Observeren (daguitstap Brugge)

Observeren

1 / 32
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappij & WelzijnBuitengewoon secundair onderwijsB-stroomType 4Opleidingsvorm 4Leerjaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Observeren

Opdracht: kijk 30 seconden naar deze afbeelding

  1. Wat zag je allemaal?

  2. Wat deden de kinderen?

  3. Wie werkte er samen?

  4. Wie stond er alleen?



-> Zagen we allemaal hetzelfde?



Besluit: Je hebt goed gekeken, maar je hebt ook geobserveerd!

Klassikale bespreking:

Wat is observeren?


Observeren = bewust en gericht waarnemen

Een observatie is een manier om informatie te verzamelen door goed te kijken en te luisteren naar wat er gebeurt. Observeren betekent dat je bewust en aandachtig waarneemt met al je zintuigen (zien, horen, ruiken, voelen en proeven) om informatie te verzamelen over een persoon, een situatie of een omgeving.


Voorbeeld

Je observeert kinderen op de speelplaats.

  • Je ziet twee kinderen samen spelen.

  • Je hoort hen lachen.

  • Je ziet dat een ander kind alleen op een bank zit.


Zo verzamel je informatie over het gedrag van mensen.


Waarnemen is het in zich opnemen van de prikkels die je zintuigen opvangen (zien, horen, voelen, ruiken, smaken)

 

Je neemt voortdurend prikkels uit je omgeving waar.


 


 


Wat zijn de 5 zintuigen?

Niet iedereen neemt prikkels op dezelfde manier waar, deze worden beïnvloed door verschillende factoren:


-      Interne factoren (gevoelens)

-      Externe factoren (situaties uit je omgeving, laten beïnvloeden)

-      Ervaringen

-      Gewoonten

-      Verwachtingen

-      Eigen motivatie

 

Observeren is waarnemen met een bepaald doel voor ogen.

In Maatschappij en Welzijn observeren we bijvoorbeeld:


  • Hoe iemand zich gedraagt.

  • Hoe iemand zich voelt.

  • Wat iemand nodig heeft.

  • Hoe mensen met elkaar omgaan.

Onthoud: Wat je denkt, is niet altijd wat er werkelijk aan de hand is!

Bespreek in duo:

  1. Wat zie je op de afbeelding?

  2. Welk gedrag valt je op?

  3. Hoe denk je dat deze persoon zich voelt?

  4. Hoe weet je dat? Wat heb je waargenomen?


Klassikaal: Kunnen we zeker weten wat iemand voelt? Waarom wel of niet?


Opdracht: de observatie detective

Spelverloop:


  1. Eén leerling trekt een kaartje met een opdracht (kaartjes leerkracht)

  2. De leerling beeldt een situatie uit zonder te spreken.

  3. De klas observeert aandachtig.

  4. De leerlingen vertellen wat ze waarnemen.

  5. Daarna raden ze welke emotie of situatie wordt uitgebeeld. -> de basisemoties worden later nog verder behandeld! Tijdens dit spel ligt de nadruk op observeren, waarnemen en het verwoorden van wat je ziet.

Soorten observaties

Welke 4 soorten observaties bestaan er? Som ze op!

Observatietechnieken (gesloten observaties)

Soms de drie meest voorkomende observatietechnieken op.




1. Objectief

Je noteert wat je werkelijk ziet of hoort. Je laat je eigen mening of gevoelens achterwege.

  • ❌ Het kind is vervelend.

  • ✅ Het kind roept drie keer tijdens de uitleg.


2. Gericht

  • Je weet vooraf waarop je gaat letten. Je observeert niet zomaar alles, maar hebt een duidelijk doel.

    • ❌ Ik kijk naar alles wat er gebeurt op de speelplaats.

    • ✅ Ik let erop hoe kinderen met elkaar samenwerken.




4 criteria voor een goede observatie

3. Systematisch

Je observeert op een georganiseerde manier. Je werkt volgens een plan en noteert je waarnemingen.

  • ❌ Ik schrijf achteraf op wat ik mij nog herinner.

  • ✅ Ik noteer tijdens het observeren wat ik zie en hoor


4. Volledig en nauwkeurig

Je probeert zoveel mogelijk belangrijke informatie te verzamelen. Je laat geen belangrijke details weg.

  • ❌ Het kind speelt.

  • ✅ Het kind bouwt samen met twee andere kinderen een toren met blokken. Wanneer de toren omvalt, beginnen ze opnieuw.

Oefening: Is dit een goede observatie?


Situatie: Een leerling observeert een kind op de speelplaats.

  1. 'Het kind is stout.'

  2. 'Ik observeer hoe kinderen samen spelen.'

  3. 'Ik schrijf mijn waarnemingen op tijdens het observeren.'

  4. 'Het kind speelt.'



Klassikaal: Welk criterium wordt niet of onvoldoende toegepast?

Wat zijn de 4 criteria voor een goede observatie?

Observatieplan

Om je observatie te organiseren stel je een observatieplan op. Dat is een methode waarbij je een aantal fasen doorloopt, om op die manier je observatie op een kwalitatieve manier te organiseren en uitvoeren.

Slide titel

Opdracht: ik word een observatiedetective!

Situatie: Observeer een klasgenoot die zelfstandig een opdracht uitvoert!

Observatievraag: Hoe gedraagt een klasgenoot zich tijdens het zelfstandig uitvoeren van een opdracht?':


Observeer gedurende 5 minuten en let op:

  • Lichaamshouding.

  • Gezichtsuitdrukking.

  • Bewegingen.

  • Concentratie.

  • Contact met anderen.

  • Eventuele geluiden of uitspraken.


Belangrijk: Noteer wat je werkelijk ziet en hoort, zonder meteen conclusies te trekken.

Je voert de observatie uit -> blad van de leerkracht.


Volgende observatietechnieken worden geoefend:

A. Gesloten observatie: turfmethode

B. Gesloten observatie: beoordelingsschalen

C. Gesloten observatie: beschrijvende observatie


Controleer jezelf:

  • ☐ Ik heb objectief geobserveerd (zonder mijn mening te geven).

  • ☐ Ik heb gericht geobserveerd (ik wist waarop ik moest letten).

  • ☐ Ik heb systematisch geobserveerd (ik heb mijn waarnemingen genoteerd).

  • ☐ Ik heb volledig en nauwkeurig geobserveerd (ik noteerde voldoende details).

Klassikale bespreking achteraf:


  1. Was het gemakkelijk om iemand te observeren?

  2. Heb je alleen gezien wat er gebeurde of heb je ook dingen verondersteld?

  3. Kunnen twee leerlingen dezelfde situatie anders observeren?

  4. Waarom is het belangrijk om objectief te blijven?

  5. Hoe zorg je ervoor dat je iemand respectvol observeert?

  6. Vergelijk de observaties met je klasgenoten. Heb je hetzelfde genoteerd? Hoe komt dit?

Inoefenen: rollenspel (kaartjes leerkracht)

Rollenspel 1: beschrijvende observatie



Rollenspel 2: beoordelingsschaal



Rollenspel 3: turfmethode


Welke observatiemethode past het best? Hoe vaak steekt een leerling zijn hand op tijdens de les?

A

Turfmethode

B

Beoordelingsschaal

C

Beschrijvende observatie

Welke observatiemethode past het best? Hoe reageert een kind wanneer het valt op de speelplaats?

A

Turfmethode

B

Beoordelingsschaal

C

Beschrijvende observatie

Welke observatiemethode past het best? In welke mate luistert een leerling aandachtig naar anderen?

A

Turfmethode

B

Beoordelingsschaal

C

Beschrijvende observatie

Observeren tijdens daguitstap Brugge

Bekijk de taak op Smartschool.

-> Druk de taak af + neem deze mee op daguitstap!






1) Observatie in het chocolademuseum -> gesloten observatie, beschrijvende

2) Observatie in het Historium -> gesloten observatie, beoordelingsschalen

3) Observatie op de kerstmarkt -> gesloten observatie, turfmethode