Deel 2 - Les 16

Deel 2 - Les 16
Woorden onderzoeken
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Deel 2 - Les 16
Woorden onderzoeken

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

een knapperige hamburger
een = ?

Slide 4 - Open vraag

een knapperige hamburger
knapperige = ?

Slide 5 - Open vraag

een knapperige hamburger
hamburger = ?

Slide 6 - Open vraag

Slide 7 - Tekstslide

een ... hamburger

Slide 8 - Woordweb

een ... soep

Slide 9 - Woordweb

een ... wrap

Slide 10 - Woordweb

een ... slaatje

Slide 11 - Woordweb

een ... roomsoes

Slide 12 - Woordweb

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden?
A
een, de, het
B
frisse, gekke, rode
C
wind, hond, paddenstoeltje

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide

Welke woorden zijn bijvoeglijke naamwoorden?
A
een, de, het
B
gele, lieve, blauwe
C
muts, hond, jasje

Slide 17 - Quizvraag

Slide 18 - Tekstslide

...lekker

Slide 19 - Woordweb

...gek

Slide 20 - Woordweb

...saai

Slide 21 - Woordweb

Slide 22 - Tekstslide

lekker

Slide 23 - Woordweb

gevaarlijk

Slide 24 - Woordweb

leuk

Slide 25 - Woordweb

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

de ... man
A
handig
B
handige

Slide 29 - Quizvraag

een ... klusje
A
gevaarlijk
B
gevaarlijke

Slide 30 - Quizvraag

het ... hemd
A
kapot
B
kapotte
C
kapote

Slide 31 - Quizvraag

Slide 32 - Tekstslide

het kleurrijkst

Slide 33 - Woordweb

flitsender dan

Slide 34 - Woordweb

bruisend

Slide 35 - Woordweb

het kleinst

Slide 36 - Woordweb

opmerkelijk

Slide 37 - Woordweb

levendiger dan

Slide 38 - Woordweb

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Neil Armstrong
missie
Moon Express
toestemming
Verenigde Staten
vluchten
ticketje
Apollo 11

Slide 42 - Sleepvraag

Geef een ander zelfstandig naamwoord uit de tekst:

Slide 43 - Open vraag

Geef een zelfstandig naamwoord uit de tekst dat geen grondwoord is:

Slide 44 - Open vraag

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Tekstslide