Blok 2A: Leren aflezen van een cirkeldiagram

Leren aflezen van een cirkeldiagram

1 / 16
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenPrimary EducationAge 11,12

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Leren aflezen van een cirkeldiagram

Wat weet je al over cirkeldiagrammen lezen?

Leerdoel

Aan het einde van deze les kun je uit een cirkeldiagram de verdeling van verschillende soorten boten en fietsen aflezen.

Wat is een cirkeldiagram?

Een cirkeldiagram is een ronde grafiek waarin delen van het geheel worden weergegeven als sectoren. Hiermee kun je snel zien hoe vaak of hoeveel iets voorkomt ten opzichte van het totaal.

Wat is een cirkeldiagram?

A

Een rechthoekige grafiek

B

Een ronde grafiek voor gegevensweergave

C

Een tabel met cijfers

D

Een lijntekening

Wat toont een cirkeldiagram?

A

Een enkele waarde

B

Delen van het geheel als sectoren

C

Tijdreeksgegevens

D

Alleen de grootste waarde

Wat is de functie van een cirkeldiagram?

A

Slechts één getal tonen

B

Gedetailleerde berekeningen maken

C

Snel vergelijken van hoeveelheden

D

Complexe data-analyse uitvoeren

Cirkeldiagram aflezen

Kijk goed naar de grootte van de sectoren en de bijbehorende percentages of delen. Iedere sector staat voor een type boot of fiets.

Verschillende types boten

Welke boten zie je?

Wat valt op?

Zeilboot, kruiser, kano, sloep, rubberboot.

De grootte van elke sector geeft het aandeel van die bootsoort aan.

Verschillende types fietsen

Welke fietsen zie je?

Let op!

Vergelijk de sectoren om te bepalen welke fietssoort het meest of minst voorkomt.

Stadsfiets, sportfiets, vouwfiets, racefiets, omafiets.

Voorbeeld uitwerking

Stel de sector van racefietsen is 10%. Dat betekent dat 10% van alle voertuigen in het diagram racefietsen zijn.

Oefenen met aflezen

Probeer nu zelf het aantal boten en fietsen van elk type af te lezen. Vul het percentage of deel in bij elke soort.

Reflectie

Wat ging er goed bij het aflezen van het diagram? Waar liep je tegenaan?

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.