Lección 1 : Introducción y Compresión escrita

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¡Bienvenidos a la clase de español!

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

We starten in 5 minuten met de les.
We starten in 5 minuten met de les.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Registro de asistencia

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Este año
3 periodos
Vaardigheidstoets & examenvaardighedentoets

Wat heb je nodig?
  • woordenboek Spaans – Nederlands
  • woordenboek Nederlands – Spaans 
  • Examenbundel Spaans
  • Laptop

Slide 5 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Klassecode:
LessonUp
- Om lessen terug te kijken

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toetsweeksprintklassen
Wat kun je verwachten?
Tijdens de les gaan wij oefenen met alle vaardigheden
(lezen, luisteren, spreken, schrijven)

Toetsweek s
Schrijfvaardigheid
Spreekvaardigheid

Slide 7 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Comprensión escrita y oral 
Wat kun je verwachten?

1. Hablar sobre uno mismo.
2. Hablar sobre la familia y amigos.
3. Hablar sobre el futuro.
4. Describir personas y emociones.
5. Describir objetos.
6. Dar tu opinión.


Slide 8 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Wat wordt van jou verwacht?

  1. Aanwezigheid: op tijd en aanwezig.
  2. Inzet: actief meedoen en je best doen.
  3. Materiaal: altijd je map en spullen bij je.
  4. Voorbereiding: huiswerk/opdrachten gemaakt.
  5. Respect: luister naar docent en medestudenten.
  6. Samenwerking: werk goed samen in de groep.

Slide 9 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Doel van de les:
  • Na deze les kun je de belangrijkste grammaticale regels opnieuw toepassen.
  • Je herkent en gebruikt de juiste grammatica in je eigen zinnen.

Slide 10 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Persoonlijke voornaamwoorden
Een persoonlijk voornaamwoord is de persoon of het onderwerp waarover je spreekt in een zin. Je kan de naam in een zin ook vervangen door een persoonlijk voornaamwoord. 
Voorbeeld:
Jan en ik gaan naar het strand. = wij
Wij gaan naar het strand. 
Yo
Ik
Jij
Él/ ella/ usted
Hij/Zij/U
Nosotros/Nosotras
Wij
Vosotros/Vosotras
Jullie
Ellos/Ellas/
Ustedes
Zij meervoud
U meervoud

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbind de persoonlijke voornaamwoorden in het Spaans met de juiste vertaling in het Nederlands
Ik
jij
Jullie
Wij
Hij/ zij/ u
Zij meervoud / u meervoud
Yo
Él / ella/ usted
Nosotros/ nosotras
Vosotros/ vosotras
Ellos / ellas/ ustedes

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf een zin in het Spaans in de tegenwoordige tijd (presente de indicativo)

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Presente de indicativo
Herhaling
Presente de indicativo

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

El presente de indicativo
Waar je in het Nederlands de tegenwoordige tijd gebruikt, gebruik je in het Spaans de presente de indicativo oftewel de presente.

Vivo en Madrid 
Ik woon in Madrid 

Marcadores temporales: 
Hoy, ahora, en este momento

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf een zin in het Spaans in: estar + gerundio

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Gerundio


Als je wilt zeggen dat iets aan de gang is of dat je ergens mee bezig bent, dan gebruik je een vorm van estar + gerundio. 

  • Estoy mirando mis e-mails
  • Ik ben mijn e-mails aan het bekijken.

Marcadores temporales: 
ahora, en este momento, actualmente, todavía, mientras enz


Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf een zin in het Spaans met ir + a + infinitief

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

ir a + infinitivo
om te zeggen wat je in de toekomst gaat doen
om aan te geven wat er straks of later gebeurt

Mañana voy a conversar con mi mejor amiga.
Morgen ga ik  praten met mijn beste vriendin.


Marcadores temporales:
mañana, esta tarde, esta noche, la próxima semana
el lunes / el martes … , dentro de … (dentro de dos días)

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf een zin in het Spaans in de pretérito perfecto.

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

voltooid tegenwoordige tijd

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Cuándo se usa el Presente Perfecto?
  1. Als je wilt vertellen wat je hebt gedaan.
  2. Als je wilt vertellen over een periode die nog loopt
  3. Als je wilt vertellen hoe vaak je iets gedaan hebt. 

 Esta mañana he desayunado (Vanmorgen heb ik ontbeten)
  Hoy he trabajado (Vandaag heb ik gewerkt)

Marcadores temporales:
hoy, esta mañana / esta tarde / esta noche, esta semana, este mes, este año, últimamente, ya, todavía no, alguna vez / nunca

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf een zin in het Spaans in de pretérito indefinido.

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

voltooid verleden tijd

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Cuándo se usa el Pretérito indefinido?
  1. Als je het hebt over gebeurtenissen in een periode die afgelopen is. 

El año pasado conoci a mi novio.
Vorig jaar heb ik mijn vriend leren kennen.

Marcadores temporales:
ayer, anteayer, anoche, el otro día, la semana pasada, el mes pasado, el año pasado, en 2010 (of ander jaartal), el lunes / martes pasado, hace … (hace dos días, hace un mes)


Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf een zin in het Spaans in de pretérito imperfecto.

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Onvoltooid verleden tijd

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies







Marcadores temporales:
antes, cuando era niño / pequeña, todos los días, siempre, normalmente, cada verano / cada año, de vez en cuando
Pretérito imperfecto
1. Om situaties, mensen en dingen in het verleden te omschrijven waarvan niet belangrijk is wanneer deze plaats hebben gevonden.
Voorbeeld: Él escuchaba música clásica./ Hij luisterde naar klassieke muziek.
2. Om gewoontes uit het verleden te beschrijven. (dingen die vaker gebeurden)
Voorbeeld: Jimena iba al gimansio todos los días./ Jimena ging elke dag naar de sportschool.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¡A trabajar!
Haz los ejercicios de escritura en la página 10 y 11 del cuadernillo que les di.

¿Terminaste?
Leed la página 13. 
Espera a que terminen los demás.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Los deberes para la próxima clase:


Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat vond je van deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 31 - Poll

Deze slide heeft geen instructies


Wat heb je van 
deze les geleerd?

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

¡Nos vemos la próxima clase!
¡Nos vemos la próxima clase!

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies