th2 bs2 klas4v.pptx

Welkom klas 4 

- Ga rustig op je plek zitten

- Pak je spullen op tafel

- Doe je jas uit

- Doe je telefoon weg.


1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
newEditorBiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom klas 4 

- Ga rustig op je plek zitten

- Pak je spullen op tafel

- Doe je jas uit

- Doe je telefoon weg.


Th2 Voortplanting en seksualiteit
bs2 Geslachtelijke voortplanting

Wat ga je deze les leren:

- Je kunt beschrijven hoe door meiose gameten worden gevormd en hoe de bevruchting verloopt.


- Je kunt de bouw, werking en functie van de voortplantingsorganen van de mens beschrijven.

Lichaamscellen en gameten

  • Gameten = geslachtscellen

  • Gameet vrouw = eicel

  • Gameet man = zaadcel


  • Somatische cel (lichaamscel) = 2 sets chromosomen -> paar chromosomen

  • Gameten 1 set chromosomen -> enkelvoudig chromosoom


  • Bevruchting = kern van gameten van beide geslachten smelten samen

Lichaamscellen en gameten

  • Genetische variatie = verschil in erfelijke eigenschappen van de nakomelingen.


  • Alleen in geval van geslachtelijke voortplanting ontstaat bij nakomelingen verschillen in de erfelijke eigenschappen -> zo lijken nakomelingen nauwelijks op elkaar.

Meiose

  • Haploïd (n) = cel met 1 set chromosomen

  • Diploïd (2n) = cel met twee set chromosomen


Sommige dieren en planten:

  • Polyploïd (4n)


  • Haploïde cellen worden in eierstokken en teelballen gemaakt

Meiose (reductiedeling)

  • Uit een diploïde cel ontstaan twee haploïde cellen


  • Bestaat uit

  • Meiose I & Meiose II


  • Meiose I = 1 diploïde cel met gekopieerde chromosomen, gekopieerde chromosoomparen gaan uit elkaar door trekdraden. 1 diploïde cel worden twee haploïde cellen. In ieder haploïde cel zit 1 set chromosomen met twee chromatiden. chromosomen met twee chromosomen.

  • Meiose II = chromatiden worden ui elkaar getrokken. Uit twee haploïde cellen ontstaan vier haploïde dochtercellen -> hieruit ontwikkelen de gameten

Meiose I


Meiose II


De vrouw

  • Primaire geslachtskenmerken = lichamelijke kenmerken aanwezig bij de geboorte die geslacht bepalen -> Vulva

Vulva bestaat uit:

  • Buitenste schaamlippen

  • Binnenste schaamlippen deel clitoris

  • Opening vagina


  • Orgasme = door stimulatie van clitoriseikel trekken de wanden van de vagina, anus en baarmoeder samen -> beter opname van sperma



Gameten van de vrouw

  • Vrouw wordt geboren met primaire eicellen in de eierstokken

  • Oöcyten = eicellen -> gameten van de vrouw

  • Oögenese = vorming van eicellen

  • Primiare oöcyten bevinden zich aan het begin van meiose I


  • Follikel = haploïde oöcyt is omgeven door een laagje diploïde follikelcellen

Follikel (86D)

  • V.a. puberteit ontwikkelen de follikels zich


  • Tijdens de meiose ontstaat een eicel met een follikel en een pollichaam 

  • Pollichaam heeft geen genoeg info voor embryo en sterft af

  • In follikels zitten de eicellen

  • Iedere maand groeit 1 follikel door zich te vullen met vocht (rijping).


  • Ovulatie (eisprong): follikel zit vol met vocht eicel is rijp -> follikel barst op en eicel komt in eileider terecht.

  • Rest van de follikel zonder eicel heet gele lichaam = produceert hormonen tijdens zwangerschap.

Bevruchting

  • Na de ovulatie is de eicel (oöcyt) 12 tot 24u in leven

  • Als de eicel binnen deze tijd niet wordt bevrucht door een zaadcel, sterft het af.


  • Zygote = bevruchte eicel

  • Een bevruchte eicel wordt door de beweging van de trilharen en spierbeweging in de eileider vervoerd richting de baarmoeder.



De man

  • Primiare geslachtskenmerken man = penis en teelballen


  • Gameten man = spermacellen -> gemaakt in teelballen man

  • Gekronkelde zaadbuisjes -> zitten in teelballen van man -> hierin zitten sperma-moedercellen -> hieruit ontstaan zaadcellen


  • Spermatogenese -> ontstaan zaadcellen:

Diploïde cellen delen zich door mitose -> deze cellen ondergaan meiose -> ontstaan van 4 nieuwe zaadcellen

Zaadcellen worden in de bijballen opgeslagen

Balzak

  • In de balzak zitten de teelballen en bijballen

  • Gunstige temp. voor productie van sperma is 35graden 


  • Door spieren in balzak worden de teelballen dichter en verder van het lichaam gehaald

  • Opgewonden -> zwellichamen vullen zich met bloed = erectie

  • Prikkeling van eikel -> orgasme -> zaadlozing


  • In welke seizoen staat de teelbal dichterbij het romp van de man?

Winter, dichterbij romp is minder afkoeling in balzak






Bevruchting

  • Geslachtsgemeenschap -> zaadlozing in vagina van de vrouw -> deel sperma sterft door zure omgeving van vagina vrouw -> deel zaadcellen zwemt via baarmoeder mond, baarmoeder en eileider naar eicel -> bevruchting vindt plaats m.b.v. 1 zaadcel -> zaadcel dringt met kop door laag van eicel -> kern zaadcel smelt met kern eicel -> Eicel wordt ondoordringbaar voor andere cellen = ontstaan zygote


  • https://www.youtube.com/watch?v=YP9mWEIx2qs

  • https://www.youtube.com/watch?v=_s69rJTt7ks


Stel hier je vragen over de les(stof).
Let op: deze vragen zijn alleen zichtbaar voor de docent. (Geef aan of je wilt dat jouw vraag klassikaal wordt besproken)

Maak opdr 16 t/m 22 (18 overslaan)