In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
2.2 Beschikbaarheid van water
Slide 1 - Tekstslide
Er worden twee uitspraken gedaan over het klimaat in Nederland en Spanje. Uitspraak 1: in Nederland komen meer depressies voor dan in Spanje. Uitspraak 2: in het grootste deel van Spanje valt in de zomer minder neerslag dan in de winter. Wat is juist?
A
Alleen uitspraak 1 is juist.
B
Alleen uitspraak 2 is juist.
C
Beide uitspraken zijn juist.
D
Beide uitspraken zijn onjuist.
Slide 2 - Quizvraag
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Video
Neerslagverdeling
<ul><li>Waar valt de neerslag?</li><li>Wanneer valt de neerslag?</li><li>Hoeveel neerslag valt er?</li></ul><b>Klimaat</b>
Slide 6 - Tekstslide
Neerslagintensiteit
Hoe hard en hoe lang regent het?<div><br></div><div><u>Piekafvoer</u> = Tijdelijke, extra grote waterafvoer in beken, rivieren en/of riolen. </div><div><b>Gevolg:</b> overstromingen, bodemerosie en modderstromen.</div>
Nuttige neerslag = Het verschil tussen de hoeveelheid neerslag en de verdamping in een gebied (dus de neerslag minus de verdamping).
Waterbalans
Slide 8 - Tekstslide
waterbalans
positief
veel neerslag, weinig verdamping
negatief
Meer verdamping of verbruik van water en te weinig neerslag.
Nuttig
Nuttige neerslag: het verschil tussen neerslag en verdamping.<div>In welke maanden?</div>
Slide 9 - Tekstslide
Welk land heeft een grotere kans op een positieve waterbalans?
A
Nederland
B
Spanje
Slide 10 - Quizvraag
Welk klimaat kent de meest negatieve waterbalans in Spanje?
A
Gematigd zeeklimaat
B
Landklimaat
C
Steppeklimaat
D
Middellandse Zeeklimaat
Slide 11 - Quizvraag
Bekijk de afbeelding
→ Welk begrip past bij deze kaart?
A
Neerslagintensiteit
B
Neerslagverdeling
C
Nuttige neerslag
D
Verdroging
Slide 12 - Quizvraag
Is er voldoende water beschikbaar in Spanje en Nederland, bijvoorbeeld voor landbouw en toerisme?
De hoeveelheid neerslag per tijdseenheid, bijvoorbeeld per uur of per dag.
De nuttige neerslag in een jaar, berekend over een langjarig gemiddelde, voor een bepaald gebied
Het verschil tussen de hoeveelheid neerslag en de verdamping in een gebied.
De verdeling van neerslag in een gebied.
Neerslagverdeling
Neerslagintensiteit
Nuttige neerslag
Waterbalans
Slide 13 - Sleepvraag
Bekijk de bron.
In welke maand kun je spreken van de meeste nuttige neerslag?
Slide 14 - Open vraag
Tweedeling in de landbouw
<ul><li>Landbouw zonder irrigatie</li><li>Landbouw met irrigatie</li></ul>
Nadeel irrigatie
<u>Verzilting</u> = De toename van het zoutgehalte in de bodem.<div><br></div><div><b>Voorkomen:</b></div><div><ul><li>Drainage</li><li>Druppelirrigatie</li></ul></div>
Slide 15 - Tekstslide
Verschillende irrigatietechnieken:
Oppervlakte-irrigatie
Beregening
Druppelirrigatie
Slide 16 - Tekstslide
Meer zout
Slechte irrigatie zorgt voor verzilting van de bodem.
Het zoutgehalte neemt dan teveel toe in de bodem.
Dit kan men tegenhouden door drainage.
Slide 17 - Tekstslide
Slide 18 - Video
Zet de irrigatiemethoden in de juiste volgorde van veroorzaker van verzilting.
1 = meeste verzilting, 3 = minste verzilting
1
2
3
Slide 19 - Sleepvraag
Olijven, druiven, citrusvruchten, suikerbieten en rijst.
<u>Extensieve veeteelt</u> = Veeteelt met weinig dieren en veel grond.
Kurkeik
Slide 20 - Tekstslide
Mare Plastico
De vlakke kuststrook rondom Almeria wordt Mare Plastico genoemd omdat er veel groenten en tomaten worden gekweekt in grote plastic kassen.<div><br></div>
Slide 21 - Tekstslide
Toerime: verdroging
Grote watervraag:<div><ul><li>water uit stuwmeren</li><li>grondwater</li></ul><b>Gevolg: </b>verdroging</div>