5.2 Ontstaan van de verzorgingsstaat

5.2 Ontstaan verzorgingsstaat
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

5.2 Ontstaan verzorgingsstaat

Slide 1 - Tekstslide

Spoorboekje
1. Nachtwakerstaat
2. Nederland wordt verzorgingsstaat
3. Verschillende visies op de verzorgingsstaat

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
6.    De leerling kan uitleggen dat Nederland aan begin van de 20e eeuw een nachtwakersstaat was
7.    De leerling kan uitleggen in hoeverre Nederland voor WO II een verzorgingsstaat was en kan aangeven welke twee grote ontwikkelingen de verzorgingsstaat na WO II heeft doorgemaakt en waarom deze ontwikkelingen plaatsvonden
8.    De leerling kan de grote politieke visies (liberalen, sociaaldemocraten en christendemocraten) op de verzorgingsstaat uitleggen

Slide 3 - Tekstslide

Waarom hebben we in Nederland een verzorgingsstaat gekregen?

Slide 4 - Open vraag

1. Nachtwakersstaat
- 18e eeuw: Liberalisme: Laissez faire (Mandeville & Adam Smith). Private vices and public benefits.
-  Rond 1850: Nederland = nachtwakersstaat.
Overheid bemoeit zich alleen met handhaving van de rechtsorde. Niet met welvaart en welzijn.
- Gevolgen van industralisatie: tussen 10 en   15 % ontvangt bedeling, 1/3e van de Amsterdammers leeft onder de armoede grens en toename diefstal en prostitutie

Slide 5 - Tekstslide

1. Nachtwakersstaat
- Karl Marx (1818-1883): Arbeiders worden uitgebuit door kapitalisten. Door diegene de productiemiddelen in bezit hebben. Plukken zelf niet de vruchten van hun werk.

- Hoe maak je winst?
Noodzakelijke arbeidstijd: tijd waarin je je loonkosten terug verdient. Bijv. 4 uur werken.
Absolute meerwaarde: verlengen van de werkdag
Relatieve meerwaarde: productiever maken van het proces of disciplineren van de arbeiders.

- Apple’s fabrieken in China:  https://www.ign.com/videos/2015/7/22/apples-broken-promises-pcmag-gr

Slide 6 - Tekstslide

2. Nederland wordt verzorgingsstaat
- 1854: Thorbecke en de Armenwet: mocht alleen bijspringen als de kerk tekort schoot en bij besmettelijk zieken en krankzinnigen.
- 1874: Kinderwetje van Van Houten: verbieden fabriekswerk voor kinderen onder de 12. Maar geen inspectie…
- 1901: Leerplichtwet, Woningwet en ongevallenwet (70% procent van het loon tot e 1,25)
- Wetten met name gericht op mensen die werken.

Slide 7 - Tekstslide

2. Nederland wordt verzorgingsstaat
- Beurskrach Amerika (1929)
- Einde WO II: gelijkheid.

Sociale verzekeringen voor alle burgers!
Uitbreiding van de sociale voorzieningen:
1. Meer risico’s worden gedekt (AOW, Bijstandswet en WAO)
2. Aantal gerechtigden neemt toe (niet premie-betalers)
3. Meer sectoren (subsidies, regelingen etc.)

Slide 8 - Tekstslide

2. Nederland wordt verzorgingsstaat
- Jaren 80: toename werkloosheid.
- Hoge sociale premies --> loonkosten hoog --> werknemers duur --> Nederlandse producten duur --> Economie slecht --> hoge werkloosheid.
-Dus verlagen sociale premies, minimum inkomen en uitkeringen.

Slide 9 - Tekstslide

2. Nederland wordt verzorginsstaat
- 21e eeuw: participatie samenleving

- Decentraliseren van zorg en sociale zekerheid.
- Bijvoorbeeld: decentralisatie van de jeugdzorg (2015) + bezuiniging van 600 miljoen.
- Gevolgen: miljoenen tekorten bij gemeentes, enorme wachtlijsten en gevaarlijke situaties.

Slide 10 - Tekstslide

3. Verschillende visies op verzorgingsstaat
Welke visies zijn er?

- Liberale visie: een terughoudende rol van de overheid. Meer verantwoordelijkheid voor de burger.

- Sociaaldemocratische visie: sturende rol van de overheid: uitgebreid stelsel van zorg en uitkeringen. Verminderen sociale ongelijkheid dmv progressief belastingstelsel

- Christendemocraten: aanvullende rol van de overheid. Nadruk op werknemers/gevers organisaties, sportclubs en vrijwilligers. Bijv. mantelzorg

Slide 11 - Tekstslide

Wat is een nachtwakersstaat?
A
Samenleving waarin men laat naar bed gaat
B
Samenleving waarin de overheid voor welzijn en welvaart zorgt
C
Samenleving waarin de staat alleen voor de openbare orde zorgt
D
Samenleving waarin de staat alleen voor het welzijn, maar niet voor de welvaart zorgt

Slide 12 - Quizvraag

Welke opvatting van de verzorgingsstaat past het best bij Adam Smith
A
Liberale visie
B
Sociaal-democratische visie
C
Communistische visie
D
Christen-democratische visie

Slide 13 - Quizvraag

Welk voorbeeld past goed bij de participatiesamenleving?
A
Mensen moeten hard en lang werken in fabrieken en mijnen
B
Als je in de bijstand komt, krijg je meer dan genoeg geld om van rond te komen
C
Iedereen moet voor zichzelf zijn eigen AOW betalen
D
Bij je oma langsgaan om boodschappen voor haar deur te zetten

Slide 14 - Quizvraag

Met welke van de drie visies van de verzorgingsstaat ben je het het meest eens? En waarom?

Slide 15 - Open vraag