11.4 de iris en de ooglens en 1.5 het netvlies

11.4 de iris en de ooglens en 11.5 het netvlies
  • Je kunt beschrijven hoe de pupilreflex de grootte van de pupil regelt.
  • Je kunt beschrijven hoe op het netvlies een scherp beeld ontstaat.
  • Je kunt de bouw en werking van het netvlies beschrijven 
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

11.4 de iris en de ooglens en 11.5 het netvlies
  • Je kunt beschrijven hoe de pupilreflex de grootte van de pupil regelt.
  • Je kunt beschrijven hoe op het netvlies een scherp beeld ontstaat.
  • Je kunt de bouw en werking van het netvlies beschrijven 

Slide 1 - Tekstslide

Pupilreflex

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Slide 5 - Video

Het netvlies
Je kunt de bouw en de werking van het netvlies beschrijven
Staafjes
Kegeltjes
Zien van contrasten in zwart-wit
Zien van kleuren
Gebruikt bij schemer
Gebruikt in het licht
Drempelwaarde is laag
Drempelwaarde is hoog
Verspreid over het hele netvlies
Vooral in en rond de gele vlek

Slide 6 - Tekstslide

Werking netvlies
Werking netvlies
Met kegeltjes zie je bij veel licht kleuren. Met staafjes zie je bij weinig licht contrasten in grijs, zwart en wit.

Slide 7 - Tekstslide

Bouw van het netvlies

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Enkele delen van het oog zijn: het hoornvlies, de iris, de lens en de oogleden met wimpers.
Welke van deze delen beschermen het netvlies tegen te fel licht?
A
de iris en de oogleden met wimpers
B
de lens en de oogleden met wimpers
C
de iris en het hoornvlies
D
de lens en het hoornvlies

Slide 10 - Quizvraag

De lensbandjes in de ogen van Jasmijn zijn te lang. Hierdoor kunnen ze zich tijdens het accommoderen niet strak genoeg aanspannen. Jasmijn heeft moeite met scherp zien.

Vraag 1: Wat is accommoderen?

Vraag 2: Kan Jasmijn voorwerpen dichtbij of in de verte niet scherp zien? Leg je antwoord uit.

Slide 11 - Open vraag