Kennen (kennisvragen)
- Gaan vaak over feiten
- leren en onthouden
- soms stampen (bijv. begrippen/woordjes)
Voorbeelden:
1. Wanneer was de Tweede wereldoorlog?
2. Hoe ontstaat een aardbeving?
3. Wat is een werkwoord?
Kunnen (begrijpen en toepassen)
- de kennis begrijpen en gebruiken
- begrippen (of kennis) kunnen koppelen aan een vraag.
Voorbeelden:
1. Noteer alle werkwoorden uit de zin
(hiervoor moet je wel eerst weten wat een werkwoord is (kennis)
2. Leg uit over welke historische gebeurtenis dit plaatje gaat.
3. Bereken het gemiddelde energieverbruik