5.4 Het betrekkelijk vnw en de bijvoeglijke bijzin

Het betrekkelijk vnw en de bijvoeglijke bijzin
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnSecundair onderwijs

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Het betrekkelijk vnw en de bijvoeglijke bijzin

Slide 1 - Tekstslide

Noem de drie vormen voor het lv die je kent.

Slide 2 - Open vraag

Welke vormen voor de bvb ken je?

Slide 3 - Open vraag

Felix deus dormit.
Haal uit de zin een bvb.

Slide 4 - Open vraag

Amicus Veneris dormit.
Haal uit de zin een bvb.

Slide 5 - Open vraag

Deus qui basia Veneri dedit, dormit.
De god die Venus gekust heeft, slaapt.
Uit hoeveel woorden bestaat de bvb?
A
1
B
3
C
2
D
4

Slide 6 - Quizvraag

Deus qui basia Veneri dedit, dormit.
De god die Venus gekust heeft, slaapt.
qui: welke naamval, genus en getal?
A
nom.m.enk.
B
nom.m.mv.
C
nom.vr.enk.
D
gen.m.enk.

Slide 7 - Quizvraag

Deus, cui Venus basia dedit, dormit.
cui: welke naamval, genus, getal?
A
nom.m.enk.
B
dat.m.enk.
C
gen.m. enk.
D
dat.vr.enk.

Slide 8 - Quizvraag

Deus, cui Venus basia dedit, dormit.
Waarom staat het betrekkelijk vnw. nu in de dat.?

Slide 9 - Open vraag

Dea quam Mars amat, pulcherrima est.
quam: naamval, genus, getal?
(afkortingen zonder puntjes)

Slide 10 - Open vraag

Dea quam Mars amat, pulcherrima est.
Hoe komt quam aan zijn genus en getal?

Slide 11 - Open vraag

Het woord dat de bvb-zin inleidt is een betrekkelijk vnw. Waarop lijkt dat sterk? (2+3 letters)

Slide 12 - Open vraag

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Deus, cui Venus basia dedit, dormit.
In welke wijs staat het gezegde van de bvb-zin?
A
indicatief
B
conjunctief
C
infinitief
D
participium

Slide 15 - Quizvraag

De bijvoeglijke bijzin = bvb-zin
VORM: betr.vnw. + indicatief
Let op voor naamval, genus en getal

FUNCTIE: bvb

VERTALING: let goed op de naamval en het antecedent

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide