cross

6.2 Om de macht (A)

Tijd van Regenten en Vorsten 
6.2 Om de macht (A)
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Tijd van Regenten en Vorsten 
6.2 Om de macht (A)

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
1. Leerdoelen terugkoppeling 
2. Leerdoelen
3. Theorie
4. Beeldmateriaal
5. Aan de slag
6. Leerdoelen nabespreken

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen nabespreken
1. Je kunt uitleggen dat de graanhandel het begin vormde van een uitgebreid handelssysteem met een stapelmarkt voor een steeds groter handelsnetwerk.

2. Je kunt de doelen en de werkwijze van de VOC en WIC beschrijven.

3. Je kunt beschrijven hoe Engeland en Frankrijk reageerden op de economische voorspoed van de Republiek.

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen
1. Je kunt beschrijven hoe het streven naar particularisme de staatsinrichting van de Republiek heeft beinvloed. 

2. Je kunt de verschillen van inzicht tussen staatsgezinden en Oranjegezinden benoemen.

Slide 4 - Tekstslide

Theorie
Weet je nog? In 1588 besloot de Staten-Generaal geen nieuwe landsheer te zoeken. De zeven noordelijke gewesten gingen zichzelf besturen: De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. 

Vrij opmerkelijk, want overal in Europa was een vorst aan de macht. De Republiek werd bestuurd door regenten: bestuurders van de Republiek, komend uit rijke handelsfamilies. 

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Theorie
De macht in de Republiek was verdeeld onder: 

Gewestelijke Staten: Elk gewest bepaalde eigen rechtspraak, regels en belasting. 

Staten-Generaal: Buitenlandpolitiek en verdediging van het land. 

Zo overheerste het Particularisme: elk gewest kon eigen regels en wetten maken. Godsdienstvrijheid! (?)

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Theorie
In de Republiek hadden twee functionarissen veel macht: de stadhouder en de raadspensionaris: hoge ambtenaar van het gewest Holland en voorzitter Staten-Generaal. 


Slide 10 - Tekstslide

Theorie
Weet je nog? De Republiek was in oorlog met Spanje. Deze duurde inmiddels al tientallen jaren. Mensen binnen de Republiek raakten verdeeld in twee groepen over hoe nu verder: 

Oranjegezinden: Onder leiding van stadhouder Maurits oorlog voortzetten. 
Staatsgezinden: Onder leiding van Johan van Oldenbarnevelt de oorlog stoppen. 

Slide 11 - Tekstslide

Theorie
De belangrijke stadhouder - en leider van het leger en zoon van Willem van Oranje - Maurits van Oranje Nassau had het niet zo met Johan Van Oldenbarnevelt. 

Slide 12 - Tekstslide

Theorie
Uiteindelijk kwamen de Republiek en Spanje overeen tot een wapenstilstand. Het Twaalfjarige Bestand: Vrede tussen de Republiek en Spanje (1609-1621). 

Maar in deze twaalf jaar brak er onrust in de Republiek uit tussen gematigde en de orthodoxe protestanten. Stadhouder Maurits en Van Oldenbarnevelt kozen beide partij..

Slide 13 - Tekstslide

Theorie
Maurits wilde iedereen laten zien wie de baas was in de Republiek en liet daarom Johan Van Oldenbarnevelt oppakken en berechten. Deze werd vermoord op het Binnenhof in Den Haag wegens landverraad. 

Iets waarover de Oranjes nog steeds niet willen praten of over nadenken.. 

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Theorie
Vrede tussen de Republiek en Spanje kwam er uiteindelijk in 1648 met de Vrede van Munster. Hier werden door alle Europese staten de Republiek als soevereine staat gezien. 

Opschrijven: 
Met de Vrede van Munster (1648) eindigt de oorlog met Spanje en wordt de Republiek erkend als soeverein: onafhankelijk en bepaalt zelf de regels en wetten.  

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Aan de slag
1. Maak de opdrachten 2, 3, 4  uit het handboek. Dit laten zien en checken. 

2. Kijk op Youtube 'De man achter de VOC: Johan van Oldenbarnevelt'.

3. Beginnen met Kennen en Kunnen 6.2. 

Slide 20 - Tekstslide

Leerdoelen nabespreken
1. Je kunt beschrijven hoe het streven naar particularisme de staatsinrichting van de Republiek heeft beinvloed. 

2. Je kunt de verschillen van inzicht tussen staatsgezinden en Oranjegezinden benoemen.

Slide 21 - Tekstslide