Word een Werkwoordspecialist!
Word een Werkwoordspecialist!
Wat weet je al over werkwoordsvormen?
Leerdoel
Aan het einde van de les kun je werkwoorden in verschillende vormen herkennen, juist toepassen en uitleggen wat ze betekenen.
De basis: de stam gebruiken
Pak het hele werkwoord, haal -en eraf en je hebt de stam.
De stam gebruik je voor bijna alle werkwoordsvormen.
Bijvoorbeeld: verwoesten → verwoest.
Wat is de stam van 'werken'?
werkt
werk
werkte
werken
Welke vorm gebruik je met de stam?
verwoestte
verwoesten
verwoest
verwoesting
Wat haal je van een werkwoord af?
-ing
-de
-t
-en
Is 'verwoesting' een stamvorm?
nee
mogelijk
ja
soms
Tegenwoordige tijd
Regel: stam + t (bij hij/zij/het).
Voorbeeld: Hij beheerst de stof goed.
Let op: stam op -t? Geen extra t erbij!
Bijvoorbeeld: Het boek bevat veel plaatjes.
Wat is de juiste vorm van 'werken' bij hij?
Hij werk hard aan zijn project.
Hij werkt hard aan zijn project.
Hij werkend hard aan zijn project.
Hij werken hard aan zijn project.
Hoe schrijf je 'fietsen' bij zij?
Zij fietst elke zondag samen.
Zij fietsen elke zondag samen.
Zij fietsend elke zondag samen.
Zij fiets elke zondag samen.
Wat is de juiste vorm van 'leiden' bij het?
Het leidend tot nieuwe inzichten.
Het leid tot nieuwe inzichten.
Het leiden tot nieuwe inzichten.
Het leidt tot nieuwe inzichten.
Hoe schrijf je 'beheren' bij hij?
Hij beheert de organisatie goed.
Hij beheer de organisatie goed.
Hij beheertend de organisatie goed.
Hij beheerd de organisatie goed.
Wat is de juiste vorm van 'bevatten' bij het?
Het bevat veel informatie.
Het bevalt veel informatie.
Het bevatte veel informatie.
Het bevatend veel informatie.