2.1 Fictie

Hoe gaat het?

1 / 22
volgende
Slide 1: Poll
newEditorNederlandsSpeciaal OnderwijsLeerroute HLeerroute VLeerroute 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Hoe gaat het?

Deze slide heeft geen instructies

2.1 Doelen: Je leert

  • verschil fictie en non-fictie

  • wat spanningsvragen zijn

  • verschillende personages 

  • wat beoordelingswoorden zijn

  • de 3 soorten argumenten

Deze slide heeft geen instructies

H2.1 Fictie

Non -Fictie

Deze slide heeft geen instructies

Wat is fictie?

Deze slide heeft geen instructies

Het Jeugdjournaal is...

A

fictie

B

non-fictie

C


D


Deze slide heeft geen instructies

Het Klokhuis is...

A

fictie

B

non-fictie

C


D


Deze slide heeft geen instructies

Het verslag in de krant van een voetbalwedstrijd is...

A

fictie

B

non-fictie

C


D


Deze slide heeft geen instructies

Het leesboek 'Het leven van een loser' is...

A

fictie

B

non-fictie

C


D


Deze slide heeft geen instructies

Het computerspel FIFA is...

A

fictie

B

non-fictie

C


D


Deze slide heeft geen instructies

De gebruiksaanwijzing bij FIFA is...

A

fictie

B

non-fictie

C


D


Deze slide heeft geen instructies

fictie en non-fictie

• fictie = een verzonnen tekst.

 Bijvoorbeeld een verhaal, gedicht, leesboek en film.


• non-fictie = een tekst over iets wat echt is gebeurd. Bijvoorbeeld een krantenbericht, artikel, recept en handleiding.


Deze slide heeft geen instructies

Ken je een personage uit een film/ serie?

Deze slide heeft geen instructies

Personages

Een verhaal gaat over personen - personages


Deze leer je kennen door wat hij/zij

voelt, denkt, zegt en doet.

Deze slide heeft geen instructies

Wie is de hoofdpersoon van een Quotum (blz 92 en 96 t/m 98)?

Axel  

Tommy broertje 

spanningsvragen

Een spannend verhaal roept vragen op:

* Zal ze uit het wrak komen?

* Loopt het verhaal goed af?


Het zijn vragen die de lezer stelt.

Deze slide heeft geen instructies

Beoordelingswoord

Je gebruikt een beoordelingswoord om je mening te uiten.

Beoordelingswoorden:

mooi, grappig, saai, spannend, eng, realistisch, ouderwets, modern, langdradig, voorspelbaar, verrassend, kinderachtig, ingewikkeld, enz.



Deze slide heeft geen instructies

Soorten argumenten

Als je je mening geeft over een boek, onderbouw je die mening 

met argumenten. Er zijn verschillende soorten argumenten:

realistische argumenten: vind je wat er verteld wordt geloofwaardig?

emotieve argumenten: grijpt het verhaal je aan en leef je mee met de

                                                     personages?

morele argumenten: ben je het eens met de overtuigingen en ideeën in het

                                                 boek?

Deze slide heeft geen instructies

  • je weet wat argumenten zijn

  • je weet hoe je een betoog schrijft 

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Wat vind je van deze film? Gebruik twee beoordelingswoorden + argumenten.

Deze slide heeft geen instructies

Opdrachten maken

Boek H2.1 Fictie blz 96 t/m 101

Deze slide heeft geen instructies

En hoe gaat het nu?

Deze slide heeft geen instructies