Les 9 Decimale getallen

Welkom bij 

Rekenen

Decimale getallen

H3

1 / 30
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Welkom bij 

Rekenen

Decimale getallen

H3


Decimale Getallen


  • Decimale getallen

  • Optellen met decimale getallen

  • Aftrekken met decimale getallen

  • Vermenigvuldigen met decimale getallen

  • Delen met decimale getallen

  • Gemengde opdrachten

Decimale getallen

Decimale getallen zijn getallen met cijfers achter de komma

1 decimaal

2 decimalen

3 decimalen

10 = 1 met 1 nul erachter 


100 = 1 met 2 nullen erachter 


1000 = 1 met 3 nullen erachter

0,1 = 1 met 1 nul ervoor


0,01 = 1 met 2 nullen ervoor


0,001 = 1 met 3 nullen ervoor

je zegt 10

je zegt 1 tiende

je zegt 100

je zegt 1 honderdste

je zegt 1000

je zegt 1 duizendste

je moet zorgen dat de noemer van een breuk daarom altijd  10,  100, 1000 of is.

sleep naar de juiste plaats:





honderdtallen

eenheden

tienden

duizendsten

Rond 15,60389 af op 1 decimaal

A

15,0

B

15,5

C

15,6

D

15,7

3 x 1,3 =

Vereenvoudig de volgende opgave, schrijf hem op en reken uit: 6,4 x 5 =

Manier 2 (met komma):


6,4 = 64 ÷ 10

64 × 5 = 320


320 ÷ 10 = 32


Manier 1 (snel):

5 × 6 = 30

5 × 0,4 = 2


30 + 2 = 32


8,5 x 15,9 =

85 × 100 = 8500

85 × 50 = 4250

85 × 9 = 765


Optellen:

8500 + 4250 + 765 = 13 515


Zet de komma terug

We moesten 2 cijfers na de komma hebben:

13 515 → 135,15

8,5 × 15,9=

Haal eerst de komma’s weg

8,5 heeft 1 cijfer na de komma

15,9 heeft 1 cijfer na de komma

→ samen 2 cijfers na de komma


Dus:

8,5 × 15,9 = 85 × 159

€4,80 : 6 =

15: 30 =

Veel succes met oefenen!