Digibordles

Digibordles
Kinderen in oorlogsgebied
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieBasisschoolGroep 4-8

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Digibordles
Kinderen in oorlogsgebied

Slide 1 - Tekstslide

Wat weten jullie al over kinderen in 
oorlogsgebiedenMaak een woordveld.

Slide 2 - Woordweb


Wat zouden jullie graag willen weten over kinderen in oorlogsgebieden? Schrijf jouw vragen voor jezelf op.

Slide 3 - Open vraag

Aan het eind van de les:

  • Weet ik welke hulp er wordt geboden aan kinderen in oorlogsgebieden door organisaties als Save the Children.
  • Weet ik wat Marium (11) heeft meegemaakt in oorlogsgebied.

Lesdoelen 

Slide 4 - Tekstslide

Wat doet Save the Children?
In een noodsituatie heb je de simpelste dingen niet. Dan ben je heel blij als iemand zorgt dat je weer kunt eten, fris kunt ruiken en je warm genoeg kunt aankleden. Ook als je ziek of gewond bent, is een dokter die je beter maakt geweldig nieuws. Die hulp probeert Save the Children zoveel mogelijk te geven.
Save the Children vindt dat elk kind naar school zou moeten kunnen gaan. Maar ook veilig moet kunnen spelen en opgroeien. 
Over de hele wereld helpt Save the Children kinderen met wat ze het meest nodig hebben. Daarmee redden ze kinderlevens. Ze delen bijvoorbeeld schoon water, medicijnen, eten en spullen als tenzeilen, dekens en kleren uit. 
Al 100 jaar helpt Save the Children kinderen in nood. Eglantyne Jebb richtte Save the Children op. Helaas geldt nog steeds wat Eglantyne Jebb een eeuw geleden al zei: 'Elke oorlog is een oorlog tegen kinderen.' Zo'n 420 miljoen kinderen groeien op in oorlogsgeweld. Ze leven iedere dag in angst en maken vreselijke dingen mee. 'Stop de oorlog tegen kinderen', is daarom het thema van dit jubileumjaar. 
Pim Kraan is al ruim vier jaar de directeur van Save the Children. Hij zorgt ervoor dat alle humanitaire hulp die Save the Children in de wereld biedt, goed wordt geregeld.

Slide 5 - Tekstslide

Marium en haar zusje Fahira wonen in een vluchtelingenkamp in Bangladesh. Voordat ze in het kamp kwamen, woonden de meisjes in Myanmar. Daar was veel geweld tegen hun volk. Mariums ouders overleden allebei, kort na elkaar. Bij een aanval werd Marium beschoten en kreeg ze een kogel in haar been. Ze werd heel ziek. Met haar oom vluchtte ze naar Bangladesh, waar ze geopereerd kon worden zodat ze weer kan lopen. 'Nog even en dan zal ik alle spelletjes weer kunnen spelen, die ik nu niet kan doen', droomt ze. 
Tip
Het is moeilijk voor te stellen hoe het is om op te groeien in een land waar het niet veilig is. Toch leven veel kinderen op een plek waar oorlog en geweld is. Op pagina 4/5 van de krant lees je de verhalen van Razan (8), Hassouni (9), Mai (11) en Farzad (12). 

Slide 6 - Tekstslide

Draai aan het rad en beantwoord de vraag. 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Kaart


Voor wie gelden Kinderrechten, denk je?
A
Voor alle kinderen in Nederland.
B
Voor alle kinderen in Europa.
C
Voor alle kinderen in Nederland en België.
D
Voor alle kinderen in de wereld.

Slide 9 - Quizvraag


Alle landen ter wereld hebben hun handtekening onder het Kinderrechtenverdrag gezet, op een na. 
Welk land is dat?
A
Irak
B
De Verenigde Staten
C
Nederland
D
Syrië

Slide 10 - Quizvraag

Een paar feitjes ... 
Aan kinderen die ondervoed zijn wordt soms Plumpy'Nut uitgedeeld. Dit is een voedzame pasta van noten. 
Het wassen van je handen is erg belangrijk. Met schone handen krijg je minder snel diarree en je geeft het ook minder snel door als je het al hebt. In oorlogsgebieden is er vaak weinig voedsel en schoon water. Diarree stopt dan niet vanzelf. Je kunt er zelfs aan overlijden.
Save the Children is een organisatie die al honderd jaar kinderen in nood helpt. Denk bijvoorbeeld aan het uitdelen van schoon water, medicijnen, eten, spullen die zorgen voor onderdak zoals tentzeilen, zeep, warme kleren en een dokter. 
In noodsituaties in oorlogsgebieden delen hulporganisaties als Save the Children noodpakketten uit. Als je ineens je huis hebt moeten achterlaten delen ze bijvoorbeeld huishoudpakketten uit, waar kookspullen in zitten en dekens en klamboes tegen muggen. Verder zijn er pakketten met bijvoorbeeld zeep om jezelf schoon te houden, kledingpakketten vol warme truien en schoenen en voedselpakketten met zaden en rijst. 
Er groeien nu 420 miljoen kinderen op in oorlogsgebied. Dit is 1 op de 5 kinderen.

Slide 11 - Tekstslide


Wat staat niet in het Kinderrechtenverdrag?
A
Kinderen hebben recht op patat, cola en ijs. Iedere dag.
B
Kinderen mogen hun eigen mening geven. Naar die mening moet worden gevraagd en ook echt worden geluisterd.
C
Als jij een sms, app, brief of e-mail krijgt of schrijft, dan mag niemand dit zien zonder het eerst aan jou te vragen.
D
Alle kinderen hebben recht op sport en spel.

Slide 12 - Quizvraag


Een ander recht is het recht op onderwijs. Maar wist je dat je als kind niet alleen het recht, maar ook de plicht hebt om naar school te gaan?
A
Klopt! Kinderen moeten naar school zodat ze zich overdag niet vervelen.
B
Inderdaad. Op school leren kinderen hoe de wereld werkt zodat ze later voor zichzelf kunnen zorgen.
C
Kinderen moeten naar school zodat ouders even kunnen uitrusten.
D
Kinderen hoeven helemaal niet naar school. Als je geen zin hebt, kun je gewoon thuis blijven.

Slide 13 - Quizvraag

Zelfstandige verwerking
Lees de krant en maak de opdrachten op je werkblad. 

Slide 14 - Tekstslide


Wat heb jij deze les geleerd?

Slide 15 - Open vraag

Tot de volgende keer!

Slide 16 - Tekstslide