M&O week1 (Les 2) zorgtermen, ouderdom ziekten en medicijnen toedienen.

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 140 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

voorbereiding: 
lees de les goed door. Opdracht 
Startklaar
  • Welkom Klas! 
  • Ga allemaal op je plek zitten. 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderwerpen: Ouderdom, ziekten en medicijnen toedienen. 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Leerdoelen
Aan het einde van de les:

R: kan je uitleggen wat ouderdom is en welke veranderingen daarbij horen.
T: kan je laten zien hoe je medicijnen veilig toedient.
T: kan je in een nieuwe situatie bepalen waar je op moet letten bij een oudere met medicijnen.
I: kan je uitleggen waarom ouderen extra voorzichtig moeten zijn met medicijnen.



Slide 6 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Terugblik

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Welke van de volgende vormen van zorg komt naar de cliënt toe?
A
Intramurale zorg
B
Extramurale zorg
C
Zelfzorg
D
Mantelzorg

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit waarom niet iedereen dezelfde zorg nodig heeft.

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat hoort NIET bij eerstelijnszorg?
A
huisarts
B
tandarts
C
specialist
D
fysiotherapeut

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is professionele zorg
A
zorg die je jezelf geeft
B
zorg alleen in het ziekenhuis
C
zorg gegeven voor een vrijwilliger
D
zorg waarvoor je betaalt

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Extramurale zorg betekent dat je in een instelling woont
A
waar
B
niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zou jij later in de zorg willen werken? Waarom wel of niet?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

schematische overzicht wat we allemaal gaan behandelen. 

Hier kan je ook een stukje herhalen van de eerdere lesstof namelijk locatie en soort zorg
Zorgdossier en Zorgplan
Zorgplan = plan voor de zorg

Zorgdossier = map met alle informatie

Slide 15 - Tekstslide

Zorgdossier is tegenwoordig online  
Wat vind je in zorgplan?
  • Wie de cliënt is (naam, leeftijd, achtergrond)
  • Wat de cliënt nog zelf kan doen
  • Waar de cliënt hulp bij nodig heeft (zoals wassen, aankleden, medicatie)
  • Welke doelen er zijn (bijv. zelfstandig leren eten)
  • Wie welke zorg geeft (mantelzorger of professional)
  • Afspraken en wensen van de cliënt

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Waar: SOM onder lesmateriaal 

Maak de volgende opdracht 
Opdracht: Levensverhaal 
Hoe?: duo
Hulp: docent 
Klaar?: 







timer
20:00

Slide 17 - Tekstslide

Deze opdracht gaat over hoe belangrijk het is om met je patienten clienten te praten en meer van hen te weten. 

Opbouwen van relatie als zorgverlener is dit essentieel. 

Chronische ziektes met begrippen
COPD: copd, longemfyseem, astma
Hart en vaatziekten:hoge bloeddruk
Beroerte: beroerte, CVA, TIA en FAS
Kanker: kanker
Diabetes mellitus: diabetes, hormonen hyperglykemie, hypoglykemie
Dementie: ziekte van Alzheimer, afasie, decorumverlies,


Slide 18 - Tekstslide

de begrippen dikgedrukt moeten de leerlingen kennen 

Medicijnen

Waarom gebruik je medicijnen? 

Hoe kom je eraan? 

Toedieningswijze: 
oraal (mond) > tabletten, capsules, poeders 
rectaal (anus) > zetpil 
dermaal (huid) > zalf 



Slide 19 - Tekstslide

vraag 1: Veel ziektes worden behandeld met medicijnen. Er zijn dan ook heel veel verschillende soorten.  Kunnen iemand beter maken of klachten verminderen

vraag 2: 
- huisarts, specialist > recept bij de apotheek
- zelf > vrij verkrijgbaar > apotheek,  drogist, supermarkt

Bespreek wat de bijsluiter is van een medicijn


Stap 1: juiste zorgvrager > naam en geboortedatum
Stap 2: juiste medicijn > naam, sterkte, bruikbaarheidsdatum 
Stap 3: juiste dosering 
Stap 4: juiste tijdstip
Stap 5: juiste toedieningsvorm 

Slide 20 - Tekstslide

dosis: controleer de dosis en het aantal tabletten dat je moet geven. Dosis staat voor de hoeveelheid, hoelang en hoe vaak je het medicijn moet geven 
Rekenen 
a: Een zorgvrager slikt van een bepaald medicijn 15000 mg per dag. Iedere tablet staat voor 250 mg. Hoeveel tabletten slikt deze zorgvrager per dag? 
----------------- tabletten per dag
b. Een paracetamol voor volwassen is meestal 500 mg per stuk. Een arts zegt dat je er maximaal 6 op een dag mag slikken. Hoeveel milligram is dat per dag? 
-------------------- milligram 
c. Er zijn voor kinderen speciale zetpillen van paracetamol van 120 mg en 240 mg ( 1 tot 6 jaar). Hoeveel milligram paracetamol heeft een kindje van 9 maanden als deze 's ochtends en 's avonds een zetpil heeft gekregen? 
--------------------- milligram 

Slide 21 - Tekstslide

a. De zorgvrager slikt 6 pillen per dag.
b. Dit is 3000 milligram per dag.
c. Een kind van 9 maanden heeft dan 240 milligram gehad. 
Aan de slag
Reader: Periode 3

Maak de volgende opdracht 
Opdracht 2 t/m 4 
Hoe?: Alleen 
Hulp: aantekeningen, boek, internet ( geen chat) 
Klaar?: Eindexamensite. Onderwerp Mens en Zorg 






timer
20:00

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Reader: Periode 3

Maak de volgende opdracht 
Opdracht 4 medicijnen 
Hoe?: Alleen 
Hulp: aantekeningen, boek, internet ( geen chat) 
Klaar?: Facet onderdeel D 







timer
20:00

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag Praktijk
Reader: SOM > lesmateriaal 

Maak de volgende opdracht 
Opdracht: In de schoenen van de zorgverlener
Hoe?: Alleen/ duo  
Hulp: aantekeningen, boek, internet
Klaar?: Melden bij je docent 







timer
40:00

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

    Begrippen uit deze les
chronische ziekte 
COPD
Hart en vaatziekten 
Kanker
Diabetes mellitus
Dementie 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Leerdoelen
Aan het einde van de les:

R: kan je uitleggen wat ouderdom is en welke veranderingen daarbij horen.
T: kan je laten zien hoe je medicijnen veilig toedient.
T: kan je in een nieuwe situatie bepalen waar je op moet letten bij een oudere met medicijnen.
I: kan je uitleggen waarom ouderen extra voorzichtig moeten zijn met medicijnen.



Slide 26 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Slot
Vragen?

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies