Kind: Dat is papegaai, Krintus. Volwassene: Krintus? Kind: Nee, Krintus! Volwassene: O, bedoel je Quintus? Kind: Ja. Krintus.

Dit is een voorbeeld van.....
A
fonologisch aspect
B
syntactisch aspect

Slide 5 - Quizvraag

Lotte: “Vanochtend was ik nog klein, toen kon ik nog niet praten”. Door Lotte werd ‘vanochtend’ dus gebruikt voor alles wat in het verleden gebeurd is.

Dit is een voorbeeld wat hoort bij....
A
pragmatisch aspect
B
semantisch aspect

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Video

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Wat weet je nu over tweetalige kinderen dat je eerst niet wist?

Slide 10 - Open vraag

Bespreek met elkaar:
1. Hoeveel meertalige leerlingen heb je in de groep/klas?

2. Hebben zij ergens moeite mee?Zo ja, waarmee?

3. Hoe wordt er op jouw stage extra aandacht besteed aan meertalige kinderen?

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Slide 13 - Video

Wat kun je vertellen over de opbouw van deze les?

Slide 14 - Open vraag

Meertaligheid in de kinderopvang en het onderwijs en wat als de taalontwikkeling anders gaat?

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Waar denk je aan bij het woord meertaligheid?

Slide 17 - Tekstslide

Je bent meertalig als je meer dan 1 taal kan begrijpen, spreken of schrijven, of als je regelmatig meer dan 1 taal gebruikt.

27% van de kinderen in Nederland op de basisschool wordt meertalig opgevoed.

Slide 18 - Tekstslide

Simultane meertaligheid

- Kind krijgt vanaf de geboorte meerdere talen mee



Sequentiële meertaligheid

- Kind krijgt  vanaf de geboorte 1 taal mee en leert op latere leeftijd  een andere taal.
- Kind krijgt vanaf 3 jaar of ouder een andere taal aangeboden
- Kinderen van 3 t/m 6 : vroege sequentiële taalverwerving.
Dit kan 3 tot 5 jaar duren.
Vanaf 6 jaar duurt dit 5 tot 7 jaar.

Slide 19 - Tekstslide

Hoe jonger...
  • Hoe jonger kinderen in een nieuwe taalomgeving komen, hoe beter ze de taal oppikken. 
  • Tot 7 jaar hebben kinderen een taalgevoelige periode.
  • Aanleggen van hersenverbindingen > nieuwe taal leren 

Slide 20 - Tekstslide

NT2 leerlingen
  • Kinderen die Nederlands als tweede taal leren.
  • Onderzoek: laat kinderen hun eigen taal ook spreken. Zo voelen zij zich thuis.
  • Taalontwikkeling verloopt in dezelfde fasen als bij de niet NT2 kinderen.
  • Wel meer risico op achterstanden

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Problemen voor NT2- leerlingen in het basisonderwijs

De problemen die leerlingen kunnen ervaren zijn:
- Context is cultureel bepaald. Situatie of verhaal tijdens de les is niet herkenbaar voor leerlingen.

- Taalvaardigheid is gebonden aan de leersituatie. Moeite met verbinden van schoolkennis en hun leven. Weten niet wat zij aan de kennis hebben.

- Beperkte woordenschat. Lessen waar specifieke termen woorden gebruikt, pikken leerlingen niet zo snel de leerstof op.

Slide 26 - Tekstslide

Wat kun je doen om het de NT2 leerling wat makkelijker te maken in de klas?

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Coöperatief leren. Wat is dat?
Zoek en schrijf op:
Wat is coöperatief leren?
Schrijf 5 coöperatieve werkvormen op.
Welke werkvorm vind je het leukst? Waarom? Welke kun je inzetten op je stage?
Kies een coöperatieve werkvorm en bedenk een opdracht voor in de klas.

Slide 29 - Tekstslide

Als de taalontwikkeling anders verloopt.....

Slide 30 - Tekstslide

Taalachterstand vs taalstoornis
Wat is het verschil?

Slide 31 - Open vraag

Wie heeft er wel eens gehoord van TOS?

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Video

Taalontwikkelingsstoornis (TOS)
  • Problemen met het uiten en verwerken van taal
  • Normaal iq
  • 7% van de kinderen in de leeftijd van 5 jaar (ongeveer 2 kinderen in een klas)
  • 1 op de 20 kinderen (vaker dan dyslexie)
  • Jongens vaker dan meisjes
  • TOS kan verminderen maar gaat niet over.

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Video

Kinderen met TOS:
  • horen goed;
  • leren hun moedertaal langzaam en moeizaam;
  • kunnen klanken en woorden moeilijk onthouden;
  • hebben moeite met de grammatica;
  • vinden omgaan met emoties lastig;
  • hebben moeite met plannen.   bron:kentalis.nl

Slide 36 - Tekstslide

Wat kun je doen in de klas?

Slide 37 - Open vraag

Slide 38 - Video

Dit kun je doen in de klas:
  • Veel vertrouwen  tonen in het kind.
  • Geduld te hebben als het kind iets wil uitleggen aan je.
  • Taalfouten ‘ongemerkt’ te verbeteren, door het zelf goed te herhalen.
  • Geen onverwachte beurt te geven.
  • Woorden uit te leggen, liefst met veel visuele ondersteuning (plaatjes, uitbeelden).
  • Het kind te helpen met organiseren: wat heb je bij deze les nodig?
  • Door jouw handelen te verwoorden. ‘Modelen’ helpt kinderen hun denkproces te structureren.    bron: gedragsproblemenindeklas.nl

Slide 39 - Tekstslide