In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
A4 WA H10 voorkennis
Slide 1 - Tekstslide
Planning van deze les
Herhaling 11.5A
Uitleg nieuwe leerdoelen
Werken aan hw als er tijd over is.
Slide 2 - Tekstslide
Leerdoel van deze les
Hoofdstuk 11 paragraaf 5
Binomiale toetsen
Ik kan eenzijdige binomiale toetsen voeren.
Ik kan grenzen berekenen bij binomiale toetsen.
Ik kan tweezijdige binomiale toetsen uitvoeren.
Slide 3 - Tekstslide
Ik kan eenzijdige binomiale toetsen voeren.
Slide 4 - Tekstslide
Frisdrankfabrikant Mol beweert in een advertentie dat 40% van de Nederlanders zijn nieuwe frisdrank de lekkerste frisdrank vindt. Concurrent Franck vecht dit aan bij de Reclame Code Commissie (RCC). Volgens hem is dit percentage lager. De RCC besluit een steekproef van 100 personen te nemen en op grond van het steekproefresultaat zal Mol de advertentie al dan niet moeten herzien.
De toetsingsgrootheid X is het aantal personen in de steekproef dat de frisdrank van fabrikant Mol de lekkerste vindt. Licht toe dat X een binomiaal verdeelde toevalsvariabele is.
Slide 5 - Open vraag
Frisdrankfabrikant Mol beweert in een advertentie dat 40% van de Nederlanders zijn nieuwe frisdrank de lekkerste frisdrank vindt. Concurrent Franck vecht dit aan bij de Reclame Code Commissie (RCC). Volgens hem is dit percentage lager. De RCC besluit een steekproef van 100 personen te nemen en op grond van het steekproefresultaat zal Mol de advertentie al dan niet moeten herzien.
Neem aan dat X=48. Zal Mol de advertentie moeten herzien?
Slide 6 - Open vraag
Frisdrankfabrikant Mol beweert in een advertentie dat 40% van de Nederlanders zijn nieuwe frisdrank de lekkerste frisdrank vindt. Concurrent Franck vecht dit aan bij de Reclame Code Commissie (RCC). Volgens hem is dit percentage lager. De RCC besluit een steekproef van 100 personen te nemen en op grond van het steekproefresultaat zal Mol de advertentie al dan niet moeten herzien.
Neem aan X=28. Welke partij krijgt dan volgens jou gelijk?
Slide 7 - Open vraag
Slide 8 - Tekstslide
Slide 9 - Tekstslide
In een krant staat dat 45% van de Nederlanders in één keer slaagt voor het rijexamen. De directeur van een rijschool beweert dat dit percentage bij haar rijschool hoger ligt. Bij een aselecte groep van 40 klanten van deze rijschool slagen er 23 in één keer voor het rijexamen. Bereken de overschrijdingskans van 23.
Slide 10 - Open vraag
In een krant staat dat 45% van de Nederlanders in één keer slaagt voor het rijexamen. De directeur van een rijschool beweert dat dit percentage bij haar rijschool hoger ligt. Bij een aselecte groep van 40 klanten van deze rijschool slagen er 23 in één keer voor het rijexamen. Is er aanleiding om de directeur gelijk te geven bij α=0,05?
Slide 11 - Open vraag
Ik kan grenzen berekenen bij binomiale toetsen.
Slide 12 - Tekstslide
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Open vraag
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Open vraag
Slide 17 - Open vraag
Ik kan tweezijdige binomiale toetsen uitvoeren.
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Open vraag
Slide 20 - Tekstslide
Slide 21 - Open vraag
Huiswerk voor deze paragraaf
Zorg dat je de volgende leerdoel beheerst:
Ik kan grenzen berekenen bij binomiale toetsen.
Ik kan tweezijdige binomiale toetsen uitvoeren.
Maak dan opgaven 57, 58, 59, 60, 62, 63, 66, 67, 68 en 69 van hoofdstuk 11.